Hoofdstuk 5
Vanaf 1890 toenemende spanningen in Eur: oude, nationale tegenstellingen en conflicten over de imperialistische verdeling vd wereld à WO I en verzet tegen imperialisme.
Het stelsel van Bismarck onder druk
Bismarcks systeem
Keizerrijk van 1871 uitgangspunt.
1866: conflict Berlijn-Wenen à klein-D staat zonder Oos-Hong olv Hohenzollern; annexatie Westduitse gebieden (Wache am Rhein).
1870-71: Zuidduitse staten betrokken (Beieren, Württemberg en Baden) in front tegen Fr à nederlaag Fr bij Sedan, eind Nap, Elzas-Lotharingen naar D. Pruisische koning werd keizer vh verenigd D. Nationale eenheid van bovenaf in conservatief-monarchale vorm. Doel Bismarck: erkenning en respect voor D door middel van bevorderen stabiliteit en vrede (geen pacifisme), vermijden van oorlog.
1873: Driekeizersovereenkomst: D, Oos, Rusl. Doel: instandhouding vrede.
1874-75: Krieg-in-Sicht-crisis, D en Fr. Aanleiding: Fr legerhervormingen. Angst voor anti-D coalitie (Eng en Rusl). Druk op Bismarck om tov Fr in te binden.
1875-78: Balkancrisis. Verval Osmaanse Rijk. Rusl, Oos-Hong en Eng belanghebbenden. Vergroting macht Rusl bij vrede van San Stefano (1878). Eng dreigde met militaire actie. Bismarck ‘makelaar’.
1878: Congres van Berlijn, evenwicht hersteld. Rusl leverde wat in, Eng kreeg Cyprus, Oos-Hong mocht Bosnië-Herzegowina bezetten. Laatste keer dat het Eur.Concert werkte. Rusl niet tevreden. Bismarck trachtte blok te vormen v Midden-Eur staten (met Oos-Hong), Wenen weigerde.
1879: Duits-Oos Tweebond: wederzijdse bijstand bij Rus aanval, neutraliteit bij aanval door Fr.
1881: uitbreiding Tweebond met It (Driebond). Achtergrond: Fr-It tegenstellingen in N-Afr. Servië en Roemenië associeerden zich met Driebond.
1881: versterking Driekeizersovereenkomst tot verbond. Doel: Rus sterker aan D binden. Neutraliteit, geen veranderingen op Balkan.
1883-84: Bismarck had aanvankelijk geen interesse in koloniale politiek, toch plotseling claim gelegd op Afr gebieden. Lagen in Eng invloedssfeer. Samenwerking met Fr koloniaal politicus Ferry. Gevolgen: toenadering Fr-D, toespitsing koloniale tegenstelling Fr-Eng. Geen Fr-D blokvorming. Ferry kwam ten val, spanningen keerden terug.
1885: Bulgaarse crisis. Slinken invloed Rus, toename spanning met Oos.
1887: Bismarck trachtte Rus dreiging in te dammen met bi- en trilaterale verdragen: Eng-It; D-It en Eng-It-Oos, de Oriënt-Driebond. Isolering Fr tov It, afschrikking van Rus tov Oos en Eng. Hoogtepunt Bismarcks diplomatie: binding van Eng aan anti-Rus veiligheidssysteem.
1887: Rückversicherungsvertrag (Herverzekeringsverdrag) tussen D en Rus: neutraliteit, erkenning rechten van Rus op Balkan.; hield tsaar af van zoeken v steun bij Fr. Dit D-Rus verdrag stond haaks op het Midden-Eur systeem van Driebond annex Oriënt-Driebond.
Elementen van Bismarcks politiek deden denken aan het Eur.Concert. Maar ook machtspolitiek, geheime diplomatie, interne tegenstrijdigheden.
De crisis vh Eur.Concert
1890: aftreden Bismarck. Wilhelm II drukte stempel op buitenlandse politiek, niet ten goede. Geen verlenging Herverzekeringsverdrag. Wilde Eng sterker aan zich binden (dmv toetreding tot Driebond). Verscherping tegenstellingen Eng-Rus en Eng-Fr. Rus zocht toenadering tot Fr.
1892: Fr-Rus militaire conventie. Elkaar helpen bij D aanval; beide mobiliseren als 1 vd leden vd Driebond dat zou doen. Samenwerking ook financieel-economisch.
D-Eng betrekkingen liepen uit de hand. D mengde zich in koloniale conflicten.
1896: Transvaal-crisis. Jameson-raid: inval Eng in Transvaal, Wilhelm II wilde militaire interventie (gebeurde niet, maar Eng beledigd).
1900: D streven naar wereldmacht via vloot, Welt- und Flottenpolitik. Admiraal Von Tirpitz, bluf. Wel zijn D en Eng diplomaten steeds bezig geweest betrekkingen te verbeteren. Eng zag D vlootopbouw als provocatie.
Door Fr-Rus verdrag en ontsporing vd verhouding met Eng gingen evenwicht en stabiliteit vh Eur.Concert verloren. Term in D: Einkreisung om opvoeren bewapening en uitbouw vloot te rechtvaardigen. Omsingeling was niet de bedoeling van Eng. Ook in D niet om publieke opinie te beïnvloeden.
Verdragsystemen en crises
Verzwakking Driebond door wegvallen It, legde conflict bij met Fr over koloniën (1902: neutraliteitsverdrag It-Fr). Afwending van It van kolonialisme; wel heropleving oud conflict met Oos vanwege irredenta (Zuid-Tirol, Triëst, Istrië).
1904: Entente Cordiale tussen Eng en Fr. Eng vrije hand in Egypte, Fr in Marokko. Extra argument: verslechtering Eng-Rus verhouding. Expansie Japan in China. Vedrag Japan-Eng in 1902. Dus combinatie Fr-Rus en Eng-Jap kon bij conflict Rus-Jap uitlopen op oorlog Eng-Fr, wat men niet wilde. Rus-Jap oorlog van 1904-05 uitgevochten zonder inmenging Eng of Fr. Jap won.
D keizer erkende Entente niet, verklaarde Marokko onafhankelijk. Korte verbetering D-Rus verhouding. Rus had niet veel behoefte aan D door gunstige vrede van Portsmouth (einde Rus-Jap oorlog). Ook door financiële hulp van Fr aan Rus. Eng-Fr militair overleg, Entente Cordiale politiek-militair uitgebouwd. Internationale conferentie over Marokko, Fr in gelijk gesteld à nederlaag D diplomatie.
1907: Eng-Rus Entente: bijleggen imperialistische conflicten in Azië.
1908-09: Balkan-crisis. Annexatie Bosnië-Herz door Oos, tegen Servië gericht. Ook anti-Rus effect. D achter Oos. Succes voor Tweebond: annexatie bleef gehandhaafd.
1909-1911: even leek het erop dat D via bilaterale onderhandelingen de Triple Entente (Eng, Fr, Rus) kon laten desintegreren. Uiteindelijk weinig resultaten.
1911: D inmenging in Marokko-kwestie. Vlootactie à Fr bedreigd, door Eng gezien als provocatie.
1912: mislukken Haldane-missie naar Berlijn om neutraliteit v Eng versus vlootbeperking D. Versterking betrekkingen leden Entente.
1912-13: Balkancrisis, bevestigde Fr-Rus verhouding. Eng-Rus schakel de zwakste.
1912-13: twee Balkanoorlogen. 1e: Servië, Bulg, Griek en Montenegro tegen Turkse Rijk. 2e: onderlinge oorlog om verdeling buit. Gadegeslagen door Rus en Oos. Fr achter Rus. D was voorzichtig.
Dus tussen 1904 en 1914 werd de Bismarck-variant vh Eur.Concert op z’n kop gezet. Aaneenschakeling grote en kleine crises. Paradoxaal effect vd onrust: zowel de kracht vd verdragen als de onderlinge vijandigheid vd allianties nam toe. Algemene verharding en immobiliteit. Meer dan ooit werd buitenlandse politiek beïnvloed door de publieke opinie. Nationalistische druk op regeringen. Vooral in D: Von Tirpitz, gesteund door Krupp, richtte Flottenverein op, propaganda voor vloot. Had 1 miljoen leden! Vloot populair bij publiek. Ondersteuning politici door verenigingen, bv Alldeutsche Verband, Wehrverein. In oudere nationale staten was het nationalisme gematigder, maar niet afwezig. Bv in Ned: nationalisme oiv koloniale aangelegenheden (Atjeh, Z-Afr).
De imperialistische expansie en de hieraan verbonden conflicten buiten Eur kregen steeds meer effect op de verhoudingen in Eur zelf.
Het moderne imperialisme
Het verschijnsel imperialisme
1881-1914: het tijdvak vh imperialisme. Andere benaming: de nieuwste of contemporaine geschiedenis. Relativering: niet het tijdperk vh imperialisme, was meer onderdeel van omvangrijker geheel van fundamentele veranderingen: cultureel, 2e ind.revolutie, vernieuwingen in politieke partijenwezen en socialisme, beïnvloeding staat en maatschappij. Wel algemene aanvaarding van onderscheid oud en modern imperialisme. Caesuur: 1881. Vestiging Fr protectoraat over Tunis, begin ‘wedloop om Afr’. Modern imperialisme: territoriale verwervingen en annexaties, die een formele, bestuurlijke verantwoordelijkheid vd staat kenden. ‘Trade follows the flag’: handel vindt plaats na politieke en bestuurlijke maatregelen. Centraal bestuur, systematische exploitatie. In de klassieke jaren van de vrijhandel (Eng) werd imperialisme verafschuwd. Gallagher en Robinson: ‘indien mogelijk handel onder informeel toezicht; zonodig handel met formeel bestuur’. Zonodig volgde de vlag de handel = informeel imperialisme. Na 1881 werd heel Afr verdeeld. 1884 conferentie in Berlijn. Congo-Vrijstaat (bezit Belg koning) erkend, daaromheen vrijhandelsgebied. Verplichting tot bekendmaking bezetting en bestuur. Belangrijkste rivalen: Eng en Fr. Erkenning Eng aanwezigheid in Egypte à Entente van 1904.
Z-Afr: 1881, 1899 en 1902 oorlogen tussen Eng (Cecil Rhodes) en Boeren.
Informeel imperialisme in Azië. China nooit gekoloniseerd doordat grote mogendheden elkaar daar vanaf hielden. Open-deur-politiek: gelijke rechten voor handeldrijvenden van alle naties (VS). Ook in restanten van Osmaanse Rijk: Klein-Azië, Midden-Oosten, Perzië, Afghanistan en Siam. Wel ongelijke verdragen.
Formele koloniën in Brits- en Ned-Indie. Ook Fr, D, VS en Port verwierven Aziatische koloniën.
Oorzaken en achtergronden
Geen eenstemmigheid. Algemene verklaringen:
Allemaal monocausale verklaringen. Nu meer aandacht voor politiek-ideologische factoren. Bovendien: in verschillende staten wijken oorzaken en achtergronden nogal af:
Fr: prestigepolitiek ter compensatie vd nederlaag tegen D en verlies Elzas-Lotharingen.
Eng: handelsbelangen, daarom aanvankelijk informeel imperialisme.
D en It: van weinig betekenis. Gevoed door nationalisme en facisme. Verband tussen verlate natie-vorming, gefrustreerd imperialisme en nationaal-socialistisch/fascistisch expansionisme.
Rus: continentale expansie (Balkan, Centraal-Azie en Verre Oosten), gericht op verleggen grenzen vd staat door prestigedrang, om binnenlandse crisis meester te worden (sociaal-imperialisme).
VS: informeel imperialisme voor industriële expansie en exportmogelijkheden.
Verzet
Primair verzet: de afwijzing en tegenstand vd vertegenwoordigers vd bestaande lokale machtsstructuren. Verzet elite met loyale onderdanen. Beter woord: resistentie. Veel kleine en grotere oorlogen, meestal won de blanke. Tweede vorm (niet echt ‘primair’): boerenopstanden, vergelijkbaar met die in Eur tijdens het AR. Voorheen gericht tegen autochtone macht, nu tegen koloniaal bestuur.
Nationalistisch verzet: bestrijding kolonialisme ten dele door overnemen van westerse verworvenheden. Onderscheid tussen godsdienstig-cultureel en politieke bewegingen. Godsdienstig: benadrukken oude tradities, bv islamitische renaissance. Wel met aanpassing aan westerse beschaving op gebied van technologie, exacte wetenschap, onderwijs ed. Streven islam-wereld te verenigen. Nog verder in aanpassing aan het westen gingen de politieke bewegingen. Nieuwe elite van inheemse mensen die gestudeerd hadden. Richtten zich ook tegen traditionele inheemse heersers. Koloniaal bestuur onder druk, later eisen van autonomie en onafhankelijkheid.
In Azië was voor WO I dit nationalisme al krachtig aanwezig. Gestimuleerd door Japanse voorbeeld. Ook in informeel gekoloniseerde gebieden dergelijk nationalisme, bv in China.
Tot 1914 bleef het socialistisch anti-kolonialisme marginaal. Zowel in Eur als in de koloniën. Pas veranderingen na de Rus.Revolutie.
Godsdienstig en politiek nationalisme in de Islam-wereld en in Azië ligt een stuk voor op de ontwikkeling in Afrika, door verschil in beschavingsniveau.
Anti-koloniaal nationalisme versterkt door WO I. VS antikoloniaal. Dekolonisatie in Azië na 1945, in Afrika na 1960. Door moederlanden zelf, maar zeker ook door verzet vd gekolonialiseerden zelf.
WO I
Een grote oorlog
Oorzaken: niet alleen imperialisme. Wel spanningen tussen D en de Entente-landen, maar ook tussen Entente-leden onderling. Typisch aan imperialisme is ook vaardigheid in oplossen van problemen. Belangrijkste is de imperialistische versterking vh nationalisme. Naast imperialisme en nationalisme ook machtspolitieke tegenstellingen, gegroeid in de 15 jaar voorafgaande aan 1914, versterkt door vastlegging in verdragen. Hierdoor versterking interne samenhang in beide machtsblokken en toename wantrouwen.
Julicrisis 1914: moord op Oos-Hong troonopvolger Franz Ferdinand in Serajewo (Bosnië) door een Serviër. Diplomatieke crisis tussen Oos-Hong en Servië. Door houding grote mogendheden oorlog begin augustus. D achter Oos. Rus mobiliseerde. Eng wilde niet neutraal blijven. D verklaarde Rus en Fr de oorlog. Schending Belgische neutraliteit door D, Eng verklaarde oorlog aan D. Gespreide verantwoordelijkheid: D niet alleen de schuldige. Tweefrontenoorlog. Von Schlieffen-plan. Eerst naar Parijs. Snelle veroveringen in het westen. In oosten in Rus gevochten. Dus geen oorlog op D bodem. Weinig beweging in fronten. 1917: keerpunt. Revolutie in Rus haalde Rus uit oorlog à meer druk op westelijk front. VS mengde zich erin vanwege bedreigde handel, gaf beslissende wending. Vrede in 1918.
Eerdere recente oorlogen korter en minder gruwelijk. 60 miljoen soldaten. De Centralen: D, Oos-Hong met Turk, Bulg. Geallieerden met It, Roem, Jap, China, Lat.Am, VS.
8,5 miljoen doden, 15 miljoen gewonden.
Staten in alle staten
Overal nationalisme. Socialisten: opschorting klassenstrijd, toedekken sociale tegenstellingen. Steun aan regeringen. Geen stakingen. Opmerkelijk, want zagen oorlog als exces van kapitalisme. Maar integratie vd arbeidersklasse in de naties, socialistische partijen in politieke systemen. Door verminderde invloed marxisme en succes vh reformisme. Twee tendensen in het optreden van regeringen:
1917: muiterijen in legers, vooral Fr. Ontevredenheid onder burgers. Toename stakingen met politieke motieven. Weigering parlementaire steun voor oorlogskredieten, strijd tegen invoering algemene dienstplicht in Eng, oproepen tot vrede zonder annexaties. Ook socialistische partijen uitten onvrede. Staten met parlementair-democratisch systeem bleken in staat tot aanpassingen en konden blijven rekenen op loyaliteit vd bevolking; cohesie vd staat niet in gevaar. Daardoor overwinning Eng, Fr, It. Staten met regimes vh AR bezweken, bv Rus, Habsb.Rijk: Oos rompstaat. D werd republiek. Problemen stamden al van voor 1914.
Oorlogsdoelen en vredesverdragen
Boek van Fritz Fischer over D oorlogsdoelen. Oorlogsdoelenpolitiek buitengewoon agressief, veronderstelde continuïteit tussen politici van 1914 en Hitler. Duitse doeleinden van 1914:
Pluspunt boek Fischer: stimulans voor onderzoek naar oorlogsdoelen. Fr bleek even vergaande doelen te hebben als D: een zo zwaar mogelijke nederlaag voor D; terugkrijgen van Elzas-Lotharingen, herstel B onafhankelijkheid; annexatie Saargebied en Rijnland (Rijn = natuurijke grens). Versterking banden met B en annexatie deel Lux. Uitbreiding invloed in O-Eur, mn Polen. Verschil met Eng: in Sykes-Picot-agreement over Midden-Oosten (1916) tussen Eng en Fr verdeelde men het gebied in invloedssferen, Eng zou India krijgen; D koloniën verdelen. Continentaal Eur op 2e plaats = oude concept van balance of power. Pruisisch militarisme indammen, maar D moest spoedig herstellen à geen overheersende positie voor enig land. Ook gericht op handelsbetrekkingen met D. Eng en Fr hier lijnrecht tegenover elkaar.
VS: Veertien Punten van president Wilson, uitgangspunt voor vredesconferenties. Wilde herstel evenwicht in Eur. Voorstel territoriale veranderingen, gebaseerd op nationaliteitsbeginsel. Ontwapening. Opzetten Volkenbond voor vrede en veiligheid. In de koloniale kwestie moesten de belangen vd overheerste volken aan bod komen, tegen zere been vd koloniale mogendheden. Idealen parallel aan Amerikaans eigenbelang (vrijhandel, vrije zeevaart). Onderhandelingen tussen Wilson, Clemenceau, Lloyd George en Orlando (leiders winnende staten). Vredesverdragen opgelegd aan Oos-Hong en Turk, oa over grenzen vd nieuwe staten op de Balkan en in O-Eur. Tijdelijke maatregelen ter economisch herstel Eur.
Verdrag van Versailles (opgelegd aan D): Fr kreeg Elzas-Loth terug. Rijland gedemilitariseerd en van voorlopige geallieerde bezetting voorzien, Saargebied onder toezicht van Volkenbond geplaatst, Dantzig ook en dus niet bij Polen gevoegd. Sudetengebieden bij Tsjech-Slow. Geen annexatie koloniale gebieden, maar mandaatsysteem: beide overwinnaars gingen mandaatgebieden namens de Volkenbond besturen. Deze oplossing ook voor Arabische, voormalig Turkse gebieden in Midden-Oosten. D leger flink gereduceerd. D hoofd-verantwoordelijke voor de oorlog (art.231) à herstelbetalingen, hoogte van bedrag later vastgesteld.
Kritiek op radicale houding van Fr, vooral in VS. Gering effect vd 14 Punten à verdrag niet geratificeerd door Am.Senaat. Kritiek op economische gevolgen vd harde behandeling van D voor Eur, geformuleerd door Keynes (Eng). Afwijzing verdrag in D, art.231 als onrechtvaardig ervaren. Kritiek kwam neer op politici vd Weimar-Republiek, die de oorlog niet begonnen was, maar wel de vernederende vrede moest tekenen en voor het nakomen vd bepalingen verantwoordelijk was. Nazi’s hadden hiermee een wapen tegen de democratische Republiek van Weimar = meest fatale gevolg vh vredesverdrag.
Voorstel van Wilson om Volkenbond op te richten werd overgenomen. Doel: vrede en veiligheid waarborgen langs collectieve weg; afrekenen met systeem van allianties, geheime diplomatiek en machtspolitiek. Volgens Wilson lagen daar de oorzaken vd oorlog. Doel Volkenbond mislukt, zie WO II. Zwakke punten: beperkte sancties tot financieel-economische. Bond kon geen verplichting tot militair optreden opleggen. Verschillende grote mogendheden geen lid. Sovjet-Unie pas in 1934 lid, VS nooit lid geworden. In VS teleurstelling over geringe resultaten oorlog en over Versailles à politiek van isolationisme.
Besluit
Eur in 1890 / Eur in 1919: wereld van verschil. Van machtspositie en optimisme niets over. WO I gezien als crisis van burgerlijke beschaving. Door WO I opkomst van radicale antiburgerlijke, antiliberale en antikapitalistische bewegingen (communisme, nationaal-socialisme en fascisme). Superioriteit Eur afgelost door VS en SU. Geen oplossing onderlinge tegenstellingen in Eur. Nazi-D niet tot medewerking bereid. Groeiend nationalisme in koloniën + WO II à einde Eur koloniale rijken.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
Winnie de Keizer (2002)