Veranderende Grenzen 1

Hoofdstuk 4

Auteur: van Sas

 

Leopold von Ranke: ‘het geheim vd werelgeschiedenis schuilt in de wisselwerking tussen het evoluerende staten-stelsel en de zich ontwikkelende nationaliteiten’.

Hier: het Eur statenstelsel tussen 1814-15 tot 1870.

Het ‘Europees Concert’: van 1814-15 tot de Krimoorlog (1854-56). Ingrijpende veranderingen in statenstelsel in de jaren 1859-1871. Alleen te begrijpen tegen de achtergrond vd ontwikkelingen sinds de vrede van Westfalen (1648) en de praktijk van machtsevenwicht (balance of power) daarna. Eur.Concert = samenstel van internationale gedragsregels en gebruiken.

Statenstelsel en machtsbalans

Eur statensysteem kwam tot ontwikkeling in de 16e eeuw, opkomst nationale staten (Eng, Fr, Sp). Systeem: erkenning v elkaars soevereiniteit, onderlinge relaties. Voorbeeld: It stadsstaten vd Renaissance. Diplomatieke vertegenwoordiging. Evolutie statensysteem gestimuleerd door Eur machtsconflict tussen Habsburg (Oos + Sp) en Valois (Fr). Bevorderde samenhang. Praktijk van machtsevenwicht, nog geen theorie of theoretische norm voor interstatelijk handelen. Balance of power en raison d’etat, politiek afgeleide vh staatsbelang, beheersten politiek vanaf late 17e eeuw. Nog niet bij Vrede van Westfalen, dit was rechtssysteem. Steeds meer echter praktijk van macht (Lod.XIV). Gevolg: rond 1700 balance of power aanvaard als norm (nu ook theoretisch) en als remedie tegen staten die zich aan de norm onttrokken.

18e-19e eeuw: periode van machtsevenwicht. Balanspolitiek in normatieve en feitelijke zin bepaalden internationale verhoudingen. Doorsneden door greep naar macht door Lod.XIV en Napoleon. Daarna Eur.Concert als verbeterde vorm van balanspolitiek. Vanaf Krimoorlog weer het uit de 18e eeuw bekende patroon.

Martin Wight: destillatie van wat machtsevenwicht inhield uit samenstel van theorie en praktijk vd balance of power. Kenmerken: macht moet evenredig verdeeld zijn. Streven naar vrijheid gaat vooraf aan streven naar internationale orde. Daarna (sinds vrede van Utrecht, einde Spaanse successieoorlog, 1713) kreeg het beginsel van balance of power ook een soort volkenrechtelijke status als het ‘1e artikel vd ongeschreven grondwet vh statenstelsel: duidelijke grenzen aan 2 andere centrale beginselen v internationale legitimiteit: de dynastieke erfopvolging en de nationale zelfbeschikking. Geen einde aan oorlogen. Doel balance of power niet vrede maar internationale orde. Bij dreiging v verstoring vh evenwicht: vorming ve Grote Alliantie. Onderscheid tussen grote en niet-grote mogendheden: in de periode vh klassieke machtsevenwicht: Fr, Eng, Oos, Rusl en Pruisen. In de strijd tegen Lod.XIV verloren Zweden en de Ned.Rep die status, voor hen in de plaats dus Rusl en Pruisen. Duits dualisme: Pruisen en Oostenrijk, bepaalde verhoudingen tot 1860. Fr en Eng: 100-jarige oorlog (1689-1815, met onderbrekingen): economische concurrentiestrijd annex machtsconflict, inzet: hegemonie overzee à uitbreiding Eur statensysteem over hele wereld. Slag van Trafalgar (1805): Eng winnaar. Werkingssfeer weer ingekormpen. Pas in het tijdvak vh moderne imperialisme zou het statensysteem opnieuw wereldomspannend worden. Hegemonie van Eng buiten Europa van vroege 19e eeuw tot 1870.

Frankrijks greep naar de hegemonie

Fr.Revolutie en Napoleon: van 1792 tot 1815. Coalitieoorlogen tegen Fr. Twist over inzet: strijd tussen 2 ideologische systemen: het conservatief-monarchale vh AR en het republikeins-nationale vd revolutie (vorsten- vs volkssoevereiniteit). Maar ook vloeide het voort uit machtspolitieke tegenstellingen die er al langer waren. Begin (1792): ideologische strijd AR-Revolutie. In Fr Assemblée steun voor oorlog door provocatie Oos à agressief nationalisme schiep beeld v Oos als vijand van Fr en van de revolutie. Fr volk tegen Eur vorsten à oorlogen kregen karakter van nationale oorlogen. Maar machtspolitiek ging meespelen (Eng). Eerste Coalitieoorlog (1792-1797): succes voor Fr (Ned à Bataafse Rep, It). Na de vrede van Capo Formio stond Eng alleen à rond 1800 gedachte in Eng dat alleen een nieuwe Grote Coalitie het Fr gevaar kon keren, duurde echter tot 1813. Tot die tijd Pruisen neutraal, Oos en Rusl met Fr verbonden. Voor Eng wel hegemonie overzee. Eng wilde Grote Coalitie ook met doel: vrede in Eur.

Revolutie en nationalisme

Effect vd oorlogen vd Fr.Rev/Nap op de ontwikkeling vh nationalisme als ideologie was paradoxaal. Strijd voor idealen vd revolutie gevoerd met fel nationalistisch elan dat in andere landen vergelijkbare tegenkrachten opriep, zeker toen de oorlogen machtspolitiek werden à bestaande gevoelens van nationale saamhorigheid geaccentueerd. In ieder land anders. Rusl en Sp: defensief (bescherming religieuze orthodoxie). Elders: modern nationalisme: ideologisch, missionair, activistisch, integratief naar binnen en zich afschermend naar buiten. Bv Pruisen. Ned: Bataafse revolutie in 1800, hier droeg nationaal bewustzijn vooral een cultureel karakter.

Het breukvlak vd Eur revoluties en de Napoleontische overheersing vormt een cruciale periode in de ontstaansgeschiedenis vh moderne nationalisme. Niet alleen qua verzet. Politieke en administratieve modernisering en uniformering droegen bij aan scheppen ve nationale communicatiegemeenschap (facet van staats- en natievorming). Fundament voor unificatie v D en It. Afbraak Fr machtspositie door overschatting (veldtocht naar Rusl, 1812). 1813 toetreding Oos tot coalitie.

Restauratie, Quadruple Alliantie, Heilige Alliantie

Gemeenplaats: de overwinnaars van Nap maakten de fout de eigentijdse krachten van liberalisme en nationalisme te negeren. Liberalen en nationalisten vd volgende generatie stelden dat de machten vd Restauratie terug wilden naar de pre-revolutionaire situatie: legitimiteit voorop, in teken van troon en altaar. Was niet het doel, ook niet in Fr (‘legitieme’ Bourbon op troon). Opportuniteit belangrijker dan legitimiteit. Doelstellingen: vestigen ve stabiele internationale orde, uitgaande vh klassieke 18e eeuwse machtsevenwicht met extra waarborgen. Wel anti-revolutionair, afkeer van liberalisme en nationalisme.

Afrekening met Nap in 2 bedrijven: nederlaag bij Leipzig in 1813, Nap teruggedrongen. Verbannen naar Elba. 1e vrede v Parijs (mei 1814). Congres van Wenen (1814-1815). Maart 1815: Nap ontsnapt van Elba, nieuwe regering van 100 Dagen, definitieve nederlaag bij Waterloo in juni 1815. Verlangen naar vrede à Vierde Coalitie na de oorlog voortgezet, bevestigd in de alliantie van Chaumont in 1814. Alleen grote mogendheden mochten volkslegers op de been brengen. Samenwerking tussen Eng, Rusl, Oos en Pr werd bij de 2e vrede van Parijs (nov.1815) voortgezet in de Quadruple Alliantie: grote mogendheden zouden ook in vredestijd overleg plegen. Tegen Fr gericht. 1830: nieuwe Fr.Revolutie, QA geactiveerd. QA belangrijker dan Heilige Alliantie (sept.1815): mystiek-religieuze vorstenliga op initiatief van tsaar Alexander I; geen praktische waarde, meer symbolisch. Nationalistische en liberale voorstelling vd HA: reactionair en conservatief; in de praktijk echter eerder progressief. Twee interpretaties van Eur: een Eur van vorsten (HA) en het eigenlijke Eur, opgevat als een coalitie van volkeren met gemeenschappelijk belang. Het ‘systeem Metternich’: gezien als ideologisch gefundeerd behoudsstelsel. Echter niet gedreven door principiële conservatieve overtuiging, maar bepaald door pragmatische behartiging van Oos belangen.

Congressensysteem en Europees Concert

Congres van Wenen: Eur verdeeld in invloedssferen à accentuering onderscheid grote mogendheden. Na 2e vrede van Parijs: Fr strenger aangepakt: herstelbetalingen, bezettingsleger, opsluiting binnen oude grenzen à Fr nationalisme. Ambitie om Z-Ned en Rijnland terug te krijgen; streven naar herstel v traditionele invloedssferen in It en Sp. Kern Eng invloedssfeer: Ned, Port, route naar India. Na 1815 afwending van Eur.

Rusl behield Polen en Finl, invloedssfeer Balkan. Tot 1820 ‘Russische dreiging’.

Oos: territoriale staat, aaneengesloten grondgebied, Belg afgestoten, gebied in It versterkt; invloedssferen in D en It. Geen nationale staat. Metternich ‘baron de balance’, bewaker vh Eur evenwicht. Pruisen: speelde 2e viool naast Oos. Duits dualisme: Duitse Bond, federatie, 39 leden, Oos en Pr grootste; rol voor ‘Derde D’: de Zuidduitse Mittelstaaten. Machtsverdeling Centraal-Eur: Pools-Saksische kwestie tussen Rusl (Polen) en Pr (Saksen). Verzet Eng, Oos en Fr tegen verdeling. Compromis: Rusl kreeg Polen, Pr een deel van Saksen, gecompenseerd met Rijnland-Westfalen. Deze westelijke oriëntatie heeft basis gelegd voor D eenheid.

Congressensysteem van 1814-1823 niet te modern voorstellen. Meer bijeenkomsten ad hoc. Na Wenen congressen in Aken (1818), Troppau en Laibach (1820-21) en Verona (1822-23). Kloof tussen liberale Eng en Fr, en conservatieve Rusl, Oos en Pr. Mediterrane crisis 1820-23: golf van revoluties in Sp, daarna heel Z-Eur. Rusl, Oos en Pr voor ingrijpen, Eng tegen. Niet ingrijpen uit naam van Eur, maar met beroep op eigen nationale veiligheid. Dus congressensysteem eigenlijk geen systeem. Veel duurzamer: Eur.Concert, geheel van stilzwijgende regels en afspraken ter voorkoming ve grote Eur oorlog. Tot Krimoorlog. Bouwde voort op onderscheid tussen grote mogendheden en de rest. Beperking in nastreven van internationale ambities, respect voor elkaars territoriale integriteit en invloedssferen. Samenwerking door congressen. Vraag: bleef confrontatie uit door Eur.Concert, of leiden we het bestaan ervan af uit het feit dat er geen conflicten waren in die tijd?

Revolutie met duurzaam effect: Griekse onafhankelijkheidsstrijd (1821) tegen Turken. Oosterse Kwestie constante bron van onrust. Intern machtsverval Osmaanse rijk bedreigend voor evenwicht in Eur. Oos en Rusl: buren; Eng betrokken voor veilige landroute naar India, Fr greep het aan om orde te verstoren. Filhellenisme: sympathie voor Griekse opstand. Liberale, nationale en romantische sentimenten. Succes Gr opstand door steun van Rusl, Eng en Fr, die uit machtspolitieke overwegingen werd verleend. Verbinding tussen de mediterrane revolutiegolf van 1820 en het complex van revoluties van 1830-32.

Rondom 1830

Vanaf 1828 politieke spanningen à verlangen naar liberale hervormingen. Katalysator: Fr.Revolutie van 1830 (Juli-rev). Belgische revolutie (1830). Samenhang nationaliteit-statensysteem: was veel minder een nationale opstand dan is aangenomen; bundeling van liberale sentimenten tegen bewind Willem I. Onafhankelijkheid B resultaat van Eur.Concert. Compromis tussen Eng, Fr en Pr, waarin Oos en Rusl zich moesten schikken. Pragmatische aanpassingen binnen bestaande machtsevenwicht.

1830 breukjaar: succes (liberale hervormingen). Liberalisme en nationalisme hand in hand tot 1848. Veranderingen speelden zich alleen af binnen bestaande staatskundige grenzen. Negatieve tegenhanger van B: falen van onafhankelijkheid Polen. Emigratie van 10.000 Polen naar Parijs. Parijs hoofdstad vd wereldrevolutie, kraamkamer vh nationalisme; kosmopolitisch karakter, niet gericht op verheffing eigen natie.

Mazzini: samenhang tussen vrijheid en nationaliteit, oprichting Jong-Europa in 1834: diende de revolutionaire idealen, elke natie in Eur had eigen taak te vervullen.

In D wekte de zaak vd Polen de sympathie vd liberalen. Nationalisme en internationalisme hand in hand (bv op het Hambacher Fest van 1832: hoogtepunt D-nationale beweging) vrijheid en eenheid gekoppeld aan solidariteit met andere onderdrukte naties. Dus effect v revoluties 1830-32 op internationaal niveau beperkt. Restauratie voorbij, overal liberalisme en nationalisme. Versterking gedragscode Eur.Concert.

Samenwerking Eng-Fr in B-kwestie niet uit ideologische motieven, maar om Fr in toom te houden. Later in jaren 30 wel ideologische blokvorming, gericht tegen conservatieve autocratieën. Door gebeurtenissen in Sp en Port. Kampten met opvolging waarin conservatieve en liberale partijen tegenover elkaar, gesteund door reactionair oostblok en liberaal westblok. Ideologische motieven niet overdrijven. Fr: drang naar herstel van invloedssferen.

Oosterse Kwestie (1831): onderkoning Egypte (Mohammed Ali) in opstand tegen sultan, deze werd gesteund door Rusl. In 1839 Turken in offensief tegen Mohammed Ali. Oosterse crisis gekoppeld aan machtsverhoudingen tussen de 5 mogendheden. Eur.Concert faalde: Fr bleef Mohammed Ali steunen. Eng nam initiatief tot QA met de 3 conservatieve mogendheden om Mohammed Ali op de knieën te krijgen à Fr dreigde Rijngrens te veroveren (Rijncrisis, 1840). Voorbeeld van op elkaar inwerken van nationaliteitsgevoelens en de dynamiek vh statensysteem: Fr anti-Weens ressentiment, in D nationalistische massareactie. Fr gezien als vijand en bezetter vh Rijnland. Rijn werd totem vd D eenheid, kreeg centrale plaats in nationale mythevorming. Grote impuls D nationalisme door Rijncrisis: stimulatie D-nationale verenigingen. Keulse Dom symbool vd D eenheid. Eenheidsgevoel had conservatieve trekken (anders dan bij Hambach), Pr vorst verbonden met D vaderland. In Fr werd Rijngrens-revisionisme de kop ingedrukt, in D had het een militant-nationalistische reactie opgeroepen die de relatie met Fr blijvend zou beïnvloeden.

Rondom 1848

‘Lente vd naties’ in 1848: liberale en nationale verlangens werkelijkheid in Eur. Revoluties in Fr en Centraal-Eur. In Oos en zijn invloedssferen (Wenen, Praag, Hong, D en It). Ondermijning systeem-Metternich (M was tegen liberalisme en nationalisme). M gevlucht. Revolutie mislukte. Binnenlandse tegenstellingen werden internationaal. Revolutie N-It afgeslagen door Oos. Fr kreeg wel vaste voet in Midden-It (Lod.Nap). Pr: revolutie in Berlijn, internationaal: Sleeswijk-Holstein tegen Denemarken. Noord-D en Noord-It kregen voorproefje van processen van eenwording-van-bovenaf enkele jaren later. Oos grote verliezer van 1848. Discussie over vorm D natie: groot-D met Oos; klein-D met Pruisen als kern. Maar Frederik Willem IV van Pr wilde de kroon niet. Plan minister Radowitz: Pr hoofd D bond zonder Oos à verzet Oos met succes met hulp van Rusl. Duitse Bond hersteld. Nederlaag Pr vastgelegd in Olmützer Punktationen (1850). Dus mislukking doelstellingen eenheid en vrijheid. Koppeling liberale aan nationale gevoelens niet langer vanzelfsprekend. Machtshebbers triomfeerden met Realpolitik. Processen van eenwording in D en It niet van onderop, maar van bovenaf. Ook Fr speelde mee met Realpolitik: Nap III maakte gebruik vd ongewisse internationaal-politieke situatie na 1848. Wel prioriteit aan binnenlandse doelstellingen vd revolutie. Blijvend ressentiment tov Weense orde van 1815. Nap III kreeg beslissende rol in It eenwording.

De Krimoorlog als breuk

Nap III ging zich mengen in Oosterse Kwestie. Prestigeconflict met Rusl. Inzet: bescherming Jeruzalem. Sultan moest buigen voor Fr, Rusl beledigd, bezette Modavië en Wallachije, Oos beledigd à internationaal conflict, de Krimoorlog (1854-56). Rusl tegen Turkije, deze gesteund door Eng en Fr, Oos erbuiten. Geen ‘totale’ oorlog, veel gepraat. Rusl verloor. Ondermijning Eur.Concert. Dreiging grote Eur oorlog bezworen. Geen link tussen Oosterse Kwestie en W.Eur spanningen, omdat Fr zich beheerst had en D erbuiten bleef. Na Krimoorlog kaart van Eur herzien, niet door nationalisme van onderop, maar door Realpolitik in internationale verhoudingen. Conflicten van beperkte omvang (muv de Fr-D-oorlog). Machtsevenwicht bleef bestaan, hegemoniale rol v 1 vd mogendheden niet getolereerd.

Staatsvorming door verovering

1856 verdrag van Parijs, einde Krimoorlog, met regeling bedoeld om internationale conflicten te voorkomen. Paradox: poging Eur.Concert te formaliseren op het moment dat het had gefaald. Eur.Concert als gedragscode sprak niet langer vanzelf. Internationale diplomatie veranderde van karakter: eerst erop gericht vrede te bewaren, defensief; na 1856 precies omgekeerd: diplomatie instrument voor oorlog, offensief. Realpolitiker Nap III, Cavour en Bismarck gericht op bevestiging machtsevenwicht. Discussie: was Krimoorlog scherpe caesuur in Eur.Concert? voor 1854 solidariteit kwestie van eigenbelang; chronische Oosterse Kwestie bleef onder controle dankzij samenwerking grote mogendheden; met Congres van Berlijn (1878) keerde Eur.Concert in afgezwakte vorm terug.

Voorbeeld offensief verbond: Pact van Plombières van 1858 tussen Nap III en Cavour, gericht op aanval op Oos. Geen revolutionair-nationalistisch sentiment, maar machtspolitieke berekening. It eenwording (1861) door samenwerking Cavour-Nap III in 2 bedrijven: verovering N-It gevolgd door nationalistische actie van Garibaldi in Zuiden, gemanipuleerd door Cavour. It wel theoretische natie, kloof tussen N-Z. Oos verloor sleutelrol als bewaker vh Eur machtsevenwicht. Pr gebruikte verzwakking Oos: eenwording op klein-D, dus groot-Pr grondslag. Veel duidelijker begrip wat natie was dan in It (taal en cultuur). Maar ook hier Realpolitik: staatsvorming door middel van verovering. Echec van 1848 had samengaan van liberale en nationale sentimenten doorbroken; conservatief Bismarck gebruikte nationale sentimenten. Koppelde streven naar eenheid los van dat naar vrijheid, realiseerde eenheid mbv de dynamiek vh Eur evenwicht door herziening D systeem. Pr machtspolitiek: overvleugelen van Oos. D eenheid in 3 bedrijven:

Pr-D kwetsbaar à complexe evenwichtspolitiek nodig, politiek erop gericht positie in Eur en de wereld te consolideren. Bij inlijving Mittelstaaten zorgde Bismarck ervoor geen liberaal-nationalistische sentimenten op te wekken. D-nationalisme vond uitlaatklep in annexatie Elzas-Lotharingen. Ressentiment in Fr: Elzas ‘le coeur de la France’. Na WO I kreeg Fr het weer terug, in 1940 weer verloren, in 1945 definitief bij Fr.

Duitse eenheid dus product van Pruisische machtspolitiek, niet van Duits nationalisme. Riep wel aan weerszijden fel-nationalistische sentimenten op, bevestigde de samenhang van nationaliteit en statensysteem die Ranke had gesteld. Toch was de D eenwording vanuit deze klassiek-Rankeaanse optiek paradoxaal: de conservatieve Realpolitiker Bismarck stond uiterst wantrouwend tegenover het ideologische geweld van liberalisme en nationalisme. Anderzijds maakte hij gebruik vd kater die de D nationalisten hadden overgehouden aan het echec van 1848. Ook riep hij door annexatie van Elzas-Lotharingen nationalistische spanningen op die de verhoudingen in Eur nog driekwart eeuw zouden belasten.


| Index | Geschiedenis | Veranderende Grenzen 1 | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

Winnie de Keizer (2002)