Thema's en genres in de muziekgeschiedenis
Leereenheid 7: Beethoven als innovator van de symfonie
De term symfonie wordt begin 17e eeuw gebruikt voor zelfstandige
instrumentale passages in vocale composities. Vanuit die vocale context
ontwikkelt het zich naar zelfstandig, welomschreven instrumentaal genre.
Twee duidelijke inspiratiebronnen zijn het ripienoconcert en de opera-ouverture.
Het ripienoconcert is een type concert voor strijkers alleen,
zonder solistische partijen.
Voor de ontwikkeling van de symfonie is het van belang vanwege het meer
homogene klankbeeld, maar ook vanwege de tendens naar een driedelig vormschema,
snel- langzaam- snel.
De invloed van de opera-ouverture was nog groter. Daar was de driedelige structuur begin 18e eeuw al gestandariseerd. Het opera-orkest had een uitgebreider instrumentarium. Bovendien vinden we een evenwichtige heldere melodievorming (zonder barokke versierselen).
Twee voorvaderen van de symfonie waren Sammartini (voor vierstemmig strijkorkest, maar klassieker en omvangrijker) en Boccherini (concerto a grande orchestra, 3 of 4 delen)
De Oostenrijkers (M.Haydn, Wagensiel, Hofmann, Dittersdorf)
- ontwikkeling richting vierdelige structuur snel-langzaam-menuet-snel.
- bezetting symfonie-orkest kreeg vaste vorm (strijkers+2 hobo+ 2hoorn,
daarnaast fluiten, fagotten, trompetten en pauken naar behoefte)
- soms een programmatische inhoud
- fugatische technieken in de finale
De Manheimse school (Stamitz, Richter)
Zij leverden vooral een bijdrage aan de popularisering van het genre.
Stamitz voegde als eerste het menuet toe.
Parijs was het commerciele brandpunt van het Europese muziekleven.
In Londen domineerden twee buitenlanders (Abel en J.C.Bach)
In Berlijn/ Hamburg werkte C.Ph.E.Bach , in zijn betrekkelijk klein oeuvre vind je talloze nieuwigheden.
Haydn's vroege symfonieën hebben het karakter van kamermuziek aangezien
het hoforkest van zijn werkgever (Esterházy) maar 17 leden telde.
In toenemende mate neigde hij naar het monothematische principe.
Na 1768 is de driedelige vorm bij hem passé è
vierdelige vorm.
Haydn wordt "meester van de stilte" genoemd vanwege zijn plaatsing en timing
van de rusten.
Vanaf 1779 kon Haydn ook vrije opdrachten aannemen en schreef hij ook
voor grotere orkesten en voor het publieke concertleven.
Haydn is degene die de symfonie een centrale plaats in het Europese muziekleven
bezorgt.
Toen W.A. Mozart zijn eerste symfonie schreef was het genre al populair.
Aanvankelijk schrijft hij zijn symfonieën om zijn gehoor te behagen, maar
steeds meer ontwikkelt het zich naar doorleefde persoonlijke muziek.
Verschillen tussen Mozart en Haydn:
De symfonieën van Beethoven
Beethoven heeft een fascinatie voor de sonatevorm. Hij gebruikte zijn traditionele vorm om fundamentele veranderingen aan te brengen:
Symfonie I (1800)
Symfonie II (1802
Symfonie III (1804) Eroïca
Symfonie IV (1806)
Symfonie V (1808)
Symfonie VI (1808) Pastorale
Symfonie VII (1812)
Symfonie VIII (1812)
Symfonie IX (1824!)
Terwijl Mozart en Haydn hun oplossingen veelal in de gegroeide symfonische traditie vonden, zocht Beethoven voortdurend naar nieuwe uitdrukkingsmiddelen.
Groot aantal vernieuwingen, zoals:
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Marga Mulder (2001)