Casus : verbeeld verleden (1800-1918)

Schilderijen, schoolplaten en monumenten als uitingen van nationaal gevoel

Het bronnenmateriaal waarop deze casus steunt wordt pas sinds kort intensief benut voor historisch onderzoek Sinds ’70 belangstelling voor oral-history en ander niet-tekstgebonden bronnen

Noodzakelijke samenwerking van historici en kunsthistorici want de boodschap die een afbeelding of monument bevat is vaak moeilijk te decoderen à soms radicale meningsverschillen

Vb de Jongh in discussie over realistisch gehalte van de 17e schilderkunst kent aan allerlei details een diepere betekenis toe (mbv grondige emblematische kennis) à schijnrealisme vb druiventros = maagdelijkheid

19e nationalistische kunst à andere problemen: niet zozeer de verborgen symbolische betekenis maar de emotionele lading waarvan wij zijn vervreemd (pathetisch, belachelijk, triviaal)

In tegenstelling tot bv Engeland en Frankrijk, bezat het 19e Nederland vlg de auteurs geen natuurlijk middenpunt waar de beleving van het nationaal gevoel kon worden geritualiseerd

Een factor die hierbij een rol speelde, was dat de politieke, culturele en economische centrumfuncties in Nederland over verschillende met elkaar rivaliserende steden verdeeld waren.

In de 19e maakte zowel het nationalisme als de gezinscultus grote opgang; Beide konden met elkaar in conflict komen maar er zijn ook talrijke pogingen bekend om beide met elkaar te verzoenen

Het streven het nationale sentiment in een familiale vorm te gieten ,was het meest succesvol in het Victoriaanse Engeland

 

Wat kunnen Analyses v schilderijen, Schoolplaten en Monumentale gedenktekens toevoegen aan onze kennis van het nationalisme ?

Nationalisme in de schilderkunst

De niet-militaire schilderkunst (geliefd in hun tijd, nu spoorloos verdwenen of in museumdepots beland)

Historieschilderkunst (historieel) ontleende lange tijd haar thema’s aan de klassieke oudheid, de bijbel en de kerkgeschiedenis (vaderlandse verleden werd genegeerd)

Het vaderlands historieel verwierf in de 19e binnen korte tijd een enorme populariteit De rage ontstond in Frankrijk en verspreidde zich over heel Europa

Na 1750: sterk toenemende belangstelling voor de vaderlandse geschiedenis

Napoleon was de 1e die de propagandistische waarde vd vaderlandse historie-schilderkunst systematisch uitbuitte à krachtige impuls aan het genre, veel schilders aan het werk om wapenfeiten te vereeuwigen

Na 1804 keizerskroning: historieschilderkunst ook om zijn positie te legitimeren à liet zich schilderen in archaiserende poses die deden denken aan grote voorgangers

Na de reastauratie: onder Lodewijk XVIII en Karel X: bij gebrek aan eigen wapenfeiten à glorietijd van de Fr monarchie uitgebeeld

Vb De gelofte van Lodewijk XIII (in opdracht van Karel X door Ingres = classicisitsche school) p117

à politieke lading Karel X benadrukt dat hij het verbond tussen troon en altaar zou voortzetten

à ook nationalistische gevoelswaarde : voor een groot deel van de Fransen werd natie gesymboliseerd door het verbond van kerk en koning

Algemene opinie in 19e:Nederland

-Historie schilder heeft nobele taak om vaderlandsliefde te stimuleren, maar mag zijn kunst niet degraderen tot een wapen in contemporaine partijpolitieke controverses; De Nederlandse schilders en hun opdrachtgevers gebruikten het kunstwerk zelden om een concrete politieke boodschap te verkondigen in besprekingen van Ned historieschilderingen komen hypothetische pol implicaties nooit aan de orde (vb over Oldenbarneveldt en de gebroeders De Witt)

-Het kunstwerk diende ook een verheffende functie te vervullen, de toeschouwer moest er lering uit trekken (= criterium bij beoordeling)

-Een ander criterium was de waarheidsgetrouwheid vd voorstelling

In Nederland pas laat in zwang gekomen (1820) en weer vroeg uit de gratie

Hoewel de omstandigheden voor de historieschilderkunst in Ned minder gunstig waren dan in Dtsl en Frankrijk is het genre hier te lande een tijdlang zeer populair geweest bij het grote publiek

Noch de Oranjes noch particulieren waren royaal met opdrachten (grote werken werden wel gemaakt –op eigen initiatief van de schilder om aandacht te trekken en opdrachten te krijgen / en evt te verkopen )

In tegenstelling tot de Hohenzollerns hebben de Oranjevorsten nauwelijks gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het prestige van het koningshuis te verhogen door standbeelden op te richten voor leden van hun dynastie

Enige Ned historieschilders: Rochussen en Pieneman (vader en zoon)

Belangrijkste historieschilders uit 19e: Delacrois , Ingres (Frankrijk) Rethel, von Cornemis (Dtsl) Leys (B)

Daarna alleen nog in Oost-Europa ( W-Europa krijgt opkomst van impressionnisme )

Er zijn ook tal van 19e historiewerken die geen nationalistische strekking hebben

vb Repin 1884 om tsaristische autocratie te bekritiseren

 

De militaire schilderkunst

Vaak gerekend tot historieschilderkunst maar ook wel als apart genre gezien, want in veel gevallen geen veldslag uit het verleden, maar contemporain wapenfeit uitgebeeld

Napoleontische oorlogen: à vooral Antoine gros

In Dtsl à romantische schilders als reactie: Kersting, Friedrich

Na de Frans-Dtse oorlog hielden grootmeesters vd militaire patriottische schilderkunst als J-Louis Meissonier en Edouard Detaille in Frankrijk de revanche gedachte levendig

De militaire patriottische schilderkunst heeft WO L niet overleefd

De ondergang van de militaire schilderkunst is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de opkomst van de fotografie (oorlogsfoto’s in de pers)

Nederland: korte bloei van mil schilderkunst in beginjaren, na Belgische opstand ( Tiendaagse veldtocht)

De hoop op vereniging N en Z verflauwde à terugval in aantal schilderijen daarover

Eind 19e klachten over verwaarlozing vh vaderlands erfgoed à 1885 eerste nationale kunst en oudheidstempel = Rijksmuseum te Amsterdam

 

Historische schoolplaten

Vlg eind 19e pedagogen ging de voorkeur naar rechtstreeks confrontatie met het verleden via musuembezoek, stadswandelingen en het tonen van oude gebruiksvoorwerpen (daarnaast ook schoolplaten, ondersteund met een levendig verhaal)

De geschiedkundige schoolplaat (1850- 1880) in het Dtse onderwijs en vandaaruit ook naar Nederland

Eerste Ned schoolplaten 1877 (uitg Ykema)à bezwaar= overbelasting van zee- en veldslagen

1911-1971 (uitg Wolters) à lof:

Vgl Nederlandse schoolplaten (Wolters) met de Duitse historie-schoolplaten

Vrij zakelijk

sterker gekleurd door nationalistische pathos

(emotioneel)

Meer dagelijks leven

Enkel stadhuis (paleis op de Dam)

Veel landelijk bekende en hist gebouwen en nat gedenktekens

   

2/3 van de afgebeelde personages = hoofdrolspelers uit de pol geschiedenis

De schoolplatenserie van Wolters wordt gekenmerkt door anti-sensationele benadering van het vaderlands verleden In de jaren ’20 werden 2 platen verwijderd wegens gewelddadig

(de verovering van Tjaknegara en Floris V door edelen omgebracht)

Nederland (serie Wolters)

Accent op de tijd vd Opstand en de Gouden eeuw

Weinig aandacht voor de 18e (stereotiep vd saaie pruikentijd)

Recent verleden nauwelijks aan bod (cf geschid-wetenscappen aan de univ)

Belangrijkste onderwerp = politiek (bijna de helft (25 / 52 platen)

80-jarige oorlog – Franse tijd – 2e Engelse oorlog

enige plaat over de koloniale oorlog is weggenomen, afscheiding van Belgiê niet getoond

streefdoel = nationale verbondenheid voeden

7 platen met lid van Oranjehuis

vermijden van controversiêle onderwerpen

pol en religieuse verdeeldheid in het verleden afgezwakt of toegedekt

slechts 1 plaat met anti-orangistische beweging

(aanhouding v Prinses Wilhelmina) geen Oldenbarnevelt of De Witt

7 platen met religieus thema: gewelddadige onderwerpen vermeden

6 platen over kunst, wetenschappen en ontdekkingsreizen: kansen om nationale trots te kweken slecht benut (Rembrandt, Muiderkring,overwinteren op Nova Zembla, drukkerij Plantijn, Karel de grote in de kring zijner geleerden, Sprooksprekers in de ridderzaal )

merkwaardig: niets over inpoldering ! (internationale reputatie)

 

Nationale gedenktekens :

De 19e eeuwse gedenktekenmanie

Na de Romeinse tijd à 12 eeuwen weinig Europeanen vereeuwigd in een standbeeld

1622 Erasmus: koperen beeld te R’ dam lange tijd als grote bezienswaardigheid voor buitenlanders

na 1800 explosieve groei – overgrote meerderheid opgericht 1870-1900

Oprichten van nationale gedenktekens in Europa met hoogetpunt gedurende het fin-de-siecle (1870-1900)

Men sprak van statuomanie (meest in Italiê) en Denkmalpest

Italiê: bijna in elke plaats van omvang minstens 1 beeld ter herinnering aan het Risorgimento + 1 of meer culturele heldenbeelden

Parijs en Wenen ergst getroffen hoofdsteden door deze manie

A’dam bleef ervan bespaard ( 12 gedenktekens in de 19e, waaronder 5 standbeelden)

Typisch voor het publiek debat over uitvoering v standbeeld = vermenging van esthetische, politieke en historische argumenten Grote collectieve inspanning voor de betaling, jarenlange landelijke collectie, onthulling met uitbundig volksfeest

Niet zelden dienden esthetische bezwaren als dekmantel voor kritiek op de pol opvattingen die het monument uitdroeg

Verzet tegen Denkmalwut, oa omdat ook mindere goden een stdbeeld kregen (Selbstbedenkmalungsarroganz)

Na de eeuwwisseling liep het publiek niet meer gauw warm voor de financiering van nieuwe beelden

Stedelijke overheid hanteerde strengere maatstaven

Parijs trachtte de klok terug te draaien à veel gedenktekens verhuisd naar de parken

Duitse nationale monumenten: Typologie van Nipperdey

De Dtse onderzoeker Thomas Nipperdey heeft een typologie ontworpen om nationale monumentyen en gedenktekens te classificeren hij gaat uit van de intentie die ten grondslag ligt aan het initiatief tot oprichting van het monument

1- nationaal-dynastieke type: symboliseert de door de monarchie geconstitueerde en verenigde natie

Keizer Wilhelm II à honderden dgl monumenten in het kader van Hohenzollerncultus

Het gebouw van de Dtse Rijksdag te Berlijn en het Walhalla te Regensburg zijn vb van het nationaal-dynastieke type

1863 Bevrijdingshal van Kehlheim is een monument ter herinnering aan deVolkerenslag bij Leipzig

Dit gedenkteken is bekostigd door Lodewijk I van Beieren = national-dynastiek moument

Er waren initiatieven voor een nationaal-democratisch monument maar niet uitgevoerd

2- nationale herdenkingskerk: herhaaldelijk stemmen om nationale kathedraal te bouwen

Frederik Willem III in 1814 opdracht ontwerp van dom ter herinnering aan de vrijheidsoorlogen in de Napoleontische tijd (niet gerealiseerd)

Dom van Keulen kreeg status van nationaal symbool (vooral na ’40 toen begonnen werd met het afbouwen vd onvoltooid gebeleven kathedraal à > restauratie en voltooing à uitdrukking vh nationale eendrachtsgevoel

3-historisch-culturele type: het vereringsobject = niet-vorstelijk persoon die de grootheid van de natie belichaamt vanwege zijn prestige op een of ander gebied. Ook monumenten waarmee de natie haar helden collectief huldigt

voor 1800 alleen koningen en veldheren

19e standbeelden voor literatoren, beeldende kunstneaars en wetenschappers à bourgeoisie demonstreerde zo toegenomen macht en zelfbewustzijn

Het Pantheon te Parijs en deWestminster Abbey te London en het Walhalla in Regensburg behoren tot het historisch-culturele type

De klassieke bouwvorm is ook typerend voor de meeste 19e nationale gedenktekens ( in Dtsl) de classicistische stijl werd vanwege strakheid meest geschikt geacht om het sacrale gevoel op te wekken (gotische ontwerpen vonden geen bijval, alhoewel van Dtse bodem)

4- nationaal-democratisch type van het volk voor het volk herinneren aan de eendrachtige strijd van de natie tegen de vijand of aan een memorabele gebeurtenis uit de constituele geschiedenis

Het motief voor het oprichten van een nationaal-democratisch monument stemt overeen met dat voor de oprichting van het gedenkteken van de nationale bundeling / concentratie in zoverre beide terug te voeren zijn op een populistische grondslag

1828 Max-Josef gedenkteken hulde van burgers van Munchen aan de vorst van beieren om de grondwet

1903 gedenkteken in Frankfurt eerbetoon aan de parlementariërs in 1848 opgetreden als voorvechters van Dtse eenheid

Geen nationaal-democratisch monument voor de Volkerenslag ( 1e steen- niet verder)

1875 Hermanns-Denkmal: het jonge Dtse volk verslaat de Romeinen in Westfalen (plaats onbekend – toch spreekt men steeds van Teutoburgerwald) Voetstuk was bedoeld als erehal voor beroemde Duitsers ( in gotische stijl) Het beeld zelf in classicistische stijl

5-gedenkteken van de nationale bundeling/concentratieevenals het nationaal-democratische type op populistische grondslag, maar het weerspiegelt een aan de parlementaire democratie vijandige mentaliteit

de natie wordt niet opgevat als cultuurgemeenschap die zich verbonden weet door een mystiek solidariteitsgevoel en zich verheven voelt boven andere volkeren

vb Torens en zuilen na de dood van Bismarck à niet door overheid gepropageerd, spontane particuliere inzamelingen, grote populariteit

Eenvoudige vorm van deze zuilen ziet Nipperdey als hun wezenlijk kenmerk = behoefte aan depersonalisering richt zich niet tot de individuele toeschouwer, maar is bedoeld als middelpunt van publieke manifestaites

Nationale gedenktekens in Nederland

In 19e nauwelijks initiatieven van overheid of vorstenhuis. Nationale monumenten werden vrijwel altijd gefinancierd via landelijke inzameling; Netwerk van plaatselijke comités De collecties duurden minstens enkele jaren, tot 10 jaar toe.

De Ned afkeer van standbeelden wordt zowel door contemporaine als latere kunstcritici toegeschreven aan de zuinigheid, bescheidenheid, ongevoeligheid voor het grote gebaar en vooral aan de calvinistische weerzin tegen beeldenverering; vanaf de jaren ’40 toch in de ban van het gedenkteken

Tot 1750 slechts 5 standbeelden opgericht

Nationaal gedenkteken voor november 1813 te ’s Gravenhage geniet tegenwoordig geen landelijke bekendheid meer bij het grote publiek.(toch 1 vd belangrijkste in zijn soort / ook toen weinig bekend bij het grote publiek ) = nationaal-democratisch type

De classificatie van Nipperdey getoetst aan de Ned situatie à repetoire is veel schraler dan in Dtsland

1)nat-dynastiek

1845 bronzen ruiterstandbeeld prins Willem van Oranje (’s gravenhage)

Oranjevorsten gebruikten stbeelden niet om prestige op te krikken, wel veel bustes voor eigen paleizen

Vb geen beeld voor Willem III tot 1921 (terwijl 6 stbeelden in Engeland in 19e)

2) Nat-herdenkingskerk: nooit plannen

meest nationale gevoelswaarde = Nieuwe kerk te Delft (grafkelder Oranjkhuis, praalgraf Willem de Zwijger)

3)nat- democratisch: weinig monumenten, geen populariteit

1813 herinnering aan het herstel vd onafhankelijkheid (’s gravenhage)

1830/31 Herinnering aan den Volksgeest (Naatje-in de volksmond / vrouwenfiguur die de eendracht symboliseert à mikpunt van volkshumor, men dacht aan de vernedering ipv de eendracht à gesloopt toen trambaan verlegd werd

De Haags-Amsterdams-Rotterdamse triarchie verklaart tendele de betrekkelijke impopulariteit van de Ned nationale gedenktekens

Naoorlogse monumentnegolf :65 monumenten tussen ’45 en ‘68

Ook gedenktekens voor kunstenaars, schrijvers, wetenschappers, polici, verdienstelijke vaderlanders

Enig landelijk overzicht voor schrijvers à meest tussen 1950- 1979

Jarenlange landelijke inzamelingen zijn uitzondering geworden – bescheiden afmetingen- weinig opvallende plaats

Toenemende behoefte om representanten van de populaire cultuur te canoniseren

Nieuw verschijnsel van particuliere en speciale musea voor nog levende ambachtelijk-realistische tekenaars en schilders (vb Anton Pieck)

= nieuw type kunstenaar = tegenpool van het in de 19e geadoreerde genie

Amsterdam

Bij volgende voorwaarden : Niet alleen de uitgebeelde persoon of gebeurtenis, maar ook het gedenkteken zelf moet een nationale allure hebben, wil er van een nationaal monument sprake zijn. Goed aanknopingspunt bij het bepalen vd nationale gevoelswaarde ten tijde van de oprichting vormt de financiering (landelijke inzameling) Het monument moet zich op een opvallende plaats bevinden en plechtig onthuld zijn

à blijven alleen de standbeelden van Rembrandt en Vondel + de Van Speyck plaquette als nationaal monument over

Slechts 2 van de 5 types van Nipperdey zijn in A’dam vertegenwoordigd: het nationaal-democratisch en het historisch-cultureel type

In A’dam is gedurende de 19e geen enkel standbeeld voor een lid van het oranjehuis opgericht

Welke gedenktekens kunnen ook worden opgevat als uiting van prestige naar buiten toe ?

In de Stedemaagd presenteert de stad zich heel nadrukkelijk (boegbeeld van het voormalige raadhuis)

Mogelijk symbolisch gebaar in verband met de Paleis-raadhuiskwestie

Alle monumenten met een nationale gevoelswaarde accentueren tegelijk de betekenis van de stad. Ook standbeelden voor nationale helden hebben dat uitstralingseffect: de stad deelt in hun luister

Sebstbedenkmalungsarroganz vanaf 1922 flinke bedragen voor opdrachten aan plaatselijke kunstenaars

Multifunctionaliteit van gedenktekens

In wezen elk gedenkteken omdat het behalve memento ook als decoratie dient.

Het kan verschillende boodschappen uitdragen die niet per se met de bedoeling van de initiatiefnemer overeen moeten stemmen

Vondel en Rembrandt zijn beide vb van multifunctioneel monument


| Index | Geschiedenis | Veranderende Grenzen 1 |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

Kristin van Genderen (2002)