De Middeleeuwse Ideeënwereld
Hoofdstuk 7 : Naar Zijn beeld en gelijkenis - de ziel
De meeste middeleeuwers aanvaardden een individuele schepping van elke ziel
afzonderlijk
Bijbel
- geen systematische analyse van de ziel.
- geen verschil gemaakt tussen substantie ziel/onvermogens ziel/acten of werkingen
ziel/gedachten, gevoelens, passies/vaag in verband gebracht met de ziel als
hun oorsprong
- precieze relatie vaag, alleen de ziel van Adam genoemd bij het ontstaan
van de ziel: Origenis meende op grond hiervan dat een pre-existentie van de
ziel niet echt in tegenspraak was met het geloof----platoons model
= de ziel bestaat al voor het lichaam geschapen wordt en voor ze ermee verenigd
wordt
- ziel en lichaam verschillen van elkaar ook qua oorsprong
- bij de dood scheiding: lichaam terug naar de aarde/ziel naar God
- verrijzenis vlees door terugkeer ziel in lichaam
- mens net onder engelen in de hiërarchie
- de mens geschapen naar beeld en gelijkenis van God
- eenheid van de ziel: onderscheid in een aantal bijbelteksten tussen een
levens- en een denkprincipe, tussen ziel-anima en geest-spiritus. De ziel
het levensprincipe dat tegelijk de bron van geestelijke activiteiten is
Kerkelijke leer
- voegt weinig aan bijbelse uitspraken toe
- menselijke ziel door God geschapen. Drager keuzevrijheid. Onsterfelijkheid.
Ziel een zuivergeestelijke substantie
- vanaf de eerste formuleringen van de christelijke geloofsbelijdenis: de
leerstellingen van de verrijzenis van het vlees6e/8e
eeuw
- Symbolum Athanasianum = christelijke geloofsbelijdenis; mensen moeten
rekenschap afleggen voor hun gedrag; goed geleefd= het eeuwige leven en slecht
geleefd= het eeuwige vuur
- De mens is door God geschapen—de menselijke ziel is geen deel van de goddelijke
substantie of één met het Woord. Het eeuwige leven- of heil
lijkt de onsterfelijkheid van de ziel te veronderstellen.
Kerkelijke concilies en ziel
- leerstelling verrijzenis vlees
- ziel een geestelijk en redelijk karakter
- ziel de drager van keuzevrijheid, van nature goed noch slecht; door
de erfzonde is enkel het vlees aangetast en niet de keuzevrijheid van de ziel
- ontstaan van de ziel: niet door de ouders maar rechtstreeks door God
uit het niets geschapen
- ziel een unieke individualiteit en persoonsidentiteit
- mens uit twee substanties samengesteld n.l. ziel en lichaam
- Concilie van Toledo 693: mens uit twee substanties samengesteld
- Vierde Concilie Lateranen 1215: ook twee substanties
- Vierde Concilie Constantinopel 870: op grond hiervan de unieke individualiteit,
de persoonsidentiteit van de ziel bevestigd en de stelling van Photius
820(de mens twee zielen, een zondige en een niet-zondige) afgewezen
- Pas op het Concilie van Vienne1311 bevestigd dat de ziel de vorm van het
lichaam is= de formulering die de chr. Filosofen tussen 1100 en 1300 zouden
gaan gebruiken
Christelijke opstelling:
- de ziel moet door het lichaam dat ze bezielt, wezenlijk getekend zijn, want
anders heeft de verrijzenis van het lichaam geen zin
Wetenschappelijke zielsleer
- valt onder de natuurfilosofie = wetenschappelijk onderzoek van de
natuur/ geen zelfstandige maar ondergeschikte wetenschap
- Zielsleer == onderzoek naar de beweging ( en de principes en de oorzaken
ervan) in de levende natuur in het algemeen (de fysica onderzoekt de
natuur in het algemeen)
- De meeste geleerden accepteren een individuele schepping van elke ziel afzonderlijk.
- Christelijke leer: de ziel overleeft de dood van het lichaam en wordt
in sommige gevallen door hellevuur gekweld—de ziel kan dus pijn ondervinden.
Augustinus stelt uitdrukkelijk dat het pijnigende vuur lichamelijk
is. De kerk leert echter ook dat de ziel een zuiver geestelijke substantie
is.
- Van Aquino: de vraag naar de relatie tussen ziel en lichaam/ tussen
geestelijke en stoffelijke substanties. Siamese tweeling: voor Aristoteles
is de ziel het constituerende principe van een organisch levend lichaam—dan
kan een lichaam maar één vorm hebben en genoemd worden naar
de vorm/ als de ziel als zetel van waarnemen en denken gezien wordt
bestaat een Siamese tweeling uit twee individuen met elk aparte centra van
waarnemen en denken
- Onderscheid naar de verschillende soorten zielen of niveaus van de ziel(naargelang
de verschillende soorten organisch leven). Verschillende niveaus van de ziel;
de ziel moet rationeel uitleggen hoe en welke vermogens het levensbeginsel
op al die niveaus werkzaam is.
De middeleeuwse zielsleer
Bonaventura:
- aristotelische indeling van de ziel in vegetatief,dierlijk en menselijk
- augustinische indeling van de hogere ziel in intellect, geheugen
en wil
- neoplatoonse indeling van de ziel als vormen van zijn, denken en
willen
Platoonse indeling van de ziel: denken, voel en begeervermogen, elk
in een deel van het lichaam gelokaliseerd/ geen aandacht van Bonaventura en
weinig van andere middeleeuwse denkers want doet geen recht aan de eenheid
van ziel als organisatieprincipe en aan die van de mens als eenheid van
lichaam en ziel
Aristotelische indeling ziel:
- in drie grondvermogens: is geen echte indeling in delen;
- het hogere veronderstelt telkens het lagere niveau dat a.h.w daarin is besloten
- vegetatieve of plantaardige vermogen: voor de basale functies voortplanting,
voeding en groei ; staat het dichtst bij de natuur/vallen niet op dezelfde
manier onder de instincten want zijn bij de hogere diersoorten en de mens
op verschillende manier met zintuiglijkheid verbonden
- sensitieve of dierlijke vermogen: valt uiteen in een zintuiglijk
ken- en een zintuiglijk streefvermogen
- zintuiglijk kenvermogen maakt de waarneming van lichamelijke voorwerpen
in de buitenwereld mogelijk, deze hebben een soort uitstraling waardoor het
zintuiglijk kenbeeld in de organen van de 5 uitwendige zintuigen wordt ingeprent;
de inwendige zintuigen omvatten ook 5(vlg Aquino 4)--- de gemeenzin als een
apperceptie die alle uitwendige zintuigen begeleidt/ een beoordelend vermogen/een
memoratief vermogen/ de verbeelding
- zintuiglijk streefvermogen maakt het streven naar een bepaald voorwerp
mogelijk/ krijgt door de perceptie van het object een impuls
- rationele of menselijke vermogen: valt ook uiteen in een ken- en
een streefvermogen/ de rationele ziel omvat het denken en willen = de vermogens
om het ware te kennen en om het goede te verlangen
Denken
Over de manier waarop het ware kennen zich voltrekt was men het niet eens.
Twee richtingen hierin:
Aanhangers aristotelische abstractieleer zoals de nominalisten en Aquino/
combinatie abstractieleer met de illuminatieleer.
Aristotelische abstractieleer = hoe kennis van het zintuiglijke ontstaat
= theorie hoe de mens vanuit en op basis van zintuiglijke ervaring geestelijke
kennis opbouwt, Een geestelijke vorm uit een stoffelijk ding weggetrokken.
Waarheid is overeenkomst tussen intellect en ding.(Aquino)
- dematerialisering = registratie indruk zintuiglijk kenbeeld door
de ziel; met alle bijbehorende kenmerken behalve dat van stoffelijkheid
- desindividualisering = zintuiglijk kenbeeld van individuele kwaliteiten
ontdaan door het licht van de rede; het resultaat is het wezensbegrip
van het concrete ding., zoals het universeel begrip tafel en kenmerken ervan.
Wil een begrip tot stand komen dan moet aan drie vereisten worden voldaan:
een inzichtelijk object /een subject of verstand dat kan denken/intellectueel
licht(als mogelijkheidsvoorwaarde voor iedere denkactiviteit.). Wanneer
een zichtbaar ding gezien wordt—eerst in een concreet zintuiglijk beeld, daarna
in een abstract begrip, dan zijn die kenmerken van universaliteit en noodzaak
e.d geen kenmerken van die verschijnselen maar eerder die van het intellectuele
licht waarin we ze zien. Waarheid is de overeenstemming van wat gedacht en
gezegd wordt en wat in werkelijkheid is = waarheid is de overeenkomst tussen
intellect en ding.
- De vormen bestaan in de verschijnselen
Illuminatieleer Augustinus = verklaart wetenschappelijk kennis vanuit
een transcendente instantie en is daarom eerder platoons dan aristotelisch
van karakter werkt een ander aspect van de lichtmetafoor uit. Aanhangers waren
o.a Bonaventura en de aanhangers van het avicenniaanse augustinisme----
- wetenschappelijke kennis legt noodzakelijke, eeuwige en universele
verbanden/ haar objecten zijn per definitie tijdloos en immaterieel(terwijl
het stoffelijke vergaat).
- Plato: kent de kenobjecten(Volmaakte Vormen) een transcendent bestaan
boven en buiten de verschijnselen toe/ Aristoteles laat de vormen enkel
in de verschijnselen bestaan.
- Aanhangers illuminatieleer verklaren de universaliteit van de kennis met
behulp van het licht van een handelend intellect, dat ze met God identificeren.
Deze denkers nemen een transcendent intellect aan dat met God geïdentificeerd
wordt
- Wetenschappelijke kennis is: in het stoffelijke het onstoffelijke
zien, in het tijdelijke het tijdloze, in het individuele het universele, in
het contingente het noodzakelijke en in het onvolmaakte het volmaakte.
Deze kenmerken moeten toegeschreven worden aan het licht waarin we
ze zien en niet aan de verschijnselen. Dat licht is Goddelijk---het goddelijk
licht of een goddelijke verlichting van de menselijke geest worden zo tot
de noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde van elke kennis zonder meer.
Onderscheid rede/verstand = twee verschillende blikrichtingen. Twee
takken van hetzelfde vermogen. Inzicht hogere rede is wijsheid(sapienta)
en dat van de lagere is wetenschap(scientia) , deze vullen elkaar aan.
- de hogere rede neigt ernaar zuiver geestelijke voorwerpen te beschouwen
om zo zichzelf te zuiveren en verlichten en te vervolmaken in de richting
van de mystieke eenwording met God; taak van de hogere rede is de lagere rede
te leiden; het inzicht van de hogere is wijsheid(sapiens)
- het lagere verstand beschouwt de lichamelijke voorwerpen van de zintuiglijkheid,
lager dan het geestelijke; taak van de lagere rede is zich te laten leiden
door de hogere; het inzicht van het lagere is wetenschap(scientia)
- Aristoteles spreekt de taal van de wetenschap en Plato die
van de wijsheid; Augustinus spreekt beide talen; dankzij de Goddelijke
Verlichting
- Door de erfzonde is de kracht van de hogere rede aanzienlijk afgezwakt
en is de mens aangewezen op het verstand en op de wetenschap van het zintuiglijke
als middel om tot wijsheid op te klimmen
Speculatief en praktisch intellect = twee takken van hetzelfde vermogen>
denken/handelen
- Het intellect kan het ware op zichzelf kennen maar kan daarnaast het ware
ook als een (nastrevenswaardig) goed kennen
- Voor zover het intellect de dingen beoordeelt vanuit het standpunt van
de waarheid is ze speculatief
- Voor zover het intellect de dingen beoordeelt vanuit het standpunt van
het goede en wat gedaan moet worden is het praktisch/ normerend concreet
rationeel streven. / als tweede functie van het praktisch intellect leidt
het ook tot een habitueel bewustzijn van wat als goede nagestreefd moet worden
en als kwaad vermeden.
Willen
Bijbel: al wie zonde doet is een slaaf van de zonde/ volgens Paulus
van de slavernij van de zonde bevrijd zijn om slaaf van de gehoorzaamheid
te worden die tot gerechtigheid leidt
Anselmus van Canterbury:
- vrijheid is het vermogen het goede te kiezen/ vrijheid is het vermogen om
het goede te doen, ook als hij dit vermogen niet kan of wil gebruiken. Leer
over de vrije wil bepalend in de middeleeuwen.
Conflict Augustinus/Pelagius:
- Pelagius: de menselijke verantwoordelijkheid en vrije keuze als een
autonoom en neutraal beslissingsinstrument onverschillig voor zowel
voor goed als kwaad. Zij bestreden hiermee het dualisme van de manicheeërs
volgens wie het menselijk handelen door het Goede of door het Kwade gedetermineerd
is.
- Augustinus: zij verwarren hiermee vrijheid= georiënteerd op
het Goede met keuzevrijheid= indifferentie------de wil wordt wezenlijk
bepaald door zijn morele finaliteit;in essentie is hij streven naar het
Goede. Actief het goede willen doen is niet zondigen. De Goddelijke genade
is nodig om de bekoring te kunnen weerstaan.
Anselmus van Canterbury:
- Individueel geluk en morele plicht
- als de mens volledig uit zichzelf(a se) beslist het goede te doen ,is hij
alleen daar de oorzaak van = oorzaak van zichzelf = causa sui
- als de mens het goede doet omwille van het goede zelf handelt hij autonoom
zoals God. Door het goede omwille van het goede zelf te doen overstijgt
het subject zijn eigen individualiteit, zijn individueel standpunt en belang.
Zijn eigen (on)geluk is moreel irrelevant. Vrijheid is niets anders dan het
vrijwillige respect voor de orde van goedheid en rechtvaardigheid omwille
van die orde zelf. Vrijheid is een noodzakelijke voorwaarde om dit te bereiken
- Menselijke vrijheid en goddelijke genade : voor zover wij het goede
realiseren is het dankzij een goddelijke kracht die in ons werkt. De energie
die nodig is om de menselijke natuur boven zichzelf uit te drijven kan niet
uit de menselijke natuur zelf voortkomen
- is niet het willekeurig of arbitrair(eigendunkelijk) kunnen kiezen maar
juist kunnen kiezen
overeenkomstig de eigen natuurlijke finaliteit(= bepaaldheid door een
doel) en over de kracht beschikken die te realiseren om de doeleinden van een
ander te realiseren.- vrijheid = zelfrealisatie en staat tegenover slavernij
(= vervreemding). Onvrij is de slaaf van de zonde.Vrij is de slaaf van de
gerechtigheid.
Algemeen
- moderne idee van vrijheid meestal tegenover het causaal determinisme geplaatst
- in de 17e eeuw bestond het kosmologisch vrijheidsmodel
- in de middeleeuwen hanteerde men een sociopolitiek model aan de
Grieks/Romeinse oudheid ontleend
Augustinus:
- de mens wordt als slaaf van de zonde geboren( vrij maar onvrij) en
kan zonder verlossing niet anders dan zondigen.
- toch heeft hij het verlangen en de opdracht zijn vrijheid feitelijk te realiseren.
- in de genade van het doopsel de vrijheid geschonken.
- als de mens erin slaagt voortdurend in overeenstemming met de gerechtigheid
omwille van de
gerechtigheid zelf te handelen, zal hij op een zeker moment voorbij het kritische
punt van een mogelijke terugval geraken
Relatie delen/geheel en de eenheid van lichaam en ziel
Bonaventura:In het Breloquim
- de ziel volgens de neoplatoonse opvatting als een vorm beschreven die leven,
zijn, denken en vrijheid is
- brengt het lichaam tot voltooiing en beweegt het/ een vorm die een individuele
substantie= een dit-iets is
Thomas van Aquino: de ziel is ook vorm en individuele substantie
Aristoteles:
- substantie is datgene wat op zichzelf bestaat en dus niets nodig heeft om
te bestaan
- primaire substanties zijn individuele dingen/ stoffelijke en onstoffelijke
- secundaire substanties zijn soorten/ geslachten, dus universele naturen
die uit zichzelf compleet zijn en voor het bestaan niet van accidenten afhankelijk
- vorm(morphe) + materie(hyle) = samengestelde ding
- Leer van het hylemorfisme = vorm(morphe) is datgene wat samen met
de materie(hyle) het samengestelde stoffelijke ding uitmaakt. Materie is het
principe van onbepaaldheid en vorm is het structuurpatroon van het ding.
- Zielkunde: tot ca 1200 aug/Neoplatoons traditie. Vanaf 1300 een christelijke
variant van Aquino.
Ziel is individuele substantie en vorm
- de ziel is enerzijds een zelfstandig iets dat anderzijds toch een lichaam
nodig heeft om (in) te bestaan.
- als men de ziel als zetel van waarnemen en denken beschouwt dan moet
men vaststellen dat een Siamese tweeling uit twee individuen bestaat
met elk aparte centra van denken en waarnemen.
- verschillende niveaus van de ziel: hoe kan de ziel kennen/ hoe beweegt
ze het lichaam(interactie ziel/lichaam)/ is ze zichzelf in kennen en willen(vrijheid).
- wezen ziel: bestaat erin de mens naar God, zijn oorsprong en zijn
einddoel( zijn alpha en omega) terug te voeren.
- Ziel reflecteert de drie-ene structuur: enerzijds is de ziel geestelijke
substantie/ anderzijds is die substantie geestelijke activiteit > denkactiviteit/
denkend brengt de ziel ideeën voort die ze in het geheugen opslaat en
daardoor een band tot stand brengt tussen het voortbrengende denken en de
voortgebrachte denkvoorwerpen.
Ziel Neoplatoons: vormen van zijn/ leven/ denken
Ziel platoons: denkvermogen(hoofd)/ voelvermogen(hart)/ begeervermogen(onderbuik)
|
Intellectualisten
|
Voluntaristen
|
|
Aquino
|
Bonaventura
|
|
vnl. Dominicanen
|
vnl. Franciscanen
|
|
Hoger vermogens ziel zijn Goddelijke manifestatie
|
Goddelijk geheel overstijgt menselijke ziel en kan alleen genaderd worden
als de mens bereid is uit zichzelf te treden om zich met het Goddelijke
te verenigen
|
|
Denken als instrument om nader tot God te komen
|
|
Augustinus
- de ziel is een beeld van God
- God is substantie(natuur) en triniteit personen(Vader-Zoon-Heilige
Geest)
- de ziel is geestelijk substantie en activiteit, heeft deel aan de rede >
voorbestemd en uitgerust om het lichaam te besturen en geeft het lichaam zijn
specifieke lichamelijkheid.
- in de hoogste activiteiten van de ziel spreekt onze verbondenheid met God
- pijnigend vuur van de hel is lichamelijk
- indeling hoge ziel in intellect, geheugen, wil
Bonaventura
- franciscaan, voluntarist
- keuzevrijheid mens net als engelen: de vrijheid om het goede te
kiezen en het kwade te verwerpen
- de rede ook als gemeenschappelijk attribuut > geheugen/intellect/wil
zijn een afspiegeling van de Goddelijke Drievuldigheid
- engelen en mensen hebben als hoofdattribuut persoonlijke onderscheidenheid(Aquino
ontkent dit)
- engelen hebben als hoofdattribuut eenvoud van wezen
- ontkent dat God rechtstreeks de materiële component van de ziel bevormt
- de ziel heeft een individuele zelfstandigheid als geschapen substantie
- de ziel is, zoals alle geschapen substanties afhankelijk van iets anders
en dus samengesteld( uit wat ontvangt en wat ontvangen wordt)
- ontvangt de existentie zelf van God
- de ziel is samengesteld en onsterfelijk
- engelen en zielen (d.w.z. geestelijke substanties) zijn materieel want
geschapen, hoewel onstoffelijk.
- leer universele hylemorfisme = alle geschapen zijnden, van hoog tot
laag (engelen/elementen) zijn samengesteld uit materie en vorm, dus ook de
zielen, dus ook de lichamen.
Thomas van Aquino
- schepping ziel en vereniging ziel/lichaam een rechtstreekse actie van God
- de eenheid van de mens als bezield lichaam of als belichaamde ziel.
- fundamenteel doordenken van de christelijke leer vanuit Aristotelische grondinzichten
en m.b.v. een Aristoteles begrippenapparaat
- alle geschapen substanties (in tegenstelling tot God) zijn
samengesteld uit essentie en existentie. Dit geldt ook voor de ziel
- de menselijke ziel draagt de mogelijkheid in zich om op zichzelf te bestaan,
maar is zonder lichaam niet voltooid( geen individu binnen een soort) kan
pas door de vereniging als vorm met een lichaam als onafhankelijkheid bestaan
- individuele ziel: individuatie van schepselen is alleen mogelijk
wanneer deze uit materie en vorm =lichaam en geest bestaan> engelen voldoen
niet aan die voorwaarde; binnen de soorten zijn geen individuen.
- het menselijk lichaam is een onderdeel van de natuurlijke hiërarchische
orde waarin hogere zijnden via een trapsgewijze top-down beweging lagere
zijnden laten participeren in hun krachten
- hemellichamen kunnen dus invloed uitoefenen op bepaalde lichaamsfuncties
- schepping van de ziel en vereniging van lichaam en ziel buiten de natuurlijke
orde om; een rechtstreekse aktie van God waaraan geen bemiddelende
tussenschakels te pas komen
- rationele ziel; omvat denken en willen > vermogen het ware te kennen/vermogen
het goede te verlangen
Zintuiglijk kenvermogen:
- vijf uitwendige zintuigen > gezicht/ gehoor/ smaak/ reuk/ tastzin
vier inwendige( Aquino) zintuigen:
- gemeenzin = apperceptie voor uitwendige zintuigen
- beoordelend vermogen
- memoratief vermogen
- verbeelding
Siger van Brabant
collectieve ziel; zich baserend op Aristoteles en diens commentator
Ibn Rush.
concludeert hieruit dat er een collectieve ziel bestaat die het intellect van
alle individuele mensen omvat een mens denkt dus dankzij zijn participatie aan
die collectieve ziel
De leer van de dubbele waarheid = het resultaat van een wijsgerige(
in dit geval Siger) redenering is in strijd met de geloofswaarheid
Discussie Siger van Brabant/Aquino: Siger kan de tegenspraak van de
dubbele waarheid niet op redelijke gronden oplossen. Volgens Aquino heeft Siger
Aristoteles verkeerd begrepen en doet zich helemaal geen tegenspraak voor.
Aristotelische zielsleer over mens en dier;
- mens/dier hebben vegetatieve en sensitieve zielefuncties met elkaar
gemeen
- de mens beschikt over rationele vermogens> kan voeding en voortplanting
beheersen
- vermogen om basale levensfuncties onder controle te houden > morele aansprakelijkheid
- dier heeft geen morele aansprakelijkheid
- dier gebruikt sensitieve functies instinctief en rechtstreeks
- mens kan sensitieve functies aansturen met de ratio
- mens een eigen individuele ziel, bij conceptie door God geschapen, na de dood
eeuwig
- dierenzielen zijn niet individueel of onsterfelijk
Bonaventura: hoofdattributen van engelen die mensen ook hebben
de vrijheid om het goede te kiezen en het kwade te verwerpen
de rede; bestaat uit een drievuldigheid van vermogens(geheugen, intellect,
wil) die een afspiegeling van de Goddelijke Drievuldigheid zijn
zij bezitten beide persoonlijke onderscheidenheid
maar: engelen wel de eenvoud van wezen en mensen bestaan uit lichaam
en ziel
De ziel bestaat uit vorm én materie.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Jacqueline van Diejen- Peterse (2001)