Vorm, identiteit en stijl. Grote projecten in de eerste helft van de negentiende eeuw
Stijl opgevat - als persoonlijk handschrift vd kunstenaar
- als herkenbare en geaccepteerde code
- als algemene voorkeur voor artistieke fenomenen
strikte en volledige toepassing v Vitruviaanse ordes = classicisme vb Mauritshuis O. 45
ontwerpuitgangspunten van de puristische opvatting vd classicistische architectuur in 17e en 18e
architectuur in 17e en 18e: in het teken van Vitruviaanse uitgangspunten
( symetria en decor van bijzonder belang)
symetria= harmonie binnen het ontwerp door juiste onderlinge samenhang van maten
De module is de basis, de maateenheid, deze rekenkundige relatie bepaalt de exacte hoogte, lengte enz…
In de Vitruviannse theorie = verschillende manieren of modi ( Dorische, Ionische, Corinthische, Toscaanse en Composiet) Bij de keuze voor modi is het decor belangrijk
decor = gepastheid, volgens functie vh gebouw, status vd eigenaar enz..
paleizen en kerkgebouwen à rijke corinthische orde
militaire gebouwen en de stallen v machthebbers à forse, sobere Dorische orde
niet-autonome heersers, stadhuizen, onderkomen v kunst, cultuur en verstrooing à Ionische orde
Ionisch= apollinsch karakter = midden tussen Dorisch (mannelijk en Corintisch (vrouwelijk)
de theatrale opvatting van de classicistische architectuur in 17e en 18e
vrijere interpretatie en uitwerking stoelend op richtingsaccenten en beweging
O.50 Cornarokapel en O.52 kerk v 14-heiligen
de heldere indeling in ruimten en vlakken ontbreekt die kenmerken is voor classicisme
Geen reglementair vormenidioom maar lichtvoetig en beweeglijk ontwerp
Het kerkgebouw biedt een allesomvattend decor Scheidslijnen tussen horizontale en verticale onderdelen niet gemarkeerd omwille vd evenwichtigheid maar gemaskeerd om alle aandacht op genadealtaar te richten
à ontwikkeling van tijd-en streekgebonden stijlen à stijlaanduidingen
vb barok (grillig) in de tijd vd contrareformatie,een bewogen effect is nagestreefd : type Cornarokapel
vb rococo : als in een schelpengrot (rocaille) een veelheid v ornamenten overwoekert de eenvoud en eenduuidigheid vd barok: type kerk vd 14-heiligen
andere stijlaanduidingen verwijzen naar het streven om een eigentijdse omgeving te creëren die in relatie stond tot een koningshuis en regerend vorst vb de Franse Lodewijk-stijlen
vanaf 1750 derde stroming in W-Eur architectuur: richt zich direct op autentieke resten v klassieke beschaving
graecisten en romanisten (vb Piranesi met O.54 Le antichita Romane) pleidooi voor ondersoek naar rest klassieke Rom cultuur à verwerking tot eigentijdse architectuur
radicale verschuiving in ontwerpuitgangspunten, met Boulée, Ledoux, Neufforge in de architectuur rond 1800
gebruik van primitieven (bol, kubus, cilinder..;) als basisvorm – weinig ornamenten = Romeins
Boulée = grootheidswaanzin Ledoux = realistischer (O.55)
de moduul als kwaliteitsvol element vervangen door het vierkant als kwaliteitsloos element
à begin van radicale verschuiving
breuk met Vitruviaanse theorie (uitgangspuntne en decoratie dienen een eenheid te vormen
(geen eenheid bv in petit Trianon = Louis XVI + doosconcept)
kerk St Geneviève (1790) Soufflot = trad vorm v kruisbasiliek met min decoratie, overgang
van tamboer over vierkantenvorm naar de viering
à Toenemend belang v eenvoudige geometrische grondvormen als theoretisch en praktisch uitgangspunt + gelijktijdig verlaten van het harmonieprincipe die tot dan essentieel waren
kenmerken v ontwerpsystematiek van Durand (compositorsche opbouw v zijn nieuw gebouwentype)
breuk met Vitruviaanse eis van harmonie
alternatief = onderliggend raster à aanleiding tot oneindig aantal composities
ipv harmonie à spaarzaamheid (financieel, materiaal, vormen)
Econ doelmatigheid leidt vanzelf tot symetrie, regelmaat, eenvoud = mogelijk door toepassing van vierkant, toepassing v cirkel blijft beperkt
Dit alternatief = niet gericht op culturele hiërarchie maar op herkenbaar en begrijpelijk onderscheid tussen de functies die gebouwen kunnen vervullen, de voorstellen werden niet uitgevoerd maar hadden grote invloed (gebruikt in bouwkundeonderwijs v Frankrijk) à begin 19e classificatie v gebouwtypen, met herkenbare globale composities van bouwelementen of blokken voor gebouwen met gelijke of overeenkomstige functies zie p 149, invloed vd ideeên v Durand ook buiten Fr grenzen vb musea met overeenkomstig schema
Visie Durand: = parrallel met stand v wetenschap toen
natuurkundige fenomenen zijn geen onaantastbare kwaliteitsvolle entiteiten maar kunnen door analyse gereduceerd worden tot samenstelsels v algemeen voorkomende elementen met primitieve vormen
Durand beperkte zich niet tot Vitruviaanse theorie of tot klassieke erfgoed (alhoewel veel Rom elementen)
er zijn ook verwijzingen naar de ME (vb naar de vroeg-christ basilicavorm)
argumenten om Boullée / Ledoux en ook Schinkel / Klenze neoclassistisch te noemen
om Franse variant = rationeel en Duitse = romantisch te duiden
beiden neoclass. vanwege ontleningen aan klassieke vormentaalen breuk met Vitruviaanse traditie
Franse variant = rationeel om de econ afweging tussen nut en decoratie
Duitse variant = romantisch identificeert zich met Gr cultuur (gaat voorbij aan westerse en Rom bouwkunst)
Boullée / Ledoux
ontw van nieuwe, representatieve bouwkunst door incorporatie v historische vb in eigentijdse ontwerpen
voorkeur voor Rom vormen met ronde bogen, koepels, decoraties, bouwhoogte v meerdere verdiepen
vb O.55 Saline de chaux 1775 ledoux
Schinkel / Klenze
losstaande zuilenfronten, decoraties in ondiep reliëf aan de wanden, compositie in de breedte, niet in de hoogte vb O.59 Glypoyheek 1830 von Klenze
ontw van eigen Duitse architectuur waarin burgers en opdrachtgevers zich konden vinden
Griekse cultuur = identificatieobject vanwege verondersteld overeenkomst eenwording Gr staten en streven naar eenwording v Dtse staatjes verbonden door een even hoogstaande cultuur
vb Walhalla 1821 von Klenze
Gr vbb waren niet voldoende à berope op andere historische culturen: It Renaissance en de gotiek à uitbreiding vh repertoire aan stijlen à mogelijkheid hoge gesloten bouwblokken ontwerpen in stedelijke omgeving cf It stadpaleizen De gotische bouw- en beeldhkunst = inspiratie voor vrijstaande monumenten en kerken à mogelijkheid om vrij het hoogte-element uit te werken (ontwerpen niet uitgevoerd)
gebruik v historische cultuurelementen om de identitieit v natie, opdrachtgever of functie v gebouw vorm te geven à onbegrensde variatie mogelijk
vb O.58 Royal Pavilion Brighton 1835 J Nash in oriëntaalse stijl, en Strawberry Hill 1754 Walpole afb 9.11p 151, in gotiserende stijl geïnspireerd op de ME
Schinkel: onder invloed van Engeland: keuze voor Gotiek als stijlvoorbeeld à typisch Engelse horizontale indeling, aangevuld met elementen uit Dtse architectuurgeschiedenis vb O.306 Friedrichswerdersche kirche 1824
gotisch ontwerp(er is ook een classicistisch ontwerp) dit ontwerp is een gebaar waarmee de koninklijke opdrachtgever het ME verleden annexeerde als onderdeel van de moderen Pruisische staatscultuur
itt romantische gotiek v 19e
19e Pugin in Engeland:gebruik v juiste gotische architectuur op grond v morele overwegingen (afb 9.12)
vormende functie van gebouwde omgeving: 1440 geconfronteerd met 1840, misdaad en vuile industrie tov liefdevol geordende ME maatschappij à ontwikkeling van eigentijdse gotische stijl
vb O. 66 Houses of Parliament = herleving van ME met vooruitziende blik ipv romantisch retrospectiefà grote weerklank in Eng architectuur, gotiek is bepalend onderdeel in gebouwde omgeving als true english , als een vorm voor het Engels nationalisme
19e architectuur = historiseren (teruggrijpen naar vroegere vb ) men spreekt ook van neostijlen
(citici spraken van crisis in de architectuur)
Stijlidiomen van officiele gebouwen zijn in elk land verschillend, verwijzingen naar ontstaan vd staat of historisch vb waaraan men zich wenst te spiegelen vb in Nederland de Oudhollandse stijl naar ontstaan vd republiek, in Eng de gotische naar 15e en 16e waarin modern Eng zijn staatkundige vorm kreeg
na 1870 nieuwe Dtse keizerà Romaanse elementen, nieuwe keizerrijk als opvolger v Rom keizerrijk
jonge Verenigde staten à Romeinse Republiek is het voorbeeld
Frankrijk à vb is Rom rijk met koninklijke, republikeinse én keizerlijke aspecten
vb van bouwwerk waarin identiteit vh land in onderwerp benadrukt
vb staatsvorm
vb functie
vb identiteit vd opdrachtgever
aanwezigheid v historische stijlen aan een gebouw (classicistisch, romaans, gotisch, renaissancistisch, Egyptisch) in verband kunnen brengen met de functie vh gebouw (zie p 152)
codering v gebouwen leeft nu niet meer, wordt net meer begrepen à lijkt chaotisch
Egyptisch begraafplaatsen
classicistisch Corintisch representatieve overheidsgebouwen
Ionisch musea,theater, opera, scholen, bibliotheken
Dorisch banken,stations, paleizen v justitie
romaans militaire gebouwen, kazernes, ziekenhuizen, liefdadighedisgebouwen
renaissancistisch stadspaleizen, stadhuizen
de stijl vd ingenieursbouwwerken
Brunel: O.65 Clifton bridge
toegangspoorten aan 2 kanten met Egyptische tempelpylonen die refereren aan technisch vernuft vd Egyptnren
Paxton: O. 9.14 Crystal palace
"Stijlloos" – vrij van enige historiserende suggestie
Vanuit oogpunt v systematiek en spaarzaamheid in materiaal en vorm is Crystal palace meest Durandesk v 19e
Ontbreken v enig historiserend stijlonderdeel à ten gunsten v de eigen technische identiteit vh gebouw à loopt vooruit op 20e (functionalisme en rationalisme)
compositorische structuur, technische constructie en decoratie zijn tot een eenheid gebracht
=Voorbode v een nieuwe architectuur (itt Albert memorial (9.19 a en b) wijst terug naar een ontwikkeling die op haar einde loopt
Wiener Ring: veelheid v stijlen illustreren de structurering op grote schaal v gebouwde omgeving in 19e
staalkaart v gebezigde en geaccepteerde stijlen rond 1860 (zie p 153)
= etalage v identiteitsstreven in 19e
overeenkomsten tussen historiserende schilderkunst en historiserende architectuur
voor de Fr rev: zowel in monumentale als in huiselijke vorm kunst = onderdeel v een decor ( = kleurrijk en onbekommerd, ter verstrooing)
1789: kunstenaar geven uiting aan pol en artistieke positie soms doen ze beroep op het verleden
vb 9.16 de dood v Socrates (David) = historische allegorie à vgl met Cenotaaf:
solide ernst en afstandelijkheid
aankleding is klassiek (eerder Rom dan Gr)
scherpe lichtinvaml speelt grote rol (om het dramatisch karakter – om ruimtelijkheid te suggereren)
begin 19e à moderne variant vh historiestuk en in de historiserende architectuur
weergave v actuele gebeurtenissen met pol of sociale lading (niet door heroiek vertekend realisme)
Goya en Delacroix
geschiedenis v een natiewerd picturaal vertolkt vb O. 64 de apotheose v Homeros
als een gebeeldhouwd reliëf gecomponeerd, classicistische weergave, verwijzingen naar Rafaël (O.32) en Poussin (beide kunstenaars zijn afgebeeld)