Een redenering is deductief geldig wanneer de conclusie noodzakelijkerwijs waar
is, indien de premissen waar zijn. Drie denkfouten:
Negatie: ¬P (niet P)
Conjunctie: P Ù Q (P of Q)
Disjunctie: P Ú Q (P en Q)
Implicaties: P à Q (als P dan Q)
Voldoende voorwaarde: Als Q een voldoende voorwaarde is voor P dan Q à P
Noodzakelijke voorwaarde: Als Q een noodzakelijke voorwaarde is voor P dan P à Q
Indien Q een noodzakelijke voorwaarde is voor P, dan is P een voldoende voorwaarde voor Q.
Definitie van noodzakelijke en voldoende voorwaarde; Dan en Slechts Dan Als (DESDA)
Deductieve redeneervormen:
|
Modus ponens: |
Modus tollens |
Regels van Morgan |
Disjunctief syllogisme |
Ontkenning van een conjunctie: |
Constructief dilemma |
Destructief dilemma |
Eliminatie van een disjunctie |
|
p à q |
p à q |
(p Ú q) = p Ù q |
p Ú q |
(p Ù q) |
p Ú r |
q Ú s |
p Ú q |
|
p |
q |
(p Ù q) = p Ú q |
p |
p |
p à q |
p à q |
p à s |
|
\ q |
\ p |
\ q |
\ q |
r à s |
r à s |
q à s |
|
|
\ q Ú s |
\ p Ú r |
\ s |
Omgaan met dilemmas:
Hypotetisch syllogisme: A à B, B à C, A à C
Conditionele uitspraken:
De modus ponens en modus tollens worden weergegeven in de nevengeschikte structuur
Redeneringen met conditionele uitspraken worden onder meer gebuikt om oorzaken op het spoor te komen.
Overtuigen door de tegenstander iets toe te dichten: bevestiging consequens
Overtuigen door antecedens te ontkennen
Waarderingsregels
Deugdelijkheid van een deductieve redering: past het gegeven bij de motivering?
Een waarderingsregel is een algemene uitspraak die aangeeft wanneer voor een te beoordelen lid van een klasse een waarderende kwalificatie wel of niet, dan wel meer of minder op zijn plaats is.
Een waarderingsregel omvat ten minste de volgende elementen:
Standaardvorm:
Als (en alleen dan als) A de eigenschappen E1-n heeft, is waardering
W over A gerechtvaardigd
Ai heeft die eigenschap niet
Dus: waardering W over Ai is niet gerechtvaardigd
Evaluatievragen
1. Zijn er redenen om aan de gehanteerde gegevens te twijfelen?
2. Beantwoorden de te beoordelen gegevens en beschreven eigenschappen aan
de gehanteerde regel?
3. Is de gegeven of impliciet gehanteerde waarderingsregel aanvaardbaar?
4. Zijn alle relevante eigenschappen en omstandigheden in de redenering betrokken?
4.1. Zijn er eigenschappen of omstandigheden die een andere waarderende kwalificatie
rechtvaardigen?
4.2. Zijn er andere eigenschappen of omstandigheden die de waarderende kwalificatie
ondersteunen?
Bewijs uit het ongerijmde, Reductio ad absurdum
In deze strategie nemen we de waarheid van een bewering voorlopig aan, om vervolgens aan te tonen dat hij tot conclusies leidt die tegenstrijdig zijn, of die strijden met andere gegevens.
|
redeneer procedure |
soort conclusie |
mate van zekerheid |
functie |
geldige redeneervorm |
|
deductie |
Empirisch en normatief |
Absoluut, noodzakelijk |
Consistentie bewerkstelligen |
|
|
Implicaties uitstellen |
|
|||
|
Ex ante selectie van beleidsinstrumenten |
|
|||
|
Toetsen van een vergunningsverlening |
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
|
Weerleggen van andermans redenering |
|
|||
|
Classificeren en beoordelen op objectieve wijze |
|