Thema's en genres in de muziekgeschiedenis

Leereenheid 6: Mozarts strijkkwartetten en -kwintetten

Fase in de muziekgeschiedenis die wel wordt vereenzelvigd met de Eerste Weense School: Haydn, Mozart en Beethoven.

De muzikale omwentelingen van 1725-1775
In deze periode is er een complex van veranderingen die elkaar wederzijds hebben beïnvloed.
Er was sprake van een stille revolutie Terwijl tegelijkertijd nieuwe ontwikkelingen hun schaduw vooruit wierpen kende de barok nog vele uitlopers :overlappingsperiode.

Veranderingen
17e eeuw
18e eeuw

Nationale culturen

Internationale eeuw, uitwisseling

Vnl hof en kerk als uitvoeringsplek

Operatheater en concertzaal

Professionals

Meer repertoire voor amateurs

Contrapuntische en polyfone orientatie

Harmonische orientatie

Modaliteit verdwijnt

Klassieke tonaliteit

Onregelmatige frasestructuur

Overzichtelijke symmetrische structuur

 

Sonatevorm
Expositie; doorwerking; reprise

 

Nieuwe genres:
-klaviersonate
-symfonie (vanaf 1775 vierdelig)
-strijkkwartet/ strijkkwintet

Klavecimbel
Viola da Gamba, blokfluit

Piano
Klarinet bassethoorn

Strijkers met continuo = orkest

+ vier blazers
+ trompetten en pauken = grand orchestre

De aanduiding "preclassisisme" is neutraal en gaat over alle verschijnselen.
Over een beperkt aantal verschijnselen gaan de termen:

  1. Rococo = verfijnd ,versierd, maniëristisch
  2. Galante stijl = eenvoudig, overzichtelijk, makkelijk in het gehoor
  3. Emfindsamkeit = gevoelsuitdrukking ,expressie
  4. Sturm und Drang = veel vaart, etaleren van contrasten.

Oorsprong van het strijkkwartet
Is deels triosonate, maar ook latere genres als sonata a quattro, sinfonia a quattro en concerto a quattro. Belangrijk was het langzaam verdwijnen van de continuopraktijk.
Het primaire wezenskenmerk van het strijkkwartet is de gelijkwaardigheid van de vier partijen (gesprek).

Haydn, de aartsvader van dit genre, maakt eerst nog geen strijkkwartetten in de klassieke zin. Dat is vooral te zien in zijn langzame gedeeltes, waar de eerste viool nog een prima donna is.
Later komen twee belangrijke vernieuwingen: het monothematische principe (wordt later Motivistische Arbeit) en het streven om de spanning van het werk tot eind te behouden.
In 1782 worden 6 nieuwe kwartetten, opus 30, gepubliceerd. Haydn: auf eine ganz besondere neue Art. Ze zijn fijnzinnig en helder, met een fijnzinnige muzikale humor.

Mozart schreef als reaktie op dit werk zijn zes Haydnkwartetten.
De altviool, hart van het strijkkwartet, was zijn favoriete instrument (speelde hij ook zelf).
KV 464 wordt gezien als het ideale klassieke strijkkwartet. De indeling is:

  1. Allegro
  2. Menuetto
  3. Andante
  4. Allegro non troppo

Over KV 465 ontstond discussie. Het begin was zo vernieuwend dat sommigen dachten dat er fouten waren gemaakt in uitgave van de partituur

Vergelijken we Haydn en Mozart dan zijn Mozarts doorwerkingen korter en bondiger. Hij maakt ook veelvuldiger en effectvoller gebruik van chromatiek. Mozart is een meester in harmonische differentiatie en zwenkingen tussen majeur en mineur. Haydn bleef steeds aan de vorm schaven, terwijl er bij Mozart weinig vormexperimenten zijn te vinden.

In allesbehalve rooskleurige omstandigheden schreef Mozart zijn strijkkwintetten. De toevoeging van een tweede altviool was voor hem een nieuwe uitdaging.


| Index | Kunst | Muziek | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Marga Mulder (2001)