VERZAMELEN, van rariteitenkabinet tot kunstmuseum
De encyclopedische verzameling
Blok1
de vorstelijke Kunst- und Wunderkammer in de zestiende en zeventiende eeuw
Inleiding
Een verzameling is volgens Pomian een geheel van natuurlijke of door mensen gemaakte voorwerpen die tijdelijk of voorgoed aan het circuit van economische activiteiten zijn onttrokken, aan een bijzondere bescherming worden onderworpen in een besloten ruimte die voor dat doel is ingericht, en wordt uitgestald om bezichtigd te worden.
Hierbij is dan nog niets gezegd over het voorwerp en het doel ervan.
De verzamelingen ontstonden uit de opgeborgen schatten van de schatkamers, maar is, anders dan dat, geen toevallige opeenhoping. Ze waren de vrucht van een passie en een toenemende belangstelling voor het kunstzinnige of vreemde, het wonderbaarlijke.
Belangstelling voor aardse zaken werd in de ME negatief beoordeeld. In de renaissance zag men deze curiositas als positieve eigenschap. In de 17e eeuw kreeg de belangstelling voor het gewone de overhand en werd de curiositas weer meer negatief, want niet nuttig, beoordeeld.
In de 18e en 19e eeuw vond er meer specialisatie plaats en werd alles anders geordend, volgens nieuwe inzichten van bijvoorbeeld Linaeus en Darwin.
Natuurhistorische musea waren in de eerste plaats onderzoeksinstituten. Pas toen eind 19e eeuw het algemene publiek de doelgroep werd, werd educatie het belangrijkste doel.
Bij de kunstnijverheidsmusea was ook het vergroten van de nationale productie een doel..
Het kunstobject kreeg meer ruimte en het individuele object werd belangrijker dan het geheel, tegelijkertijd was het object steeds vaker toch weer een onderdeel van een groter geheel: de expositie.
1 De vorstelijke Kunst- und Wunderkammer
Het begrip Wunderkammer wordt voor het eerst vermeld in 1550 betr. Ferdinand I Quicheberg maakt onderscheid tussen beide onderdelen. De combinatie komt voor in het testament van Ferdinand II. Het thema werd pas wetenschappelijk behandeld door Schlosser in 1908.
Anders dan bij de voorganger, de schatkamer was het
Karel V en de hertog van Berry waren vroege verzamelaars van de nieuwe tijd.
Van de verzameling van Hertog van Berry werd een zeer nauwkeurige inventaris gemaakt met moderne objectgerichte zakelijkheid.. Hij had
- kostbare artificialia met de nadruk op eigentijds goudwerk
- antieke voorwerpen
Er is weinig van over want later is veel omgesmolten of weggegooid (toen "waardeloos")
Hij was een hartstochtelijk verzamelaar met een grote persoonlijke betrokkenheid, over indeling, opstelling en rangschikking is niets bekend.
Over de rol van zijn verzameling in het leven van Karel V is meer bekend o.a. door de biografie van hem door Christine de Pisan. De inventarissen van zijn collectie waren ook naar locatie ingedeeld en leverden aanwijzingen voor de opstelling.
In zijn estudes had hij een selectie uit alle categorieën.
Zijn verzameling was een uitdrukking van de wijsheid van de koning (vergl. Salomo). Er was sprake van een persoonlijke dialoog tussen verzamelaar en studie-object. De diversiteit van de verzameling moest getuigen van een universele machtsaanspraak; het aanzien werd vergroot, de pretenties gerechtvaardigd.
De verzamelingen van de Midici waren geënt op het ideaal van de uomo universalis.
Bij Piero de Midici ging het in zijn scritoio voornamelijk om boeken. Zijn collectie is ook niet naar lokatie geïnventariseerd.
Wel is er wat bekend over zijn bezigheden in zijn studeerkamer (Filarete). Hij was niet alleen geïnteresseerd in intellectuele vorming maar ook in esthetisch genot.
De verzameling van Lorenzo il Magnifico was universeler en het koninklijke aspect kreeg de nadruk. Hij had portretten van voorbeeldige mannen om de geest te adelen en te stimuleren. Uit statusmotieven kocht hij ook delen van de pauselijke verzameling.
Hij had objecten van gevarieerde herkomst.
De studiolo van Francisco was een bewijs dat er sprake was van encyclopedische pretentie, een spiegel van alle producten van deze aarde. De Italiaanse verzamelingruimten hadden een decoratie die verband hield met de inhoud. Er is een begin gemaakt met een inhoudelijk samenhangende presentatie.
De decoratie van de ruimten van Cosimo en zijn zoon Francesco werden bedacht en deels uitgevoerd door Vasari en Borghini.
Als ordeningsprincipe was gekozen voor een verdeling naar de vier elementen. Thema was de samenwerking tussen natuur en kunst.
Het ontwerp van Borghini was grotendeels gebaseerd op Plinius 'Naturalis historia'. Hoewel Francesco onopvallend is afgebeeld bij de decoraties is wel de bedoeling van het geheel een demonstratie van zijn kennis en vaardigheden.
De studioloverzameling ging later binnen de Uffizi op in de grote de Medici verzameling.
Het verband dat gelegd werd tussen het verzamelen als koninklijke activiteit en zijn status en wijsheid als vorstelijke deugd, zou voor de toekomst van het verzamelen doorslaggevend zijn.
De naturalia en de artificialia werden gezien als begin en eindproduct van een ontwikkelingsproces waarvan God de oorsprong was..
Fludd heeft in zijn Historie van de beide grote werelden (!617) deze constellatie die ten grondslag ligt aan de structuur van de Kunstkammer beschreven:
Het Hoogste è de Natuur (naakte vrouw) è kunst(aap)
Na de mechanische artes, komen de artes liberalis onderverdeeld in de 7 vrije kunsten
Kunst is hier 'de wetenschap die de mens in staat stelt ordenend en corrigerend in de natuur in de grijpen.'
Naturalia omvatten dingen uit de natuur met een exotische vindplaats, abnormale vorm, vermeende medicinale werking of die exemplarisch zijn voor de soort.
Artificialia omvatten alle producten van menselijke hand
Mengvormen zijn additieve zoals naturalia gevat in een kostbare setting en synthesevormen, de bedrieglijke imitaties van naturalia (Stil Rustique, het hoogtepunt van deze stijl is gesitueerd in Duitsland, het geheel werd verantwoord door de eis van natuurgetrouwheid die toen in de kunst gold).
De Kunstkammerstukken waren vaak technische bravourestukken. Kunst kwam hier duidelijk van kunnen. Het draaiwerk nam een belangrijke plaats in, zeker na de uitvinding van de spil.
Scientifica horen tot de artificialia maar hadden een speciale functie. Het gaat om wetenschappelijke instrumenten. Later kwam daar technisch 'speelgoed" bij zonder doel.
Antiquiteiten waren voorwerpen uit voorgaande periodes. Munten en penningen waren favoriet. Antieke sculpturen werden apart van de Kunstkammer bewaard. Het betrof vaak gipsafgietsels, toegepast uit zuinigheid of vanwege de zeldzaamheid van het origineel.
Mirabilia waren voorwerpen die buiten de gangbare norm lagen (zowel naturalia als artificialia)
Exotica waren vooral in het bezit van vorsten met belangen en invloed buiten de oude wereld, vooral de Habsburgers die als koning van Spanje veel nieuwe gebieden veroverden.
Dresden.
In de bovenste verdieping van het Dresdener slot bevond zich de verzameling van August I, in 1587 geïnventariseerd. De patriciër Hainhofer gaf een verslag van zijn bezoek in 1629.
Er was een collectie hoogwaardige gereedschappen waaruit blijkt dat de vorst ook zelf handenarbeid verrichtte. Christiaan I (zoon August) maakte de verzameling universeler . Bezoekers werden bijgehouden.
Kaltemarckt schreef een van de eerste werken over het aanleggen van een verzameling met het oog op deze collectie. Het moet ook in die context beschouwd worden Volgens hem is van een Kunstkammer het belangrijkste politieke belang de nagedachtenis.
In een Kunstkammer hoorde volgens hem
Deze Kunstkammer is gesticht door Albrecht V. Er was een bijzonder verzameling exotica, uurwerken en instrumenten en munten en penningen (WillemV).Maximiliaan I voegde veel schilderijen toe maar moest vooral beschermen en behouden. Tijdens de 30 jarige oorlog werd deze Kunstkammer geplunderd.
Kassel
De Kasselse landgraaf Willem IV liet zich leiden door zijn wetenschappelijke interesse. Naast een grote verzameling scientifica waren er ook veel curiosa. Karel voegde veel inheems steensnijwerk toe. Hij was de laatste universele verzamelaar van zijn geslacht. De verzameling werd in stand gehouden en later ondergebracht in het speciaal gebouwde Fredericianum
Men kon stukken verwerven door
Voor de 17e eeuw zijn er de meest uiteenlopende verzamelmotieven.
Numismatische verzamelingen, wandtapijten, meubelen, wapens en harnassen,antieke beelhouwwerken en schilderijen stonden meestal los van de Kunst- en Wunderkammer
In de 17e eeuw gaan ook burgers verzamelen en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. De verzamelde objecten worden kleiner, het kunstkabinet krijgt een grotere betekenis. De kunsthandel wordt belangrijker.
Na 1800 is de Kunstkammer een verzameling die is ontdaan van mirabilia en curiositeiten en die is ingericht volgens de dan heersende wetenschappelijke en esthetische inzichten.
2 Twee vorstelijke verzamelingen: van Ferdinand II en Rudolf II
Ferdinand II
Deze verzameling is ontstaan in de jaren 70 van de 16e eeuw in het speciaal daarvoor gebouwde Üntersloss van Ambras bij Insbruck.
Er was een overvloed aan voortreffelijke objecten die in contemporaine inventarissen exact was gedocumenteerd.
Het Untersloss was een complex van 4 grote, onderling verbonden gebouwen, waarvan drie voor de wapens en wapenrustingenverzameling.De vierde was de Kunstkammer. Samen met de bibliotheek vormden zij een homogeen geheel, te bezichtiging via een route.
Er zijn verschillende inventarissen gemaakt tussen 1580 en 1621, de laatste het meest exact.
De Rüstkammern
Er was een prachtige catalogus. Bron voor het portrettenidee waren de uomini famosi cycli in Italie. Literaire bronnen in traktaten van architecten als Alberti: 'theatrum virtutis et memoriam' De deugd van de studium van de verzamelaar kon zich meten met de deugd van de strijd.
Kunst- und Wunderkammer
Deze benaming komt voor het eerst voor in het testament van F II in 1594 = een universele verzameling
De verzameling was ingedeeld naar materiaal (Naturalis historia, Plinius), dat is een overeenkomst met de studiolo van Francesco de Medici, verschillen zijn
Het op een oogstrelende wijze uitstallen was voor het eerst in de praktijk toegepast in de beeldenhof van het Vaticaans paleis. Het opstellingsidee was er daar het eerst, de objecten volgden. Theoretisch publiceerde Alberti al eerder dat idee n.a.v. de beelden van aanzienlijke personen die hij beschreef bij de villa van Julius Caesar.
De Kunst- und Wunderkammer bevatte
Het onderzoek van de natuur had voor F. een representatieve functie, wel kreeg de opstelling een didaktisch tintje door het milieu van herkomst te ensceneren.
F. was meer aangetrokken door de bewerking van naturalia. Borghine: 'niet helemaal natuur, niet helemaal kunst, maar beide waarbij het een het ander versterkt'. Dit geldt ook voor de 'Stil Rüstique', imitaties van naturalia.
Ferdinand had weinig belangstelling voor antiquiteiten.
De herkomst van de stukken was vererving (vnl het geval bij het zilverwerk), geschenken en eigen aankoop.
Kenmerk van de Ambrasverzameling was de evenwichtige samenstelling. Daarmee contrasteerde hij met de verzameling in Dresden.
Overeenkomst was er met de verzameling van Albrecht I in Munchen, dit kwam door:
Rudolf II
Rudolf maakte met de kunstverzameling kennis aan het hof van Philips II. Hij was geen gemakkelijke persoonlijkheid. Zijn verzameling in de Praagse Burcht was de grootste kunstcollectie die een persoon ooit heeft bezeten.
De collectie, een universele encyclopedische verzameling, was onderverdeeld in
De keizer had een speciale voorliefde voor glyptiek = steensnijkunst. Daarvoor had hij een hofwerkplaats.Ook hield hij van kleine bronsfiguurtjes.
Door de grote collectie intrumenten kwamen ook de wetenschappers naar Praag (Tycho Brahe, Kepler), die aan het Praagse hof publiceerden en nieuwe uitvindingen deden.
Rudolf was de eerste Habsburgse verzamelaar die een belangrijke plaats gaf aan de schilderkunst. Zijn enorme galerij viel in 1648 ten prooi aan de Zweedse troepen. Christina van Zweden verzamelde een groot deel in Stockholm.
Hij bezat, naast veel Italiaanse meesters, veel werken van Durer en Pieter Brueghel de Oude.
Zijn schilderijen hingen niet aan de muur maar stonden op voorsprongen of op de grond.
Het pansofische denken heeft invloed gehad op alle genres die aan het Praagse hof beoefend en verzameld werden (zie Kepler Harmonice mundi). De verzameling was een weerschijn van het oneindige universum.
Delen van de collectie zijn nu te vinden in Wenen.
3 Samuel Quicchebergs 'Insciptiones':
de encyclopedische verzameling als hulpmiddel voor de wetenschap
In het midden van de zestiende eeuw was het gepast geworden voor vorst, edelman, geestelijke en geleerde om te verzamelen.
De meeste bronnen zijn gericht op de praktijk en hebben meestal maar betrekking op één bepaalde verzameling, bijv de aanbevelingen van Kaltemarckts aan Christiaan I van Saksen.
Quicchebergs traktaat ontstond in samenhang met de collectie van Albrecht V in Munchen, maar pretendeert een meer algemene geldigheid.
Albrecht V kocht de collectie van Q.'s voormalige werkgever Fugger vrijwel integraal aan en had al gauw een complex van collecties met als onderdelen
Quicchebergs traktaat "Opschriften of titels van het meest rijke Theater, omvattende de afzonderlijke materialen en uitmuntende afbeeldingen van alle dingen van het universum" heeft een indeling in 5 klassen (zie verder)
Q. maakt een onderscheid tussen de encyclopedische verzameling en de meer gespecialiseerde, die hij ook nuttig vond. Het door hem geschetste theater zag hij als een haast, zeker voor een particulier, onbereikbaar ideaal. Hij maakt als eerste onderscheid tussen een Kunstkammer (producten van de menselijke hand) en Wunderkammer (wonderlijke en uitzonderlijke dingen)
Q. heeft als uitgangspunten
De verzameling heeft als staatszaak ook propagandistische waarde. De schatkamer fungeerde als 'appeltje voor de dorst'.. Sommige onderdelen van de collectie hadden ook bestuurlijk en administratief belang (kaarten) of economische belang (maten en gewichten, munten). De portrettengalerij creëerde een lijn van de Romeinse keizers naar de huidige machthebbers
De thematische classificatie was ook vroeger al een essentieel onderdeel van de filosofie en de wetenschapsbeoefening.
De humanistische retorica ging terug naar Aristoteles en was maatgevend voor gesproken, maar ook geschreven teksten. Cicero onderscheidt 5 taken
In de 16e eeuw ontstond er een discussie over de juiste wetenschappelijke methode. Q. past in de traditie van het samenstellen van verzamelingen van gemeenplaatsen (allerlei materiaal wordt voor toekomstig gebruik bij elkaar gezet door het gebruik van topiek= categorieën , vindplaatsen).
Men kende de indeling naar faculteiten (theologie, rechten, medicijnen en artes). Dit was het uitgangspunt voor de Pandectae van Gessner. Q. vond dit geschikt voor de indeling van de bibliotheek
Men kon kiezen voor een indeling die aansloot bij de ordening van het universum zelf zoals
via de 6 dagen van de schepping of, meer gebruikelijk, aan de hand van het plan dat aan de schepping ten gronslag heeft gelegen: dode materieè plantenè dierenè mensè zon, maan, planeten en vaste sterrenè engelenè God.
Ook kon men indelen teruggaande op de leer der elementen of volgens het idee dat de macrokosmos weerspiegeld wordt in onderdelen daarvan.
In de Inscriptiones zijn vrijwel geen literatuurverwijzingen te vinden. Uitzondering is het boek van Delminio Camillo "Teatro della memoria" .Daaraan ontleende Q. ook het gebruik van de term Theater voor een ruimte i.p.v. voor een encyclopedie.
Het houten theater van Camillo bevatte echter vermoedelijk enkel teksten en was als een mnemotechnisch hulpmiddel bedoeld. Het was geordend volgens de 7 planeten en nader onderverdeeld met mythologische figuren. Deze ordening heeft waarschijnlijk bij de studiolo in het Palazzo Vechio en later bij de Tribuna in de Uffizi een rol gespeeld.
Quiccheberg kiest voor een praktische ordening en beroept zich daarbij op zijn doelgroep. Hij gebruikt ordeningsprincipes als relaties die in de natuur bestonden alleen als ze algemeen bekend zijn, zoals het onderscheid tussen naturalia en artificialia en de onderverdeling van de eerste in mineralen, planten en dieren.
Hij hecht ook weinig waarde aan een filosofische onderbouwing.
Globaal kun je zijn vijf klassen als volgt karakteriseren
Deze onderverdeling wordt niet steeds consequent toegepast, praktische criteria spelen een belangrijke rol.
De inscriptiones waren waarschijnlijk bedoeld om analoog aan het bibliotheeksysteem een leidraad te vormen voor het samenstellen van een thematisch gerangschikte catalogus of inventaris.
De encyclopedische mentaliteit is erg bevorderd door de stormachtige ontwikkeling van de boekdrukkunst.
Op het ontstaan van de vorstelijke Kunst- und Wunderkammern zijn de geleerden aan de hoven en mensen als Fuggers en de kring rond hem, van grote invloed geweest
Ook Francis Bacon als grondlegger van het empirisme heeft een grote rol gespeeld. Deze wetenschappelijk methode stond haaks op de methode van deductie van Aristoteles, waar hij de nieuwe gegevens inpaste in een gegeven context. Deze context was door de nieuw verworven inzichten niet meer bruikbaar.
Bacon zag een rol weggelegd voor de overheid om voorwaarden voor onderzoek te scheppen
De vorsten zou in het bezit moeten zijn van een
Dez wetenschappelijke infrastructuur van Bacon heeft overeenkomst met het complex van Quiccheberg. Beide geleerden zijn producten van de renaissance te noemen.
Het belang van het bijeenbrengen van materiaal voor nieuw onderzoek werd ook in de 17e en 18e eeuw onderkend. Zie het monument van de Verlichting: de Encyclopedie van Diderot
Bij de encyclopedische mentaliteit ziet men twee varianten
De ordening staat hier centraal (Camillio)
De tekortkomingen van beide benaderingen (praktisch is te arbitrair, metafysisch te hypothetisch) werden in de 17e/ 18e eeuw duidelijk door de enorme aanwas van kennis. Een alomvattende collectie behoorde niet meer tot de mogelijkheden.
De wijze waarop- of de methode waarmee de menselijke geest, het subject, zich die kennis eigen kon maken werd ordeningsprincipe
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
Correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Marga Mulder (2002)