ANTWERPEN: METROPOOL VAN HET NOORDEN

(leereenheid 2)

Van jaarmarktstad tot internationale handelsmetropool

Gedurende de hele middeleeuwen fungeerde Brugge als internationaal handelscentrum. Door het succes van de Brabantse jaarmarkten die vier maal per jaar plaats vonden te Antwerpen en Bergen op Zoom kon Antwerpen de functie van Brugge aan het eind van de 15de eeuw overnemen. De jaarmarkten overstegen hun regionale aantrekkingskracht op drie manieren:

  1. Zij waren een geliefde afzetplaats van de Engelse lakenhandelaars (zij werden door de Vlaamse en Brabantse textielcentra geboycot)
  2. Duitse kooplui (vooral uit Keulen) konden er hun rijnwijn afzetten en zout, vis, boter en Engels laken mee terug nemen, onder meer om op de Frankfurter Messe te verhandelen
  3. Brabantse handelaren konden hun voorraden inkopen en hun producten slijten.


Aanvankelijk functioneerden Antwerpen en Brugge naast elkaar. Brugge bleef vooralsnog het handelscentrum voor de Zuideuropese en Hanzeatische handel. De politieke chaos in Brugge zorgde echter dat Antwerpen rond 1500 alle troeven in handen kreeg.

De eerste groeifase, 1490-1520

Deze groeifase hing samen met 3 belangrijke verschuivingen in de internationale handel:


De groeivertraging van de jaren twintig


Juist in deze moeilijke periode stegen de graanprijzen waardoor er in een reeks van steden sociale onlusten uitbraken.

De jaarmarkten voldeden niet meer en raakten in de jaren 30 zelfs helemaal in onbruik.

De tweede groeifase: naar een permanente internationale markt, 1535-1565

De jaarmarkten voldeden niet meer. Er was nu sprake van een continue handelsstroom. Naast een commercieel centrum werd Antwerpen ook een nijverheidscentrum en een kapitaalmarkt. Antwerpen groeide uit tot een metropool met in 1565 meer dan 100.000 inwoners.

Door de intrede van de participatie- en commissiehandel werden ook middelgrote en kleine handelaars betrokken bij de internationale handel.

Spanje fungeerde als een belangrijk afzetgebied voor de industriële fabrikaten (lijnwaad, laken, tapijt en diverse kramerijen), Italië (met name Ancona en Venetië) kocht veel Engelse karsaaien (grof gekeperd bepaald weefpatroon laken) en Vlaams linnen die vervolgens in de Levant (de kusten van klein Azië, Syrië en Egypte) werden verhandeld.

In Antwerpen ontstonden ook luxe- en kunstindustrieën die een internationale afzet vonden.

Door de toegenomen handel en nijverheid kwam als vanzelf veel kapitaal Antwerpen binnen hetgeen de stad een kapitaalmarkt van mondiale betekenis gaf. Ook Karel V deed daar, middels kortlopend overheidskrediet, een beroep op.

Groeivertraging en crisis, 1565-1585

Antwerpen was vrijwel volledig afhankelijk geworden van de internationale handelsconjunctuur. Door de verslechterde Engels-Habsburgse relatie werd in 1563-4 door Elisabeth I de Engelse lakenuitvoer verplaatst naar Hamburg.

De beeldenstorm, Alvas repressie en de ontwrichting van het platteland door de politieke en militaire instabiliteit verergerden de problemen op binnenlands vlak. De verovering van de stad door Alexander Farnese, hertog van Parma, in 1585, gaf Antwerpen voorlopig de genadeslag.

Tienduizenden verlieten de stad en in 1586 telde de stad nog slechts 48.000 inwoners.

 

De welvaartseffecten van de Antwerpse wereldmartk

Antwerpen en de economie van de zuidelijke Nederlanden

Met name de tweede groeifase (uitbreiding van de nijverheid) zorgde voor een bloei in de Zuidelijke Nederlanden. De productiewaarde van de nijverheid evenaarde die van de landbouwsector. En ongeveer 1/3 was bestemd voor de export. De lakennijverheid kreeg door de grote Engelse invoer wel de genadeslag maar men ging over op lichte draperie (versiering met laken of doek, in wijde plooien geschikt) voor de Zuideuropese markt. Ook de linnen- en tapijtnijverheid breidde fors uit.

Bergen op Zoom werd echter volledig overschaduwt door Antwerpen en raakte in verval.

De Hagelandse economie (Aarschot, Leuven e.o.) kreeg gevoelige klappen door de import van goedkoop Baltisch graan.

Ook Den Bosch kreeg klappen (met name door de crisis in Duitsland en de opkomst van de Zuideuropese handel) maar wist zich te herstellen door spelden-, messen- en linnenproductie.

Sociale repercussies

In de jaren 40 waren er ongeveer 300 firmas die vanuit de Nederlanden naar Italië exporteerden. De 77 grootste hadden echter 90% van de markt in handen. Dit relatief klein aantal bedrijven vertegenwoordigde samen met een aantal grote industriële ondernemers een grote economische macht. De middenklassen konden daarvan meeprofiteren en hun ging het dan ook voor de wind.

De levensstandaard van de lagere sociale klassen bleef daar echter ver bij achter maar was nog altijd hoger dan elders in de Nederlanden. Ook sommige groepen van kleinere ambachts-meesters werden door de macht van de kooplui in feite gedegradeerd tot loonarbeiders in dienst van deze kooplui.

Omdat de const gheern is by den ryckdom: culturele welvaartseffecten

Antwerpen bleef in de 16de eeuw verstoken van een hofmecenaat zoals dat bijvoorbeeld in Florence wel het geval was (de Medicis waren grote cultuurpromotoren).

Mechelen had met het hof van Margareta van Oostenrijk een forse voorsprong op Antwerpen.

De voortdurende aanwezigheid van honderden vreemde kooplieden en de groei van de eigen gefortuneerde klasse leidde echter tot een aanzienlijke cultuurconsumptie. Met name de relaties met Italië zorgde voor de assimilatie en de verspreiding van het renaissancistisch ideeëngoed.

Onschatbaar is echter de betekenis van de democratisering van het geschreven woord door de boekdrukkunst. Al in 1543 verscheen een boek over de Italiaanse manier van boekhouden (dubbele boekhouding).

De boekdrukkunst was ook belangrijk voor onderwijs, dat op een zeer hoog peil heeft gestaan. Met name het taalonderwijs kreeg veel lof.

In Antwerpen waren 3 rederijkerskamers actief die toneelopvoeringen en voordrachten verzorgden. Het door hun verzorgde landjuweel (landelijk concours voor rederijkerskamers) in 1561 (20 jaar na de vorige die in Diest werd gehouden) telde meer dan 1.000 deelnemers en 23 praalwagens.

Als wetenschapscentrum telde Antwerpen niet echt mee. De belangrijkste wetenschapper was Abraham Ortelius (1527-1598). Zijn Theatrum Orbis Terrarum was de eerste moderne atlas en werd een groot succes met veel navolging.

Als gevolg van de opkomst van de boekdrukkunst werd Antwerpen een internationale boekenmarkt en uitgeversforum dat met gemak kon concurreren met Parijn, Keulen, Lyon en Venetië.

De belangrijkste uitgever was Officina Plantiniana(het drukkersbedrijf van Christoffel Plantijn). Deze bracht ook het eerste Nederlandse woordenboek op de markt.


| Index | Oriëntatiecursus | Inhoud | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

P.C.J. Ruigrok (2000)