Redenering: formuleringen die zo zijn samengesteld dat daar een conclusie uit valt af te leiden.
Argumentatie: redeneringen die aan een ander worden voorgelegd als een beredeneerd beroep op instemming.
Premisse: een element van een redenering die de conclusie ondersteunt.
Propositie: Zowel de conclusie van een redenering, als de uiteindelijke bewering in een argumentatie
Indicatoren: Aangezien, daarom, dan ook, dus, ergo, immers, kortom, omdat, vandaar, want, QED
Basisstructuren
Een basisstructuur is een manier waarop premissen steun kunnen verlenen aan een conclusie. De vier redeneerprocedures hebben betrekking op het soort motivering waarop bij de steunverlening een beroep wordt gedaan.
Eenvoudig A à C
meervoudig A à C : B à C (convergerend) A à B : A à C (divergerend)
nevengeschikt (A+B) à C
ondergeschikt A à B à C
Gematigde mildheid
Het mildheidsprincipe raadt aan om redeneringen zo te interpreteren dat ze de meeste betekenis hebben.
Beoordeel een redenering niet als irrationeel, tenzij een feitelijke weergave ervan aantoont dat een redeneerprocedure is geschonden.
Drie richtlijnen bij de selectie van ontbrekende premissen:
Behoeftecriterium: de aanvullende premissen moeten het logische gat dichten tussen de aanwezige premissen en de conclusie;
Intentiecriterium: het moet plausibel zijn dat de aanvullende premisse overeenstemt met de bedoelingen van degene van wie de redenering afkomstig is;
Informatiecriterium: Aanvulling met de sterkste premisse verdient de voorkeur. Voor een premisse geldt dat zij sterker is naarmate zij meer uitsluit
Stappenschema
Stap 1: identificatie
Vaststellen of er al dan niet geredeneerd wordt, zo nodig met behulp van
indicatoren
Stap 2: analyse
A. Beschouwing van de betogende tekst, met behulp van vier substappen
B. Hergroepering van de tekst, met behulp van drie substappen
Stap 3: weergave
Gestandaardiseerde redenering weergeven in diagram
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Peter Prevos (1998)