OPERA: Twaalf opera's als spiegel van hun tijd

Christoph Willibald Gluck - Orfeo ed Euridice (1762)

Italiaanse opera seria (ernstige opera)

De leden van de Florentijnse Camerata wilden het antieke Griekse drama reconstrueren. Het spreek-zingen dat aldus ontstond ontwikkelde zich tot recitatief, dat in opera's tot in de 19e eeuw een belangrijke rol speelde als drager van de handeling. In de loop van de 17e eeuw ontstaat een meer lyrische vorm van spreek-zingen: de aria.

Verandering onderwerpen:
Eerst: pastoraal-mythologische stof
Daarna: politieke helden met militaire missies, rancuneuze goden, of combinaties hiervan

Recitatief-vormen:

  1. Droge recitatief of recitativo secco - drager van handeling, voornaamste rol. Begeleiding meestal door klavecimbel (17e 18e eeuw) later fortepiano. In de opera seria wordt een cello aan de baslijn toegevoegd. In opera buffa wordt de cello weggelaten.
  2. Begeleide recitatief of recitativo accompagnato - door orkest begeleid, spanning opbouwend bijv. voor een aria. Het kan direct overgaan in een aria, maar de belangrijkste melodie wordt vaak eerst door het orkest gespeeld -> ritornello. De combinatie van accompagnato en aria wordt meestal scena genoemd.

Aria
Functie: overdragen van emoties, bespiegeling op situatie en weergeven houding. Tijd van handelingsverloop wordt stilgezet. Vocale virtuositeit kon worden tentoongesteld.

Ideaal van de Camerata was eigenlijk dat de muziek de tekst zou dienen, woordexpressie en verstaanbaarheid waren het belangrijkste. Al in 17e eeuw verval van dit ideaal en verschil tussen recitatief en aria

Standaardvorm aria: da capo-aria, schema A-B-A. Deel A is meestal sneller dan B.

Voor alle denkbare emoties was er een aria: wraak, triomf, verdriet, vreugde, ontgoocheling.

De castraat was de primo uomo - de eerste man van de opera seria, meer aria's dan ieder ander -> zeer gecompliceerd zangers-hierarchie die libretto dicteerden.
Hierdoor een wildgroei in de opera seria met talloze bizarre subplots, waarin hoofd- en bijzaken niet meer te onderscheiden waren.

Stofkeuze:
Mythologie en antieke geschiedenis, maar feiten nam men niet nauw.
Verplicht lieto fine - happy end

Simile-aria - aria die zich bedient van metaforen -> afstandelijkheid, stilering

Opera Seria in Wenen:
Pietro Metastio -> hofdichter en librettist - grondlegger van de mythologisch/historische libretto type. Niemand kon om hem heen, ook Mozart gebruikte zijn libretto's.
Johann Adolph Hasse -> componist
Beide ijveraars voor de emancipatie van het libretto

GLUCK - geboren 2.7.1714 in Erasbach Oberpfalz. 1731 naar universiteit van Praag (filiaal van Wenen) 1734 kamermusicus in Wenen. 1736 naar Milaan (tussentijds oorlog in Oostenrijk). In Milaan contact met Sammartini een van de vernieuwers van de Italiaanse symfonische muziek. Kennismaking met Italiaanse muziektraditie, vernieuwingen daarin en de opera buffa vormen Glucks composities. 1745 naar Londen (operaleven hier Italiaans). Contact met Händel die zijn belangrijkste opera's hier schreef. Reis gaat via Parijs en brengt Gluck in contact met Franse opera - Rameau en de tragédie lyrique. Van 1746-1752 reizende orkestdirigent. 1750 huwelijk met bankiersdochter -> artistieke onafhankelijkheid. 1752 leider privé orkest in Wenen.

Opera in Wenen rond 1750
Von Kaunitz - aanhanger Franse verlichting en Voltaire -> reorganisatie hoftheater
Durazzo -> benoemt in 1754 Gluck tot hofcomponist, voert heimelijk strijd tegen Metastasiaanse operatraditie. Schrijft libretto voor opera seria gebaseerd op gedichten van Metastasio -> geen subplots en nevenintriges, koren en balletten deel van handeling.

Librettist Calzabigi
Sluit zich aan bij oppositie tegen Metastasio, schreef eerst echter puur Metastasiaanse librettos's. Eerste samenwerking met Gluck in 1761 - Don Juan

Eerste hervormingsopera's van Gluck: Orfeo ed Euridice (1762), Alceste (1767), Paride ed Elena (1770).

Het streven naar schone eenvoud komt in eerste plaats op naam van Calzabigi, daarna pas op die van Gluck, voor wat betreft de operahervorming. Hij streeft naar een hechte, gesloten dramaturgie: enkelvoudig plot, weinig personages. Gluck heeft natuurlijk wel de blijvende kwaliteit door de toegevoegde muzikale waarde geleverd.

Het libretto
3 handelende personen: Orpheus, Euridice en Amor.
Concentratie op Orpheus' liefde voor Euridice. Beperking scènes. Geen enkele scène eindigt met een aria. Koor bijna een vierde personage, in wisselende gedaantes.

De muziek
Grotere homogeniteit door vervagen van grens tussen recitatief en aria. 1 geen klavecimbel maar orkestondersteuning bij recitatief 2. Zoeken naar heldere melodische lijn voor aria -> van barok naar classicisme.

Ook vorm aria aangepast: ontwikkeling vrije da-capovorm, bijv. A-B-A-B', waarbij B'een kwart hoger ligt dan B. Hiermee bereikt Gluck 2 dingen:
- hechte eenheid door refrein passages
- voldoende contrasten tussen refrein en ritornello's.

Gluck verdeelt orkest in tweeen: 1 deel dat Orpheus begeleidt in klaagzang, met fluit 2 echo-orkest met chalumeau (schalmei, klarinet) in dialoog met orkest 1

Hervormingen
Bij alle hervormingen was Gluck vooral een realist en pragmaticus. Hij zag dat de castraten voor een grote verspreiding van zijn muziek konden zorgen. Hij herschreef de partij voor de altcastraat om voor een sopraancastraat zodat deze allemaal de partij konden zingen.

De grote verspreiding zorgde ook voor de verwatering van het hervormingsideaal. Bijna geen van de opvoerende wist nog wat de intenties van de schrijver en componist geweest waren. Het stuk was te kort, dus werd het opgevoerd met andere muziekstukken uit andere tradities.

Parijs - 1774 -> aanhanger tragédie lyrique, Iphigénie en Aulide, aangezien de leiding van de Parijse opera dacht dat na deze opvoering de aandacht voor de oude Franse opera zou dalen, vroegen ze Gluck nog 5 opera's meer te leveren. Zo werd direkt daarna Orphée et Eurydic op z'n Frans vertaald. Recitatieven werden opnieuw geschreven, balletten werden uitgebreid. De grootste ingreep was de partij van Orpheus, die voor een hoge tenor moest worden omgeschreven, want castraten waren in Parijs nooit populair geworden. Parijs was Glucks meest ultieme versie, maar Wenen stond het meest onder invloed van Calzabigi.

Berlioz gebruikte in 1859 de Parijse versie.

Pelletan editie - 1890 Saint-Saëns en Pelletan op verzoek van Berlioz, zo terug naar Italië

Gluck is een van de laatste vertegenwoordigers van de opera-seria-componisten en deze opera staat met alle hervormingen in de traditie van de 17e en 18e eeuwse traditie waarin de opera een product is voor de aristocratische hoofse wereld.


| Menu | Kunst | Opera | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Evelyn Ligtenberg (1999)