Thema's en genres in de muziekgeschiedenis
Leereenheid 13: De geschiedenis van de Jazz
In de loop van 20ste eeuw komen er nieuwe stijlen, maar van de oude stijlen is nog geen uitgestorvenè een breed palet van stijlen, soms een revival van een stijl.
Jazz heeft twee wezenskenmerken: Swing en Improvisatie
Deze komen ook in andere muzieksoorten voor maar de swing in de Jazz is een
specifieke ritmische opvatting en improvisatie komt nergens anders als een zo
dominante vorm voor.
De swing ontstaat uit een spanning tussen de 3 ritmische lagen:
puls = bas en drums
metrum = drums en piano
melodie = piano en blazers
Het accent ligt op de tweede en vierde tel, zo ontstaat swing
De songs hebben de samengestelde liedvorm met de structuur aaba, elk 8 maten
De meeste Jazz is tonaal. In de jaren 50 zijn experimenten met
modaliteit, in de jaren 60 is er atonaliteit in de jazz. Vanaf
eind 70er jaren komen tonaliteit, atonaliteit en modaliteit voor.
Directe ontwikkeling naar atonaliteitè John
Coltrane
Van tonaliteit via modaliteit naar atonaliteitè
Miles Davis
Jazz heeft in 50 jaar de ontwikkeling van de klassieke muziek in een
paar eeuwen
Vanaf de jaren 60 is er sprake van wederzijdse beïnvloeding.
Ritmesectie
De bas speelt de puls, net voor de tel= een voortstuwende werking=
walking bas
De drummer bespeelt de hi-hat op de tweede en vierde tel= up
beat
Hij verstevigt de puls
- maakt het basismetrum door de up-beat
- brengt accenten aan
De pianist speelt stride= basnoten op 1e en 3e
,akkoorden op 2e en 4e + rechterhand=melodie
Hij heeft dus melodische, harmonische én ritmische functie.
Melodiesectie
Hiertoe horen de blazers; bij een bigband de trompet-, de trombone- en
de saxofoonsectie
Meer dan 8 personen= band, anders= combo of trio (blazers wordt
piano)
Ook de zang hoort tot deze sectie.
|
Stijl |
uitvoering |
artiesten |
Ontwikkelingen |
|
Vroege New-Orleansstijl New- Orleansstijl vanaf 1922 Late New-Orleansstijl |
amusementsmuziek |
King Oliver Creole Jazz Band Jelly Roll Morton
Louis Armstrong Paul WhitemanKing of Jazz, onterecht |
Blues rags en songs tot nieuwe stijl
Combo, |
|
De Swing
Eind 30 een revival =Dixieland Jazz |
Populaire muziek Grote danszalen
Dansmuziek, jive
Trekken van kunstmuziek |
Count Basie Big Band Glenn Miller Band
Benny Goodman |
Road-, territory band Hot band/ jazz saxofoon, zang meervoudige bezetting orkestleider/arrangeur |
|
Bebop |
Experimenten in combo Jamsessies |
Dizzy Gellespie Thelounius Monk Kenny Clarke |
Stijlbreuk, kwintet Scatten, veel vrijheid voor solist Piano = Strideè comping Up-tempo Asymetrische melodie Changes |
|
Cool Jazz 50er jaren |
Jazz= kunstvorm
Theaters en concertzalen |
Gerry Mullicham Chet Baker Miles Davis Dave Brubeck Paul Desmond
Modern Jazz Quartet |
L'art pour l'art Klank om klank Drummer secundair Bas ongewijzigd Piano sober Melodie en ritmesectie gescheiden |
|
Hard Bop Midden jaren 50 |
|
Art Blakey+ the Jazz Messengers John Coltrane Miles Davis |
Streven naar eenvoud Terug naar wortels Zelfstandige ritmische laag= the groove Shuffle (licht/zwaar) Weer symmetrie |
|
Free Jazz 1e periode 2e periode |
Jazz wordt kunstmuziek Scheidslijn naar klassiek vervaagt Creative music |
Albert Ayler Sun Ra |
Meer vrijheid Meer erkenning in Europa Akkoordenè clusters Nieuwe structuren, werken met cues |
|
Rockjazz
Eind 70er jaren Revival bebop en hardbopè neobop |
Nieuw publiek |
Miles Davis Soft Machine (=jazzrock) Becker Brothers (=jazzfunk) Chick Corea |
Instrumenten uit de rock Tonale en modale muziek |
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Marga Mulder (2001)