Relevantie en pretenties van de wetenschapsleer

FILOSOFISCHE BENADERINGEN VAN DE WETENSCHAP:

  1. kentheorie of wetenschapsfilosofie; de kentheoretische rechtvaardiging van de geldigheid van kennis en van de wetenschappelijke methode (Descartes)
  2. sociaal-filosofische rechtvaardiging van de maatschappelijke rol wetenschappen (BaconVerlichting) of kritiek daarop (Marxmisbruik en onderdrukking).

WETENSCHAPPELIJKE BENADERINGEN VAN DE WETENSCHAP

  1. wetenschapspsychologie
  2. sociologie
  3. antropologie
  4. geschiedenis
  5. economie (economische & financiële aspecten van onderzoek)


Wetenschappelijk onderzoek van de wetenschappen kan de filosofische bestudering niet vervangen omdat deze benaderingen dezelfde (kentheoretische en sociaal-filosofische) problemen onmiddellijk weer oproepen (Droste-effect):

  1. De kentheoretische problematiek blijft bestaan. Ze geven geen antwoord op alle vragen naar de legitimiteit van wetenschappelijke kennis. En de manier waarop de 'wetenschapswetenschappen' hun kennis produceren behoeft op zijn beurt ook weer rechtvaardiging.
  2. Ook de sociaal-filosofische analyse blijft: de beoordeling van de relatie tussen de wetenschappen en de maatschappij werpt vragen op die niet alleen door de wetenschapswetenschappen beantwoord kunnen worden.


De filosofie mag die wetenschappen niet negeren want:

  1. De traditionele wetenschapsfilosofische kwesties kunnen niet louter door logische of filosofische argumentaties worden opgelost.
  2. Die benaderingen maken een veel gerichter inzicht in het functioneren van de wetenschap mogelijk, en verrijken daarmee ook het filosofisch inzicht.
  3. Dat negeren maakt een waardevolle kritiek op abstracte filosofische beschouwingen mogelijk.

Dat kennis feitelijk geldt (voor waar wordt aangenomen), hoeft niet te impliceren dat deze kennis waar is (vooroordelen of bijgeloof). Kennis wordt gelegitimeerd door aan te geven dat ze op de juiste wijze is verworven.
| Index | Filosofie | Wetenschapsleer | volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

C. De Beij