DE NEDERLANDSE OPSTAND

(leereenheid 7)

 

Ouverture: oppositie en onderdrukking, 1555-1568

Conform de Habsburgse traditie regeerde Filips met een streven naar een absolute monarchie waarin hij zelf alle belangrijke beslissingen kon nemen.

Het hof in Spanje werd echter gekenmerkt door geheimzinnigheid en intrige rondom de adviseurs van Filips. De strijd om macht, aanzien en rijkdom was groot.

In de Nederlanden zag men Filips vooral als een Spaanse koning. Door zijn chronisch geldgebrek stelde hij voor om belasting op zowel roerende als onroerende zaken te heffen hetgeen een rechtstreekse aanval was op de Staten die dan ook heftig reageerde. Uiteindelijk ging deze belastingheffing dan ook niet door. Filips moest genoegen nemen met een traditionele bede. In 1557 werd met de zogenaamde novennale gedurende een periode van negen jaar geld toegezegd in ruil voor politieke macht van de Staten-Generaal.

In 1559 vaardigde de paus de bul Super Universas uit waarin een plan tot herindeling van de bisdommen in de Nederlanden was opgenomen. In elk bisdom zouden twee pauselijke inquisiteurs worden benoemd hetgeen een bedreiging was voor zowel de handel als de stedelijke autonomie in juridische aangelegenheden. Filips kreeg daarbij het recht om bisschoppen te benoemen waardoor zijn greep op de staten vergroot zou worden. De implementatie kwam echter nooit goed tot stand.

In 1559 liet Filips Granvelle (een hoge ambtenaar) achter in de Nederlanden. Hij werd al snel llid van de Raad van State, waar hij zetelde naast o.a. Lamoraal, graaf van Egmont (een belangrijk militair en stadhouder van Vlaanderen) en Willem, prins van Oranje (geboren als Lutheraan in het Duitse graafschap Nassau, hij had in 1544 het prinsdom Orange en vele Nederlandse landgoederen geërft). In 1559 werd Oranje, toen nog vertrouweling van Filips, benoemd als stadhouder van Holland.

Filips halfzuster, Margareta van Parma, werd benoemd tot landvoogdes. De edelen voelden zich in de Raad van State voortdurend buitenspel gezet door bureaucraten als Granvelle die zelfstandig besluiten namen waar de edelen mede verantwoordelijk voor waren.

De edelen verenigd in een Liga der Groten, eisten in 1563 het ontslag van Granvelle. Filips trok in 1564 Granvelle terug uit de Nederlanden.

Hun eisen om het stopzetten van de kettervervolging werden echter niet ingewilligd, de harde repressies stuiten op een groeiende weerstand, hetgeen in de pluriforme Nederlanden uiteindelijk een van de belangrijkste redenen voor de opstand zou worden.

Op oudejaarsdag 1564 hield Willem van Oranje een beroemd geworden rede in de Raad van State, waarin kettervervolging werd afgewezen en voor gewetensvrijheid werd gepleit.

Egmond werd vervolgen op missie gestuurd naar Filips. Hij werd echter met een kluitje het riet in gestuurd.

Filips hield er een soort domino-theorie op na, gebaseerd op het principe dat de religieuze eenheid van een rijk een absolute voorwaarde was voor de politieke eenheid. Wanneer een gedeelte van zijn rijk op dit punt uit de toon viel dan zou, zo dacht Filips, het uiteenvallen van het rijk successievelijk volgen.

Het wonderjaar en de komst van Alva, 1566-1568

Na de beeldenstorm in 1566 (het wonderjaar) stelde de landvoogdes orde op zaken door tot militaire actie over te gaan. In het voorjaar van 1567 was de orde hersteld. In hetzelfde jaar werd de hertog van Alva (IJzeren Hertog) tot landvoogd benoemd. Het werd een radicaal en repressief bewind waarin van gewestelijke en lokale autonomie geen sprake meer kon zijn.

Vele slachtoffers vielen waaronder de graven Egmond en Hoorne. Willem van Oranje ging in ballingschap en waagde in 1568 een eerste inval in de Nederlanden waar Lodewijk van Nassau de slag bij Heiligerlee won. De troepen van Alfa waren echter oppermachtig en dwongen Oranje tot de terugtocht.

Renaissance, 1568-1572

Er werd steun gezocht bij de ballingengemeentes (Londen, Norwich, Emden en Wezel). Ook zocht Oranje met succes buitenlandse steun in Engeland en Frankrijk. In 1571 kondigde Alva een permanente belasting van de tiende (roerende zaken) en twintigste (onroerende zaken) penning aan, dit zou de politieke macht van de Staten enorm beknotten. Invoering van deze belastingen leidde tot langdurige rellen en stakingen in o.a. Brussel.

De Opstand van Holland en Zeeland

Nederlandse watergeuzen werden wegens hun kapersactiviteiten uit Engeland verbannen. Toevalligerwijze bereikte hun vloot van 26 schepen op 1 april 1572 het onbeschermde Den Briel dat gemakkelijk kon worden ingenomen. Het kwam als een volslagen verrassing.

In de zomer viel Oranje vanuit het oosten en zuiden aan. Alva werd gedwongen zich uit het noorden en uit Holland terug te trekken. Oranje werd door de eerste vrije Statenvergadering in Dordrecht tot stadhouder benoemd, vrijheid van godsdienst werd geproclameerd en privileges werden hersteld. Ook werd tot een gezamenlijke verdediging besloten.

Doordat de Franse kroon besloot om in de bartholomeusnacht af te rekenen met de hugenoten werd de hulp aan de Nederlandse opstandelingen stopgezet. Alva kreeg daardoor de kans om terug te komen. Brute plunderingen waren het gevolg. Oranje moest zich tot in Holland terugtrekken. Diverse steden doorstonden een langdurig beleg. Alva moest zich uiteindelijk terugtrekken. Hij werd in 1573 vervangen door Don Luis de Requesens. Onderhandelingen liepen op niets uit. Filips had een chronisch geldgebrek en op 1 september 1575 werd de geldkraan voor de troepen in de Nederlanden dichtgedraaid. De Spaanse troepen reageerden met muiterij, desertie en plundering. Op 5 maart 1576 stierf de landvoogd.

Pacificatie en polarisering, 1576-1579

Na de dood van de landvoogd ontstond een machtsvacuüm waarin Staten die Spanje getrouw waren gebleven hun kans grepen om de oude machtsorde te herstellen en de Staten-Generaal weer bijeen te roepen. Onderhandelingen tussen Holland, Zeeland en de Staten-Generaal leidde tot de Pacificatie van Gent op 8 november 1576. De staten beloofden elkaar by te staene, met raedt en daet, goet en bloet. Belangrijk was het gezamenlijke streven om de losgeslagen Spaanse soldaten te verdrijven uit voornamelijk Brabant en Vlaanderen. De religieuze kwesties bleven echter onopgelost. Ook bleef de vraag of Filips als landheer erkend moest worden.

Don Juan van Oostenrijk, halfbroer van Filips, werd landvoogd. Hij erkende tandenknarsend de Pacificatie. De Spaanse troepen zouden naar huis gestuurd worden als de Staten-Generaal trouw aan de Koning en de katholieke kerk bezwoeren (het Eeuwig Edict). Dit was voor Holland en Zeeland echter onaanvaardbaar. Na de dood van Don Juan in oktober 1578 werd Alexander Farnese van Parma tot landvoogd benoemd. Hij kreeg steun van een Waalse groep rondom de hertog van Aerschot. In 1579 verenigde de staten Artesië en Henegouwen zich in de Unie van Atrecht waarbij ze trouw aan Filips bezwoeren.

Aan de andere kant werd op 23 januari 1579 de Unie van Utrecht gesloten waarbij Holland, Zeeland, de stad Utrecht, delen van het oosten en delen van Brabant en Vlaanderen zich verenigden. Belangrijk was dat de provincies de vrijheid hadden om religieuze kwesties zelf af te handelen maar de gewetensvrijheid was wel fundamenteel vastgelegd. Hiermee werd de basis gelegd voor de Republiek der Verenigde Provinciën.

Onafhankelijkheid en opsplitsing, 1579-1584

Oranje was een tegenstander van de Unie van Utrecht. Hij hoopte nog steeds om alle provincies te kunnen verzoenen. Dit lukte echter niet. Ook was Oranje er van overtuigd dat de Nederlanden het niet zonder buitenlandse hulp konden stellen.

Na moeizame onderhandelingen werd in september 1580 de Franse hertog van Anjou (broer van de Franse koning) tot landsheer in de Nederlanden benoemd. Een aantal provincies weigerden zijn gezag en Anjou verkeek zich volledig op de politieke omstandigheden in de Nederlanden. De Staten-Generaal kwamen hun financiële verplichtingen niet na en hij werd diep gewantrouwd. In 1583 besloot Anjou om Antwerpen met zijn leger te bezetten. Het werd een fatale mislukking. Duizenden Franse soldaten vonden de dood. Het was voor Oranje een gevoelige nederlaag.

Op 10 juli 1584 kwam Oranje bij een moordaanslag om het leven. Er heerste weer grote verdeeldheid. Farnese profiteerde hiervan door met een reconquista de zuidelijke gewesten Vlaanderen, delen van Brabant en Brugge en Gent weer in te nemen. De feitelijke scheiding tussen de noordelijke en zuidelijke gewesten was daarmee ingeluid.

Leicester, Oldenbarnevelt en de soevereiniteit

Gealarmeerd door de Spaanse successen besloot koningin Elizabeth tot interventie. Een Engels leger, onder leiding van de Graaf van Leicester, kwam de Nederlanden ter hulp. Leicester werd door de Staten-Generaal absolute macht toegekend. In april 1586 verbood hij de handel met de vijand. In Holland was in 1585 Maurits van Nassau (zoon van Willem van Oranje) al tot stadhouder benoemd en in maart 1586 werd Johan van Oldenbarnevelt tot landsadvocaat benoemd.

Middels de door Sir Thomas Wilkes opgestelde Remonstantie, had Leicester het alderhoogste bevel en absolute autoriteit op politiek en militair vlak. Dit ging echter dwars in tegen het politieke bestel van de Verenigde Provinciën.

Op verzoek van Oldenbarnevelt schreef François Vranck een verhandeling over het gezag van de Staten. Zijn fameuze Corte vertoninghe is wel omschreven als de Magna Charta van de Verenigde Provinciën. Volgens Vranck speelden de gewestelijke Staten in het politieke bestel vanouds een centrale rol. Indien de graaf de vrijheid en het welzijn van het land in gevaar bracht, dan hadden de lantsaten het recht zich hiertegen te verzetten via de Staten, wier hoofdtaak het was vryheden ende Previlegien te beschermen.

In de strijd om de feitelijke macht bleek Leicester geen partij voor het politieke genie van Oldenbarnevelt. In december 1587 verliet de graaf de Nederlanden. Onder leiding van Maurits werd een nieuw leger op poten gezet. Door de ondergang van de Spaanse Armada in 1588 kregen de Nederlanden nieuwe kansen. In 1590 werden de laatste noordelijke en oostelijke gewesten heroverd op Farnese.

Onder leiding van Oldenbarnevelt namen de Staten de landsregering op zich en werden de Staten-Generaal het centrum voor confrontatie en overleg, voor conflict en samenwerking tussen de gewesten. De Verenigde Provincies ontwikkelden zich tot een republiek.

De Nederlandse Opstand: karakter en gevolgen

De overwinning bleef echter beperkt tot de noordelijke gewesten die hun Gouden Eeuw van overvloed en onbehagen tegemoet traden. De Republiek werd een wereldmacht op politiek en economisch gebied en werd gekenmerkt door een ongekende mate van tolerantie.

De zuidelijke Nederlanden hadden diep geleden onder de Opstand. De Spaanse herovering leidde tot een exodus van meer dan 100.000 vluchtelingen naar het noorden hetgeen een gevoelige aderlating op economisch, cultureel en intellectueel gebied betekende.


| Index | Oriëntatiecursus | Inhoud | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

P.C.J. Ruigrok (2000)