ARGUMENTATIE EN OPENBAAR BESTUUR
Standpunten doorgronden & meningsverschillen
Aard van het meningsverschil
Gemengd meningsverschil: voor en tegen staan tegenover elkaar.
Niet gemengd meningsverschil: de ander twijfelt alleen
Vier soorten beweringen:
- Definitorisch (definitie verschil)
- Empirisch (al dan niet voordoen van een verschijnsel)
- Evaluatief (waardeoordeel)
- Praktisch (wat te doen?)
Methode-Fischer
Werkwijze om waarden die achter beleidsargumenten schuilgaan te analyseren
Vier manieren om met waarden te argumenteren:
- In hoeverre zijn de achterliggende waarden gerealiseerd? Zijn de gestelde
doelen behaald?
- Beoordeling met het waardensysteem van de actor als uitgangspunt. Kan de
keuze voor dit doel worden gerechtvaardigd of gebaseerd op een beroep op een
hoger principe of op erkende oorzakelijke kennis?
- Toetsing aan de vraag of de gestelde doelen sporen met de gangbare cultuur
- Beleidsvoorstellen worden beoordeeld op hun algemene bijdrage aan de samenleving
en de maatschappelijke / politieke orde.
Motiveringen voor een goed beleidsvoorstel:
- de beleidsdoelen kunnen worden gerealiseerd;
- de beleidsdoelen stroken met de meer algemene doelen van de beleidsvoerder
- de beleidsdoelen stroken met de algemene waarden van onze politieke cultuur
- de beleidsdoelen stroken met de algemene waarden van een ideale maatschappij
Vier niveaus van Fischer:
- technische verificatie
- situationele rechtvaardiging
- systeemondersteuning
- rationele keuze
Een beleidsargumentatie confronteren met hogere doelen is een argumentatietechniek.
Deze techniek is geschikt om beleid mee te beoordelen.
| Index | Argumentatie en Openbaar Bestuur | vorige
| volgende |
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Peter Prevos (1998)