De Middeleeuwse Ideeënwereld

Hoofdstuk 2 - Categorieën van het denken

Taal en tekst werden nauw verbonden met het geloof aan de christelijke openbaring, zoals neergelegd in de bijbel. Daarna kwamen pas de teksten van de niet-christelijke Griekse en Latijnse beschaving, zoals Aristoteles en Cicero.

Men treft sporen van de scholastieke methode aan in zulke uiteenlopende geschriften als heiligenlevens, kronieken en gebeden.

Taal en tekst
Evenals het jodendom en de islam is het christendom een talige godsdienst.
Voor christenen in de Middeleeuwen zijn de natuur, schepping en de bijbel taal en tekens van God.

Middeleeuwse teksten zijn vaak performatief van aard, d.w.z. dat ze niet in eerste instantie beschrijven, maar dat ze iets als tekst willen bewerkstelligen. Bijv. getijdenboeken, brevieren, psalters.. De gebeden hierin beschrijven niet, maar wekken door taalgebruik de bidder op om nader tot God te komen.

Indeling van beschrijvingen volgens Hugo van St.Victor (1096-1141):
1. letterlijk
2. allegorisch
3. tropologisch

Middeleeuwse denkers waren zich bewust van descriptieve, performatieve en aansporende functies van teken, taal en tekst.

Geloof en rede
Strijd tussen dialectici en anti-dialectici:
Dialectici -> grammaticale en logische analyses zijn doorslaggevend bij de rationele oplossing van theologische vraagstukken.
Anti-dialectici -> blijven geijkte interpretaties navolgen, zien in logica een gevaar voor het geloof

Geloof en rede staan bij Tertullianus (155-220) zo ver uit elkaar dat hij bijna komt tot de uitspraak: credo quia absurdum: ik geloof omdat het tegen de logica is.

Manegold van Lautenbach (overl.1103) -> wetenschap is overbodig voor de christen. Alle aandacht voor iets anders dan het religieuze en mystieke leidt de aandacht af van het zoeken naar het heil.

Otloh van St. Emmeram (1010-1070) -> worstelde met zijn voorliefde voor klassieke auteurs.

Petrus Damianus (1007-1072) -> streed tegen de kerkelijke misstanden en werd heremiet, bleef nadenken over de verhouding tussen de artes en het geloof. De divina omnipotentia. Logica en geloof zijn niet gelijkwaardig, alles is ondergeschikt aan het geloof. Deze ideeën van grote invloed op Bernardus van Clairvaux, Geert Grote en Thomas à Kempis.

Strijd tussen Berengarius van Tours (1000-1088) en Lanfranc (overl.1089) over de betekenis van de formule hoc est corpus meum. Berengarius is van mening dat er geen transformatie plaatsvindt, Lanfranc juist wel.

Een zelfde vindt plaats bij Anselmus van Canterbury (1033-1109) en Thomas van Aquino, die proberen met behulp van grammatica en logica het bestaan van God inzichtelijk te maken.

Anselmus:
Fides quaerens intellectum - geloof dat naar begrijpen zoekt
Credo ut intelligam - ik geloof om te begrijpen

Epistola de incarnatione verbi van 1094 geeft drie vuistregels voor de manier waarop het verstand en de rede bij het nadenken gebruikt moeten worden:

  1. rede moet niet zoeken naar redenen waarom geloof niet zou moeten worden aanvaard
  2. bij gebruik van rede moet men geen plotselinge resultaten verwachten
  3. voordat men met denken begint, moeten goede voorbereidingen getroffen worden

Indeling Middeleeuwse godsbewijzen in twee soorten:

  1. bewijzen geformuleerd o.g.v. kennis die men heeft van de zintuiglijke bestaande werkelijkheid (a posteriori) - vijf wegen van Thomas van Aquino
  2. Drie van de vijf godsbewijzen van Thomas komen van de filosoof Maimonides (1135 - 1204) , joodse geleerde uit Cordoba.
    A a-priori -> kennis die voorafgaat aan de ervaring.
    A posteriori - > kennis die het resultaat is van ervaring.
    Gods bestaan is op zich wel evident, maar niet evident voor de mens, gezien onze beperkte verstandelijke vermogens.
    Eerste bewijs: Alles is in beweging; God als eerste beweger.
    Tweede bewijs: Niets kan zichzelf veroorzaken.
    Derde bewijs: we zien in de dingen om ons heen dat ze vergankelijk zijn. Zij kunnen kennelijk bestaan en ook niet bestaan. Hun bestaan is contingent, niet noodzakelijk. Als ze noodzakelijk bestonden zouden ze altijd bestaan. Als alles een contingent bestaan zou leiden zou er niets bestaan. Dat wat de dingen tot bestaan heeft gebracht kan niet contingent zijn.
    Vierde bewijs: God als meest perfecte wezen; bestaansnoodzaak
    Vijfde bewijs: God als doeloorzaak

  3. bewijzen voorafgaand aan kennis (a a-priori) gebaseerd op de Proslogion van Anselmus, een performatief gedicht om dichter tot God te komen.

De bewijzen van Thomas zijn van zuiver descriptieve, constaterende aard. Voor Thomas is de rede een belangrijk instrument om de wereld en de theologie te begrijpen.

Bij Anselmus, Thomas en vele andere denkers in de Middeleeuwen is er sprake van een bijna vanzelfsprekende synthese tussen rede en geloof. Naarmate echter meer filosofische teksten uit de Oudheid en vooral hun Arabische interpretaties in het Latijn beschikbaar kwamen, kwam deze synthese steeds meer in het gedrang.

Controverse tussen Thomas en Siger van Brabant (1240-1284) over het probleem van de structuur en de functie van de ziel, die lag in de verschillende interpretaties van de Arabische teksten. Siger trekt een duidelijke scheidslijn tussen geloof en rede en erkent dat een synthese niet mogelijk is. Leer van de dubbele waarheid.


Scholastieke methode
Methode van wetenschapsbeoefening en van onderwijs en niet een inhoudelijk stelsel. Werd gebruikt door filosofen en wetenschappers met zeer uiteenlopende ideeën, die allen dezelfde didactische modellen en redeneertechnieken gebruikten.

Drie belangrijke elementen:
- tekstuele commentaar
- queastio of disputatio
- harmonisatie van autoritatieve teksten

Hugo van St.Victor Didascalicon combinatie van lezen of lectuur en inzicht

Het hart van de scholastieke methode is de quaestio, door Boëthius formeel omschreven als een denkinhoud, die een tweeledige vraagstelling heeft, waarvan het ene lid bevestigend en het andere ontkennend is.

De canonisten gebruikten deze methode bij het bepalen van het kerkelijk recht.

Twee toonaangevende meesters van de queastio waren de geleerden van de school van Chartres: Gilbert van la Porrée en Clarenbaldus van Atrecht.-> vooral platoonse teksten

Bernardus Silvestris Cosmographia kan beschouwd worden als een soort encyclopedie van geplatoniseerde natuurwetenschappen en geneeskunde in een niet-scholastieke stijl. Ook Bonaventura in zijn Itinerarium mentis in Deum laat zien dat alle intellectuele activiteiten aan de kant worden gezet voor de mystieke ervaring.

Middeleeuws wetenschappelijk bedrijf kan worden beschreven als wegen die tot kennis van de Waarheid leiden. Waarheid betekent God zelf.

Artes liberales:

In toenemende mate werden westerse geleerden gegrepen door de werken van Aristoteles, vooral via vertalingen uit het Arabisch.

Thomas van Aquino
Zijn quaestiones worden onderverdeeld in acht artikelen (articuli)


Kennisstructuur
Kennis en wetenschap waren geen doelen op zich maar middelen om tot inzicht te komen in de aard en de structuur van de werkelijkheid met het oog op het bereiken van de waarheid.

Adalbero van Laon en Gerard van Cambrai -> drie-standenmaatschappij van werkers, strijders en bidders

Hoger naar lager -> kataphatikos
Lager naar hoger -> apophatikos


| Geschiedenis | Middeleeuwse Ideeënwereld | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Evelyn Ligtenberg (2001)