Thema's en genres in de muziekgeschiedenis
Leereenheid 18: Klassieke muziek en volksmuziek in Nederland
Wat is een Volkslied?
1) de essentialistische benadering (Herder)
-mooi = naïef, eenvoudig, levendig, onregelmatig
-populair onder het hele volk
-oud, geïdealiseerd verleden geprojecteerd
-orale overlevering
Veel volksliederen zijn "Gesunkenes Kultürgut" en de overlevering
ging in de praktijk zowel mondeling als schriftelijk.
De ballade staat in het centrum van het klassieke volksliederenonderzoek
2) de sociologische benadering
Alles wat het volk zingt is een volkslied, dus ook de kerk- en schoolliederen etc.
3) opvoedkundige benadering
Liederen niet van-, maar voor het Volk, ter stichting
-Betje Wolff en Aagje Deken, Maatschappij tot het Nut van het Algemeen
-tweede poging van J.P. Heije op nieuwe melodieën van o.a. Viotta, Verhulst, van Bree
Jeugdbeweging
-AJC, socialistisch, Piet Tiggers
-Katholiek, middeleeuwen als uitgangspunt, Jop Pollmann
Katholiek, protestants, socialistisch en zelfs nationaal socialistisch, gebruikten dezelfde liederen.
Bijvoorbeeld het bundeltje Nederlands Volkslied , "Pollmann en Tigger"
4) de nationale benadering
Een volk, een taal, Volksziel, maar slechts een beperkt deel volksliederen was nationalistisch
De geuzenliederen, anti Spaans en anti Katholiek
Valerius gedenkboek = luxe navolging op beschaafde godvruchtige toon
Pas in de 19e eeuw succesvol, nadat ze eerst in Duitsland populair waren geworden
5) de nationale hymne
de dubbele betekenis van "volkslied" komt alleen in Nederland voor
Het Wilhelmus was een van de meest moreelverhogende geuzenliederen.
In de 18e eeuw werd het voornamelijk instrumentaal uitgevoerd; Prinsenmars
In de 19e eeuw werd Wie Neerlands bloed.. het officiële Volkslied, in 1932 het Wilhelmus.
Geschiedenis
Het begrip Volkslied wordt gebruikt als globale benadering
-hoeft niet in brede lagen van de bevolking gezongen te zijn
-hoeft niet oud en/ of anoniem te zijn
-hoeft niet mondeling overgeleverd te zijn.
Middeleeuwen
Hendrik van Veldeken, liederen in het Hoogduits voor de adel
Hadewich, adelijke mystica
Groothuuse handschrift, liefdesliederen uit aristocratisch milieu van Brugge overgeleverd met muziek
Zestiende eeuw
Tijd van de Moderne Devotie, intrede van drukpers
Antwerps Liedboek (1544), geen melodieën
Er waren wel liedboeken met muziek, vooral geestelijke liederen è contrafacten, wijsaanduiding
Souterliedekens (1540), als eerste in Europa alle 150 psalmen in volkstaal. Hierin staan de melodieën (populaire wijsjes)
in noten. Zij waren acceptabel voor katholieken en geliefd bij de protestanten.
Gouden eeuw
Liederen kregen een literaire dimensie (Hooft, Vondel, Huygens, Bredero).
Ze verschenen in luxe liedboeken, maar ook in goedkope liedboekjes, bereikbaar voor de gewone man.
Hoofts bijdrage kun je zien als een renaissancistische kwaliteitsimpuls aan het traditionele genre.
De grenzen tussen volkslied en serieuze muziek vervagen.
Componisten gingen muziek maken bij daarvoor speciaal geschreven liedteksten.
Achttiende eeuw
Met het opvoedkundige werk werden nieuwe wegen ingeslagen.
Wolff en Deken, contrafacten
Jan Pieter Heije, nieuwe melodieën (Midden 19e eeuw)
Twintigste eeuw
Nederlandse componisten laten zich inspireren door volksmuziek zoals
Cornelis Dopper, Amsterdamse Symfonie
Peter van Anrooy, Piet Hein Rapsodie
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Marga Mulder (2001)