De Middeleeuwse Ideeënwereld

Hoofdstuk 9 – De samenleving

Om aan ketterij paal en perk te stellen werd de prediking het instrument bij uitstek van de kerk om de boodschap van het christendom over te brengen. In de 13e eeuw was de preek zeer belangrijk. Ideeën die voorheen slechts in de Latijnse traditie werden doorgegeven kwamen nu in de mondelinge traditie terecht. De predikers moesten zich echter aanpassen en voegden verhalen en anekdotes uit de mondelinge traditie toe, waaraan ze consequenties konden verbinden voor het gedrag van hun gehoor.

Dominicanen – Ordo Praedicatorum

Hierdoor zijn de Middeleeuwse preken een rijke bron voor studie van de opvattingen over de samenleving.

Etienne van Bourbon (ca.1190-1261) – Tractaat over de verschillende onderwerpen waarover men kan preken

Exemplaverzameling
Belangrijke rol van albigenzen of katharen die de middelaarsrol van de kerk in twijfel durfden te trekken. Concilie van Verona – 1184 – instelling inquisitie. Bloedbad van Béziers (1208), Muret (1213) en Montségur (1244).

Het optreden van de ketters was het bewijs dat de kerstening zijn laatste, definitieve fase was ingegaan.

  1. aanpak sociaal, collectief gedrag -> verbieden heidense erediensten, Midden- en Noord-Europa pas rond het jaar 1000 over naar het christendom
  2. aanpak externe, individuele gedrag -> in acht nemen zondagsrust
  3. innerlijk gedrag, onder controle brengen van denken en voelen

St. Dominicus – Domingo de Guzman – 1215 Orde der Predikheren of Dominicanen
Vestiging te Parijs in 1217. Etienne trad in 1223 in deze nieuwe orde in. Hij bereisde als prediker de Bourgogne, Champagne, Savoye en Massif Central. IN 1239 woonde hij het ketterproces van Mont-Aimé in de Champagne bij.

Doel exemplaverzameling:
Predikers een efficiënt retorisch hulpmiddel geven bij de voorbereiding van de preek. Argumenten aanvoeren.

Exemplum:

  1. verhalende kern – eigenaardig voorval
  2. les – algemene constatering of expliciet gedragsvoorschrift

Gebruik van exempla is een vorm van mondelinge kennisoverdracht. Stamt af van de rabbijnse gelijkenis uit het jodendom. In de retorica was het ook in de klassieke oudheid bekend.

De 13e eeuwse predikers hadden beschikking over een schat aan gelijkenissen, mirakels, spreekwoorden en fabels, om over de eigenlijke exempla nog maar te zwijgen.

De eerste verzamelingen dateren van 1250 en zijn ten dele ontleend aan Jacques van Vitry (1160-1240), augustijner koorheer. Ordening van zijn preken:

  1. preken voor zondagen kerkelijk jaar
  2. preken voor heiligenfeesten
  3. preken voor andere kerkelijke feestdagen
  4. preken gericht aan het volk

De verzameling werd te groot en er ontstond behoefte aan ordening en toegankelijkheid hierop. De bedoeling van Etienne was dat de prediker snel de anekdotes moest kunnen vinden die zijn betoog kracht bij konden zetten -> naslagwerk

Alle bronnen werden door hem gebruikt:

Hij rangschikte de exempla rondom een aantal systematisch geordende thema’s.


Deugdzaamheid en gezag
De exempla zijn niet in de eerste plaats bedoeld om een analyse van de maatschappelijke verhoudingen te geven, toch kunnen ze wat zeggen over de denkbeelden van de samensteller en daarmee de ordening van de samenleving.

In exempla beoordeeld negatief gedrag (weigeren van gastvrijheid, hechten aan wereldse goederen, woeker, verraad etc.) heeft behalve een ethische component ook een sociaal aspect.

Deugdzaamheid: gehoorzaamheid, gastvrijheid, vrijgevigheid, werklust, nederigheid, naastenliefde en medelijden.

Vroeg Middeleeuwse vorstenspiegels -> aan koning of regent gericht werk, bedoeld om hem te beleren. Pedagogische functie. Oudste vorstenspiegel 6e eeuw, Martinus van Braga (ca.515-580) Formula vitae honestae geschreven voor Miro koning der Sueven in Galicië. Waarschijnlijk gebaseerd op een verloren gegaan werk van Seneca.

Latere vorstenspiegels voegden de bijbel en kerkvaders toe. Er ontstond een canon van citaten. Iers traktaat van rond 650 van de Pseudo-Cyprianus Over de 12 plagen der wereld bevat een passage over rechtvaardigheid die nog eeuwenlang gebruikt zou worden (o.a. door Jonas van Orléans, Abbo van Fleury en Richard Ullerston nog in de 15e eeuw)

Het was de gehoorzaamheid aan heersers en machthebbers die de maatschappelijke orde in stand hield. Reeds in de Karolingische tijd werden koning en priester gezien als middelaars tussen God en de mens, beiden verkregen hun macht door Gods genade.

Investituurstrijd – 11e/12e eeuw – strijd tussen koningen en pausen over het recht om bisschoppen en abten aan te stellen

Meer en meer ging de kerk zich richten op een dieptekerstening van brede groepen van de bevolking. Gedrag van de nieuwe groep van stedelingen (4e orde) werd ontleend aan de elite.


De orden
Bidders, strijders en werkers.

Gebaseerd op seksuele moraal:

Vrijen en onvrijen

Machtigen (potentes) en armen (pauperes)

Feodaliteit is het geheel aan instellingen waardoor de relaties tussen aristocraten onderling werd geregeld.

Over boeren lijkt Etienne geen exempla verzameld te hebben. Wel blijkt de aristocratisch minachting voor de werkende bevolking. Boersheid (rusticas) wordt gebruikt als tegenovergestelde van hoffelijkheid (curialitas).

Persoonlijk contact tussen heerser en onderdanen wordt benadrukt in exempla.

Economische groei in periode 1000-1300. Ontstaan geldeconomie. Sociale mobiliteit werd mogelijk. Onderwijs ging zich meer en meer richten op de behoefte aan geletterden.


| Geschiedenis | Middeleeuwse Ideeënwereld | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Evelyn Ligtenberg (2001)