Moderne letterkunde: 1880-1945

De beweging van tachtig, 1880-1890

Karakteristiek

Het is een vernieuwingsbeweging in de literatuur die de schoonheid van het kunstwerk centraal stelt: estheticisme. Hoewel de auteurs aanvankelijk één groep vormden, is er een duidelijk verschil tussen de subjectieve poëzie en het objectieve proza van Tachtig.

* verheerlijking van de zintuiglijke schoonheid en waarneming door middel van de zintuigen

* de aandacht voor de schilderderende taal: woordkunst onder invloed van het impressionisme
* de opvatting over de positie van de kunstenaar:
- individualisme: de kunstenaar vertegenwoordigt niet meer de groep, maar alleen zichzelf
- onmaatschappelijk: hij is een bohémien die geen deel wil uitmaken van de burgerlijke maatschappij
- hij kan de rol van de nieuwe Christus op zich nemen

* Lart pour lart, kunst is een doel op zichzelf: tegenover de domineespoëzie met een boodschap staat kunst die alleen de schoonheid dient.
* Poëzie legt de stemmingen van de ziel van de dichter vast.
* Vorm en inhoud zijn één: de poëzie die unieke stemmingen wil vastleggen, moet daar een even unieke vorm voor vinden.
* Kunst neemt de plaats van de godsdienst in: de godsdienst is zijn leidende rol verloren; de kunst, die de christelijke terminologie soms overneemt, neemt die plaats in, waarbij de dichter zichzelf als de lijdende Christus kan afbeelden.

Positivisme: wil in de wetenschap alleen uitgaan van objectieve, zintuiglijk waarneembare gegevens

Determinisme: stelt dat de mens bepaald wordt door erfelijkheid, milieu en omstandigheden.

Naturalisme: de prozaopvatting, ontstaan onder invloed van het positivisme en determinisme, waarbij men probeert om de werkelijkheid zo waarheidsgetrouw mogelijk weer te geven zonder moraliserend commentaar van de verteller.

Kenmerken van de naturalistische roman:
- de hoofdpersoon is een zwakke "nerveuze" vrouw of man, geen model van deugd
- erfelijkheid, milieu en omstandigheden bepalen het leven
- de werkelijkheidsweergave strekt zich ook vaak uit op het gebied van de seksualiteit
- de auctoriële verteller is verdwenen
- in de stijl streeft men enerzijds naar woordkunst, anderzijds naar een natuurgetrouwe dialoog (dialect).

De sombere levensvisie van het naturalisme - 95

Toneelvernieuwing: een "toneelschets" van een situatie die zich juist niet ontwikkelt en waarin de personages op een verstikkende manier gevangen zitten. Zo blijft de situatie van de vissersbevolking bij Heyermans tot het einde toe gelijk. In de onderworpenheid van Kniertje aan de boven haar gestelde machten verandert niets. Heyermans schuwt de kunstmatige ontwikkelingen en de frappante ontknopingen van het romantische toneel. Hij streefde naar een toneelvorm "zonder intrige". Hij situeerde zijn toneelhandeling vrijwel als eerste onder het gewone volk en niet in welgestelde of adellijke kringen. Evenzeer zette hij zich af tegen wat hij "pleittoneel" noemde: dramas die expliciet een morele boodschap uitdroegen. Bij hem geen ondergang van het kapitaal of een triomfvan de werkende klasse. Het meest kenmerkende van zijn stijlvernieuwing is dat hij geen deugdzame helden met nachtzwarte schurken confronteert.

De triomf van het naturalistische drama in Nederland - 100

Koloniale literatuur van Tempo Doeloe: (de tijd van vroeger waarmee globaal de periode van 1870 tot 1920 in Indië wordt aangeduid). Uit een onderzoek naar de receptie van de Indische roman in Nederland aan het eind van de vorige eeuw, is gebleken dat in de literaire kritiek steeds dezelfde elementen opduiken.
- het slecht karakter en de overdreven zinnelijkheid van de romanpersonages
- de negatieve afbeelding van de Indische samenleving.
- de kritiek op de koloniale maatschappij.
- het niet-literaire karakter van zulke boeken.
P.A. Baum: Hij was in 1679 als journalist naar Indië gekomen. Hij had bijna vijf jaar de tijd gehad om het leven in de koloniale samenleving te leren kennen en besloot een poging te wagen om te laten zien hoe de Indische roman er wel moest uitzien. Daum blijkt vooral kritiek te hebben op de idealistische traditie. De grote wending in Daums literaire bestaan was veroorzaakt door zijn kennismaling met Zola, de vader van het naturalisme.
Uit de suiker in de tabak is de geschiedenis van James van Tuyll, een gesjeesde student die naar Indië gestuurd wordt omdat hij niet deugen wil. Het leven in kolonie wordt beschreven zoals het geweest moet zijn. Daum maakt dat leven niet mooier dan het is. Ook James is niet helemaal goed en niet helemaal slecht. Ook binnen de Nederlands letterkunde neemt dit boek een bijzondere plaats in. Het is niet duf, het is niet braaf, het wordt niet ontsierd door de woordkunst van andere moderne romans uit die tijd, maar vooral: het geeft het leven weer zoals het toen geweest moet zijn.

De koloniale bellettrie ten tijde van "tempo doeloe" - 93

Poëzie en proza verschillen wat internationale oriëntatie betreft
- Voor de dichters waren de Engelse romantici als Shelley en Keats grote voorbeelden
- Het naturalisme is in Frankrijk ontstaan met Zola als voorman

Belangrijke auteurs, tijdschriften en teksten.

De nieuwe Gids is het tijdschrift van Tachtig. Belangrijke schrijvers in de redactie zijn:

Willem Kloos : Verzen
Frederik van Eeden: De kleine Johannes, Van de koele meren des doods
Herman Gorter: Mei
Andere hoofdfiguren zijn:
Louis Couperus: Eline Vere
Marcellus Emants: Een nagelaten bekentenis

Sensitivisme is de poging in taal om door het opvoeren van zintuiglijke waarnemingen tot uiterste gevoeligheid in contact te komen met een hogere werkelijkheid. Hierbij horen onder andere het intens waarnemen van licht en kleuren, een gevoel van vervreemding en het vermengen van zintuiglijke indrukken (synesthesie), zodat muziek een bepaalde kleur oproept. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in:
Een liefde van Lodewijk van Deyssel
Extase van Couperus
Verzen van Gorter

Het sonnet is volgens Kloos de vorm bij uitstek om zielsaandoeningen te verbeelden. Een aandoening en het sonnet hebben volgens Kloos allebei de het verloop van een golf, met een rijzing en een daling.
Als Gorter sonnetten gaat schrijven, dan staat het sonnet voor eenheid, orde en regeneratie
H.R. Holst wijst in haar sonnetten de kunst van het "hoogleven der momenten" af en kiest voor de bezonnenheid die zich richt op het grote verband.
Het sensitivisme komt niet van de "stemmingdichters" maar van de "kunstenaars der waarneming". Dit uit het naturalisme voortgekomen "hyper-impressionisme" begint als een privé-project van Van Deyssel. Het oproepen van een "stemming" en daarmee "schoonheid" wordt bij Van Deyssel doel van het beschrijvende proza, zoals het dat bij Kloos was van de lyrische poëzie.

De betekenis van Kloos "Inleiding" bij Perks gedichten - 92

De jaren negentig: symbolisme en gemeenschapskunst

Karakteristiek

Het individualisme en de concentratie op de waarneembare werkelijkheid voldoen niet meer. Men krijgt belangstelling voor mystiek en het occulte.

Een stroming in de poëzie die door middel van symbolen waarvan de betekenis niet van tevoren vastligt, in contact wil komen met een hogere werkelijkheid achter de waarneembare wereld. De dichter suggereert meer dan hij rechtstreeks meedeelt

Het streven om de gemeenschappelijke idealen van een groep of volksgemeenschap uit te drukken, zo mogelijk in samenwerking van verschillende kunstdisciplines. Zo wil de kunstenaar in dienst staan van de maatschappij

Belangrijke auteurs en tijdschriften

Tijdschrift: De Beweging

Symbolisten: J.H. Leopold, P.L. Boutens, Karel van den Woestijne
De socialistische dichteres Henriëtte Roland Holst
Gemeenschapskunstenaar: Albert Verwey, invloedrijke hoofdredacteur van De Beweging, die meewerkte aan de decoratie van de Beurs van Berlage.

Berlage profileerde zich in de loop van de jaren negentig steeds meer als de leider van een jonge generatie architecten met uitgesproken ideeën over het moderne bouwen. Berlage pleitte voor zakelijkheid en eerlijkheid; hij veroordeelde in de gangbare architectuur het verhullen van de constructie en van de dragende functie van de muur onder valse materialen en een woekering aan historiserende ornamenten. Decoratie diende een eenheid te vormen met de architectuur en op dezelfde ontwerpprincipes te berusten.
Verwey moest in samenspraak met de architect een zinvol programma voor de Beurs van Amsterdam opstellen dat de beeldende kunstenaars tot leidraad zou dienen. Hij verwoordde het artistieke programma in 18 kwatrijnen die in de wanden van het gebouw staan gebeiteld.

Gemeenschapskunt - 101

Neoclassicisme en neoromantiek, 1910

Karakteristiek

In het tijdschrift De Beweging komt omstreeks 1910 een nieuwe generatie dichters aan het woord die zich afzetten tegen de poëzie van Tachtig. Zij worden ook de generatie van het verlangen genoemd.

Neoclassicisme is een stroming in de poëzie die terugkeert naar een vaste vormentaal (strofebouw, metrum) en anders dan tachtig, oorspronkelijkheid in de beeldspraak niet meer als het belangrijkste kenmerk ervan ziet. De dichter mag traditionele vergelijkingen gebruiken, als er maar een persoonlijke overtuiging in doorklinkt (bezielde retoriek)

Van de kant van de romanciers komt na 1900 ook een reactie op het naturalisme. De objectieve weergave van de gewone werkelijkheid voldoet voor deze schrijvers niet meer.

Neoromantiek is een stroming in het proza waarin de droom of de verbeelding boven de werkelijk wordt gesteld. De verhalen spelen meestal niet in het heden, maar in een vaag gehouden verleden.

Belangrijke auteurs

Neoclassicisme:

J.C. Bloem: beperkt zich tot het leven hier
A. Roland Holst: dicht vooral over een andere mythische werkelijkheid voorbij het aardse bestaan.

Neoromantiek:

Arthur van Schendel: Een zwerver verliefd
Aart van der Leeuw: Ik en mijn speelman

Historische avant-garde en modernisme, 1916-1930

- Nijhoff publiceert De wandelaar
- Paul van Ostayen debuteert met Music-hall
- Het getij, het tijdschrift van het expressionisme, verschijnt

1. Modern is van toepassing op elke nieuwe ontwikkeling, het staat dan in oppositie met een voorafgaande stroming

2. Modernisme gebruikt men voor de vernieuwingen in de poëzie die men bij de Franse dichters Baudelaire en Mallarmé laat beginnen (tweede helft negentiende eeuw)

Vormen laat een veelheid van mogelijkheden en standpunten zien, zonder dat duidelijk wordt waar de keuze ligt. De gedichten getuigen van de onmacht om het als gefragmenteerd ervaren karakter van het bestaan om te smeden tot een dichterlijke eenheid en verraden meermaals een twijfel aan het vermogen van de taal. Op de werkelijkheid is geen greep te krijgen, introspectie levert niets op, hoogstens verwarrende en tegenstrijdige inzichten. Vormen is een artificiële wereld, waarin het enige houvast de vorm is, de taal in een streng kader gezet. De titel legt de nadruk op de technische, de talige kant van de poëzie, niet op de inhoudelijke. Niet wat de gedichten uitdrukken is belangrijk maar hoe zij tot stand komen.

De poëtica van Nijhoff - 108

3. Men gebruikt het begrip als samenvattende term voor alle vernieuwingsbewegingen tijdens het interbellum. Het is dan een andere benaming voor historische avant-garde. In deze zin is Marsman een modernist.

4. Modernisme is de benaming voor een stroming, vooral in het proza tussen 1920 en 1940 die vanuit een bepaalde levenshouding geschreven is.

Individualisme en engagement - 118

Historische avant-garde

Karakteristiek

Historische avant-garde is de verzamelnaam voor vernieuwende, experimentele stromingen rond de Eerste Wereldoorlog, zoals het kubisme, futurisme, dadaïsme, expressionisme en surrealisme. Er ontstonden allerlei richtingen die zich met manifesten en nieuw werk afzetten tegen de traditionele literatuur. Voor onze letterkunde zijn het expressionisme en het dadaïsme het belangrijkst geweest.

Een stroming waarin men het wezen van de dingen wil weergeven zoals de kunstenaar die ervaart, vaak los van de uiterlijke verschijningsvorm. Men verlangt "ik" en "wereld" als een eenheid te ervaren.
Stijlmiddelen zijn verheviging (van kleuren) en doorbreking van de traditionele vormen.

* Het humanitaire expressionisme legt de nadruk op de broederschap van de mensen.
Het is meestal nogal ongebonden en wijdlopig van vorm
* het vitalistische expressionisme legt de nadruk op de levenskracht en op de eenheid tussen ik en heelal.
Men gebruikt meestal korte zinnen met veel zelfstandige naamwoorden.

Een beweging van beeldende kunstenaars en schrijvers die volledig breekt met de esthetische traditie. Vanuit een illusieloze, nihilistische mentaliteit experimenteren dichters en beeldende kunstenaars met allerlei vormen zoals readymades. Dichters experimenteren met typografie en doorbreken de normale syntaxis. Men biedt een "vrolijke anti-kunst" aan.

Het literair expressionisme komt uit Duitsland, waar het vooral een humanitair karakter heeft
Dada ontstaat in Zurich (1916). Daarnaast zijn er kernen van de beweging in Berlijn, Parijs en New York.

Belangrijke auteurs en tijdschriften.

Tijdschriften met expressionistische bijdragen:

Ruimte in Vlaanderen
Het Getij met Herman van den Bergh wordt later De vrije Bladen met Marsman in Nederland

Herman van den Berghe en Marsman zijn vitalistische expressionisten in Nederland
Paul Van Ostayen vertegenwoordigt aanvankelijk het humanitair expressionisme met Het sienjaal.
Hij introduceert het dadaïsme in Vlaanderen
Theo van Doesburg heeft met vrienden in Nederland een "dadaïstische veldtocht" gehouden (1923)

In grotesken rekent Paul van Ostayen af met de burgerlijke maatschappij, met kerk, vorst en staat, zoals hij dat na zijn terugkeer zal blijven doen. Bovendien steekt hij de draak met de ratio en de logica. Bepaalde verhalen hebben kop noch staart. Een onbenullige actie, ofwel de houding van een personage, wordt tot in het absurde toe overdreven.
Bezette stad wordt het oefenterrein voor een nieuw begin. Als één besloten geheel, in drie maanden tijd geconcipieerd, stelt deze bundel in chronologische volgorde de fasen van de bezetting van Antwerpen voor, met de aanval der Duitsers, het beeld van de verlaten forten, de lege haven, het nachtleven tijdens de oorlog, de aftocht en de patriottische Te Deums na de zege. De toon is even bitter en schamper als in de grotesken.

Doorbraak van de avant-garde in Vlaanderen - 106

Modernisme

Het modernisme is een stroming vooral in het proza tussen 1920 en 1940 waarin twijfel aan de kenbaarheid van de wereld en van de mens het uitgangspunt vormen (tegenover de stelligheid van het positivisme en het geloof in een hogere werkelijkheid van het symbolisme).
Men twijfelt ook aan een vaststaande ethiek en aan de mogelijkheden van de taal.
In romans en essays toont men deze twijfel in veel discussies of in de bewustzijnsstroom van de figuur.
Men is vooral bang voor verstarring en dogmatisme en kiest voor individualisme.
In de vormgeving sluit men zich aan bij de traditie.

De Fransman Proust, de Oostenrijker Musil, de Ier James Joyce, de Engelse dichter T.S. Elliot

Belangrijke auteurs

Carry van Bruggen

Ideeënromans - 111

De schrijvende vrouw en de kritiek - 119

Menno ter Braak en E.du Perron

Individualisme en engagement - 118

Martinus Nijhoff

Forum, Criterium en andere tijdschriften, 1930-1940

Karakteristiek

Een periode waarin *verwerking van de schok van de oorlog en *het optimisme over een toekomst zonder oorlog
wordt gevolgd door *een economische crisis en *de dreiging van het opkomend fascisme

Men gaat zich steeds meer op allerlei gebieden op basis van levensbeschouwing organiseren. De literaire tijdschriften hebben het beeld van dit tijdvak voor een groot deel bepaald omdat de verzuiling in deze jaren ook in de verschillende tijdschriften gestalte krijgt en omdat niet één bepaalde stroming deze periode beheerste.

De gemeenschap: rooms-katholiek
Opwaartsche wegen: protestants
Links richten: links-radicaal
De stem: etisch-humanistisch

De Gids, Het getij/De vrije bladen, Forum, Criterium

Moderne schrijvers op zoek naar een podium - 107

Belangrijke auteurs en tijdschriften

Forum

Het tijdschrift dat de persoonlijkheid van de kunstenaar zoals die naar voren komt in het werk, als enig criterium erkent bij de beoordeling van de waarde van het werk. De vent achter het werk is belangrijker dan de vorm waarin het werk zich aandient.
De oprichters Du Perron en Ter Braak vormden de redactie samen de Vlaming Maurice Roelants.
Later kwam er een zelfstandige redactie voor het Noorden (Ter Braak en Vestdijk)
en voor het Zuiden (Roelants, Gysen, Herremans en Walschap)

Hun positiekeuze hield in dat de poëtische geheimtaal (sierpoëzie) werd afgewezen. De redactieleden hadden een voorkeur voor het gewone woord, ook in de poëzie, zoals bij Elsschot
Polemiek, waarin een persoonlijkheid zich scherp kan aftekenen, had hun voorkeur
Veel belangrijk proza is voor het eerst in Forum verschenen: Slauerhoff, Vestdijk, Elsschot

Vorm of vent - 112

Een Nederlands en een Vlaams Forum - 116

Vestdijk en Proust tegenover Ter Braak en Du Perron - 114

Individualisme en engagement - 118

Los van Forum staan twee auteurs die samen met Vestdijk als de belangrijkste romanciers van deze periode gelden: A. Van Schendel en F. Bordewijk (Bint, Karakter)

Tegenover de anekdotische poëzie van de Forum-aanhangers staat die van de aanhangers van de autonome poëtica, die het kunstwerk zien als een zelfstandige grootheid, los van de maker. Nijhoff is daarvan de belangrijkste vertegenwoordiger

De poëtica van Nijhoff - 108

Criterium

Een tijdschrift dat naar "romantisch realisme" zegt te streven als correctie op het al te verstandelijke Forum.
Men koos voor het gewone leven, "eerbied voor de gewoonste dingen", "poëzie van het kleine geluk"
Vasalis, Bertus Aafjes, Cola Debrot


| Inleiding Letterkunde | volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Liesbeth Goosens (1999)