ANCIEN REGIME 2

2 Economie en Bevolking

In studies van voor 1950 staat de Baltische graanhandel centraal

Annalesschool kijkt naar samenspel van economische en sociale factoren op (middel)lange termijn

Uit O. Europa komen studies met een mondiaal perspectief

1980 Brenner debate- Brenner (marxist) wil meer aandacht voor sociale verhoudingen

Le Roy-Ladurie- homeostase- groei en contractie houden bevolking gevangen

Verstedelijking was het sterkst in N. Italie en Lage Landen

In W. Europa waren de dorpen groter, huishoudens kleiner dan O. Eur.

In steden W. domineerden de gilden, in O. de kerk of de lokale heer

Slicher v Bath 4 zones, steeds lagere opbrengsten

In het Oosten è Gütherschaft, boeren aan de grond gebonden, lijfeigenen (verschil met horigen = verplichte arbeid op domein, zelf gereedsch e.d. meebrengen)

In de 17e eeuw kwamen economische problemen door oorlogsverwoestingen

Wallerstein : 2e feodaliteit door afhankelijkheidsrelatie tot W.E.

Nijverheid kwam tot ontwikkeling in urbane centra en overbevolkte rurale gebieden in W.E.

In O.E. ontbraken voorwaarden voor ontwikkeling van rurale en luxe nijverheid.

Middellandse zeegebied (polycentrisch) = twee zones Islamistische oosten, Chr. Westen

Handel hiertussen alleen door Constantinopel en Venetie.

Concurentie voor Venetie door Spanje, Portugal en opkomende rurale nijverheid (goedkoper in Venetie hoge kwaliteitseisen gilden)

Door bevolkingsgroei voedselschaarsteè afhankelijkheid van graanleveranties uit Nw Europa. Centrum wordt Antwerpen. A'dam, Londen (achtereenvlgs, monocentrisch)

Hollanders hadden monopolie op graanhandel met Baltische kust (moedernegotie)

Terug gingen wollen stoffen, zou en haringen, maar exportsurplus

Sociale verhoudingen Adelè agrarisch inkomen

Welvarende burgersè ambieerden aristocratische levensstijl

Stedelijke arbeiders, armen, plattelandsbevolking

Blum- verklaring 2e feodaliteit uit politieke factoren

Sl. V. Bath- factoren graanprijzen, -graanexport, hoog uitgavenniveau + hoge belastingdruk

Landbouwrecessies- in Oosten = contractie en autarkie

- in Westen toename rurale nijverheid

Graanprijzen daalden door stagnerende bevolkingsgroei en invoering nieuwe producten. Resultaat is een grotere vraag naar nijverheidsproducten


| Hoofdmenu | Geschiedenis | Ancien Régime 2 | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Marga Mulder (2001)