CASUS: HET STADHUIS VAN AMSTERDAM

(leereenheid 25)

Waarom een nieuw stadhuis

Amsterdam werd in de 17de eeuw het onbetwiste handelscentrum van Europa. Dit bracht grote rijkdom en welvaart. Feitelijk was Amsterdam een onafhankelijke stadstaat dat werd bestuurd door een oligarchie (de macht was in handen van een kleine elite).

Er waren drie redenen voor de bouw van een nieuw stadhuis:

  1. Het bestaande stadhuis was veel te klein en bouwvallig
  2. De Amsterdamse regering wilde de machtige economische en politieke positie in een groot rijk versiert gebouw tot uiting brengen.
  3. Na de Vrede van Munster in 1648 wilde Amsterdam haar vredespolitiek als symbool tot uiting brengen.

Bouwgeschiedenis

Op 28 januari 1639 deden de burgemeesters aan de vroedschap het voorstel voor de bouw van een nieuw stadhuis. In 1648 werd met de bouw begonnen. Het ontwerp was van Jacob van Campen. De bouw had door een aantal rampen (watersnood, muizenplaag en oorlogen) met veel vertraging te kampen. Ook brandde het oude stadhuis in 1652 af. Om onbekende reden gaf Van Campen er in 1654 de brui aan. Hij werd opgevolgd door Daniël Stalpaert.

In 1655 werd het toen nog niet af zijnde gebouw feestelijk ingewijd. Pas in 1705 werd het gebouw definitief voltooid.

Een classicistisch gebouw

De Italiaanse renaissancestijl, met zijn klassieke motieven, drong pas in de 2de helft van de 16de eeuw door tot de Nederlanden. Dit echter nog steeds als onderdeel van traditioneel

gothische gebouwen. Omstreeks 1600 zien we in het werk van Hendrichk de Keyser (1565-1621) de overgang naar een meer classicistische bouwstijl. Onder stadhouder Frederik Hendrik ontstond een echt sobere en streng classicistische bouwstijl. In 1634 ontwierpen Jacob van Campen en Pieter Post het Mauritshuis als classicistisch stadspaleis naar de regels van de Italiaan Palladio. Daarmee was de definitieve doorbraak van het classicisme in Holland een feit. De classicistische gebouwen moesten voldoen aan de eisen van duurzaamheid, nut en schoonheid.

Het Amsterdamse stadhuis is zuiver symmetrisch van opzet met een heldere indeling (in de gevel door het gebruik van pilasters). De architectuur vormde met de decoratie een samenhangende, harmonische eenheid.

Beschrijving van het stadhuis

Het exterieur en de geveldecoraties

Reliëfs en beelden geven samen het ideaalbeeld van de stad weer: een handelscentrum dat de hele wereld omspant en het middelpunt is van een vredesimperium. De beelden verduidelijken daarenboven de functie van het in het stadhuis zetelende gezag. De vier kardinale deugden voorzichtigheid, gerechtigheid, kracht en matigheid zijn essentieel voor een goed bestuur dat leidt tot daadkracht en vrede. Op het oostelijk fronton wordt de Amsterdamse stedemaagd afgebeld met de keizerskroon die Maximiliaan van Oostenrijk aan de stad had verleend. De opdracht voor het uitbeelden van deze ideologie is ongetwijfeld afkomstig geweest van de stadsregering.

Er werd op de eerste verdieping gebruik gemaakt van een combinatie van Ionische en Corinthische zuilen. Op de tweede verdieping werden enkel Corinthische zuilen gebruikt. Deze waren volgens de klassieke theorie voorgeschreven voor belangrijke gebouwen.

Het interieur

De belangrijkste ruimtes in het stadhuis waren:

  1. Vierschaar (centraal aan de voorzijde 1ste verdieping met plafond doorlopend tot bovenaan de 2de verdieping) Deze ruimte was bestemd voor rechtspraak. Wanneer een doodvonnis moest worden geveld, was de Vierschaar een openbaar gerechtshof.
  2. Burgemeesterskamer (2de verdieping links van de Vierschaar) Deze lag naast de Vierschaar zodat de burgermeesters vanuit hun werkruimte de rechtszittingen konden gadeslaan.
  3. Justitiekamer (2de verdieping rechts van de Vierschaar) Was bestemd voor de Lagere rechtbank.
  4. Burgerzaal (centraal op de 2de verdieping) Symbool van de vrijheid van de Amsterdamse burgers welke er dan ook vrij in en uit konden lopen.
  5. Grote Raadzaal (naast de justitiekamer) Hier hielden de 36 leden van de Amsterdamse vroedschap hun vergaderingen.

De decoratie van het interieur

Inleiding

Het gebouw heeft een geweldig grote hoeveelheid decoraties. Een groot deel van de voorstellingen heeft allegorische betekenis, maar er zijn ook talloze decoraties die louter als versiering dienden. Het decoratieschema ging terug op de klassieke bouwkunst en was door Jacob van Campen uitgewerkt in nauwe samenspraak met de stadsregering.

Een deel van de schilderijen ging over de Bataafse opstand in 69 na Christus tegen de Romeinen.

De ideologische betekenis van de decoratie

De decoraties dienden als verheerlijking van het gezag en de ideologie van de Amsterdamse regering. Er waren vele morele opvattingen van het gezag tot uiting gebracht. Ook werd de machtige economische en politieke positie, haar autonomie, welvaart, vrijheid etc. tot uitdrukking gebracht.

Beeldhouwwerken: de Vierschaar

In de Vierschaar heeft men 3 beroemde voorbeelden van rechtspraak uitgebeeld. Men putte daarbij uit het Oude Testament en de Griekse en Romeinse oudheid, omdat zowel de bijbel als de klassieke cultuur in de Republiek bij uitstek als gezaghebbend gold. Behalve kennis van de wet was ook wijsheid (Salomo bijbel) en barmhartigheid (Zaleukos Grieks) vereist, waarbij staatsbelang boven alles gaat (Brutus Romeins).

Schilderijen

De decoratie van het stadhuis eist verheven en indrukwekkende schilderijen, die episoden uit de bijbelse, klassieke of nationale geschiedenis uitbeeldden, zogenaamde historiestukken.

Met de uitbeelding van de Bataafse opstand werd een link gelegd naar de opstand tegen Filips II. Govert Flinck kreeg aan de hand van zijn schetsen de opdracht voor de cyclus van 8 schilderijen. Hij stierf echter in 1660 waarna er andere schilders werden gezocht. Rembrandt, Jan Lievens en de Vlaming Jacob Jordaens kregen nu de opdracht. Het werk van Rembrandt was echter in strijd met de tradities van de historieschilderkunst. Helden moesten immers goed geproportioneerd en ongeschonden zijn. Rembrandt gaf echter geen een idealistische weergave, maar een realistische. Het schilderij werd in 1662 dan ook uit het stadhuis verwijderd.

Boven de twee schoorsteenmantels in de burgemeesterkamer hangen twee grote schilderstukken van de hand van twee van Rembrandts leerlingen, Govert Flinck en Ferdinand Bol. Beide schilderijen illustreren de voortreffelijkheid van de Amsterdamse burgemeesters.

Het schilderij van Bol, Pyrrhus en Fabritius, vertelt een episode uit de Romeinse geschiedenis, die beschreven wordt door de Griekse geschiedschrijver Plutarchus (1ste eeuw na Chr.).

Ook het schilderij van Flinck is op een episode van deze schrijver gebaseerd.

Poëzie

Vondel heeft in 1655 in opdracht van de burgemeesters een 1378 verzen tellend lofdicht Inwydinge van t Stadthuis t Amsterdam geschreven. Daarnaast schreef Vondel teksten en onderschriften bij de decoraties in het stadhuis. Zo schreef hij onder het schilderij van Bol:

Fabricius houdt stant in Pyrrhus legertenten
Het gout verzet hem niet, door schandelijcke zucht
Nock elefants gebriesch, en felle dreigementen.
Zoo zwicht geen man van Staat voor gaven noch gerucht.

Het stadhuis als totaalkunstwerk

Bouwkunst, beeldhouwkunst, schilderkunst en dichtkunst zijn in het gebouw harmonisch verenigd in één grootse synthese die de uitdrukking vormde van een duidelijke ideologie. Ook de muziek ontbreekt niet. We vinden haar terug in het carillon dat was aangebracht in de toren van het stadhuis. Een typisch Nederlandse bekroning van het gebouw.


| Index | Oriëntatiecursus | Inhoud | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

P.C.J. Ruigrok (2000)