Geschilderde altaarstukken

Bram de Klerck

Altaar en altaarstuk

Altaarstuk of retabel: gebeeldhouwde of geschilderde decoratie geplaatst op een altaar. Altaar: liturgische tafel. Op de drager, de stripes, rust de mensa, een rechthoekige tafel.

Vanaf de 6e eeuw meerdere altaren in de kerk: steeds groter belang van relieken- en heiligencultus. Donaties ten behoeve van privé missen. In de vroege middeleeuwen was het altaar aan de voorzijde bedekt met een antependium, een versiering van textiel, hout of metaal. Decoraties die op het altaar werden geplaatst zijn vanaf de 11e eeuw bekend, maar tot in de 13e eeuw blijven altaarstukken ongebruikelijk. Eerst werden de antipendia verplaatst van de voet naar de top van het altaar. Verandering in liturgie (plaats van de priester, transsubstantie). De titulus - de wijdingsnaam van het altaar - moest een duidelijk worden getoond. Thema’s van de altaarstukken zijn beperkt. Maria komt opvallend vaak voor. Sacra Conversatione à zeer veel toegeapst compositie principe.


Van antependium tot polyptiek: de ontwikkeling van het altaarstuk in de 14e eeuw in Italië

Het geschilderde altaarstuk komt in de 13e en 14e eeuw tot ontwikkeling.

De vroegste geschilderde retabels zijn rechthoekig in liggend formaat à oude antpendia.

Vita retabels: centraal geplaatste heilige omringd door scènes uit diens leven. Later werden deze scènes meer in een predella - een brede lage rechthoekige strook aan de onderzijde van het altaarstuk - geplaatst. Aan het einde van de 13e eeuw komt in Toscane de vorm van het polyptiek of veelluik tot ontwikkeling.

Het altaarstuk in de 15e eeuw: Italië en Noord-Europa

De 14e eeuwse vorm van het polyptiek, gekenmerkt door een samenstel van afzonderlijke panelen, bekroond door gevels en pinakels, sloot nauw aan bij de vorm van de gotische kerkarchitectuur uit die periode.

Met de verandering van de architectuur veranderd de vorm van de altaarstukken (rechthoekige lijsten, soms boven afgerond). Ook stijl, compositie en gezichtspunt veranderen. Meer gestreefd naar een overtuigende eenheid van ruimte en figuren. Sacra conversatione: Madonna afgebeeld in aanwezigheid van heiligen. Veelal personen die elkaar nooit gekend kunnen hebben. Benaming wordt pas vanaf de 18e eeuw gebruikt. In de meeste schilderingen is geen echt gesprek gesuggereerd, meer in de zin van ‘hemelse gemeenschap’.

Noord-Europa, 15e eeuw: grote belangstelling voor de natuur getrouwe weergave van afzonderlijke beeldelementen. In de loop van de 1`5e eeuw geven de twee beschreven tendensen aanleiding tot een opvallende wisselwerking tussen de schilderkunst in Noord-Europa en Zuid-Europa.

Italiaanse schilders beïnvloed door detaillering van de Vlaamse schilders. Vlaamse schilders beïnvloed door perspectief en compositieopbouw van de Italiaanse schilders. Samenspel van zuidelijke eenheid in ruimte en compositie en noordelijk naturalisme in details. Grote figuren op de voorgrond met gedetailleerde achtergrond à twee gezichtspunten, veraf en dichtbij.


Het altaarstuk in de 16e eeuw

Omstreeks 1500 smelten de tendensen van enerzijds een sterke nadruk op het naturalistisch weergegeven detail (Vlaams) en het nastreven van een eenheid van ruimte en figuren op harmonieuze wijze samen.

Grote rechthoekige staande formaat typisch voor altaarstukken in Noord-Italië in de tweede helft van de 15e eeuw. In het noorden altaarstukken als drieluik.

Rafaël (1483-1520): beide stilistische kwaliteiten in één. Albrecht Dürer (1471-1528): sterk beïnvloed door de Italiaanse schilderkunst.

Matthias Grünewald (1470-1528) minder beïnvloed door de Italiaanse voorbeelden.

De thematiek van de sacra conversatione werd in deze periode verder uitgewerkt. Meer en meer worden in Italië voorstellingen gekozen die terug gaan op schriftelijke bronnen als de evangeliën of levens van heiligen.


Religieuze schilderkunst en hervorming

De reformatie à stagnatie en daling van de productie van altaarstukken.

De zogenaamde katholieke hervorming (concilie van Trente) had belangrijke gevolgen voor de openbare religieuze schilderkunst: de religieuze schilderkunst mocht niets te wensen over laten. Schilders grepen doelbewust terug op oudere tradities.

Peter Paul Rubens (1570-1640). Diepgaand beïnvloed door klassieke oudheid en 16e eeuwse Italiaanse schilders.


Functies van altaarstukken

Onlosmakelijk deel van het altaar. Maken geen deel uit van de liturgische handelingen. Voorstellingen volgen ook niet per definitie uit de eucharistie. Veel bepalender voor de functie van de voorstelling van altaarstukken is de specifieke context waarin de werken zich oorspronkelijk bevonden à Populaire devotie en de lekenmaatschappij.


Context en patronage

Opdrachtgevers zijn veelal leken (personen, families of broederschappen). Heiligen op de voorstelling als voorsprekers bij God en Maria. Vaak afbeelding van de patroonheilige of naamheilige van de opdrachtgever op de voorstelling. Opdrachtgevers ook in de voorstelling opgenomen, de heiligen aanbiddend.

Iuspatronatus: patronaatsrecht à opdrachtgever krijgt het recht om missen te laten opdragen voor hun eigen zielenheil. Speciale altaarstukken voor bepaalde ziekten etc.

Drieluiken waren meestal gesloten. Achterkant was ook beschilderd. In Italië veelal geen drieluiken. Altaarstuk aldaar bedekt met een doek of gordijn. Alleen op zon- en feestdagen was het altaarstuk zichtbaar.

Aan iuspatronatus was vaak de plicht verbonden het altaar of de kapel te onderhouden.


| Index | Kunst | vorige | volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Peter Prevos (1999)