OUDNEDERLANDSE SCHILDERKUNST

MATERIEEL-TECHNISCH ONDERZOEK

Verschil 20e met 19e eeuw in onderzoek is het gebruik van natuurwetenschappelijke methoden. Twee groepen methodes

  1. Methoden voor oppervlakteonderzoek : het schilderij hoeft niet te worden aangeraakt (ultraviolette stralen, infrarode stralen, röntgenstralen)
  2. Methoden voor puntonderzoek : gebruik van minuscule verfmonsters (stereomiscroscopisch onderzoek, alle methoden voor analyse verfmonsters)

Het dendrochronologisch onderzoek neemt bij deze twee methodesoorten een aparte plaats in : datering van de houten drager : veelal eikenhout uit het Baltisch gebied.
Voor datering is een minimum van 75 jaarringen vereist, het liefst met spinthout.

Opbouw 15e eeuws schilderij:

Zichtbaar maken ondertekening:

Ondertekening kan alleen maar zichtbaar worden gemaakt als deze is aangebracht in een koolstofhoudend, zwart pigment

Op deze manier kunnen overschilderingen, wijzigingen etc. aan het licht worden gebracht. Bij vanwege verandering van smaak in de loop der tijd. Preutsheid, verwisseling van eigenaar zijn andere oorzaken.

Stereomiscroscoop voor het onderzoek naar diverse verflagen, middels minuscule uitsnedes van een verflaag uit een schilderij

Combinatie van verschillende natuurwetenschappelijke methodes is zeer wenselijk omdat gegevens uit verschillende methodes elkaar kunnen aanvullen, zodat een zo compleet mogelijk beeld ontstaat.

Van Oudnederlandse Schilderkunst kunnen er maar een paar aan de hand van bronnen meer of minder zeker aan een bepaalde schilder worden toegeschreven. Deze werken vormen dan de kern van een oeuvre dat d.m.v. stijlanalyse verder is geconstrueerd.

Informatie wordt zodoende geleverd over:


De drager

In de 15e eeuw waren beschilderde doeken een goedkoop substituut voor wandtapijten en panelen, ze waren ook uiterst kwetsbaar en er zijn er heel weinig overgeleverd, o.a. de Graflegging van DB.

Panelen:
Nederland : eikenhout
Italië : populierenhout
Duitsland : grenen, linde- en eikenhout

Dendrochronologie legt vast dat een paneel niet voor een bepaald jaar geschilderd kan zijn, omdat de boom toen nog niet gekapt was. Een vastgesteld jaar voor het geboortejaar van een schilder sluit echter niet uit dat de schilder het paneel toch gebruikt heeft. Dendrochronologisch onderzoek kan gecorrigeerd worden door de stilistiek.

De belangrijkste verdienste van dendrochronologie is dat aangetoond kan worden dat panelen van een later datum zijn, dan op stijlkritische gronden werd aangenomen. Kan ook gebruikt worden bij het vaststellen bij twee identieke werken welke het origineel is en welke de kopie. Ook kunnen de verschillende panelen van een ensemble hiermee gereconstrueerd worden, indien de panelen verspreid zijn geraakt.

Het letterlijk kopiëren van Oudnederlandse Schilderkunst blijkt pas laat in de 15e eeuw op gang te zijn gekomen en tot ver in de 16e eeuw te zijn doorgegaan.

Schrijnwerkers leverden panelen in lijsten aan aan de schilders. Met het verlies van oorspronkelijke lijsten verdween daarmee veel waardevolle informatie:

Bovenstaande geldt als tenminste de lijsten zoals die van Jan van Eijck overgeleverd zijn uit een algemene traditie stammen, en dat is nog de vraag.

Een geslaagde reconstructie volgens bovenstaande dendrochronologische methode is die van een drieluik dat wordt toegeschreven aan de Meester van de Catharina-legende.

Baard: grens tussen lijst en drager, ontstaat wanneer een paneel in een lijst wordt geschilderd, door hogere pigmentconcentratie in deze rand, zodat hij op een röntgenfoto als een lichte streep te zien is.


De grondering
Mengsel van krijt en lijm (in Zuid-Europa gips en lijm. Globaal kan het gebied van herkomst dus vastgesteld worden. Belangrijk criterium om vast te stellen of schilderijen in de Zuidelijke Nederlanden of in Spanej vervaardigd zijn.

De ondertekening
Geeft inzicht in de werkwijze van de schilder. Niet bedoeld om gezien te worden.

Twee functies:
- verdelen van de vormen over het vlak : compositie
- voorbereiden modellering d.m.v. arceringen

Rogier van der Weijden : ondertekeningen met een spontaan en soms chaotisch karakter. Kan verklaard worden vanuit de werkverdeling meester-assistent. Interpretatie van een ondertekening heeft alleen zin als zoveel mogelijk werken die aan een schilder of atelier zijn toegewezen met IRR onderzocht zijn.

Bij Jan van Eijck en Meester van Flémalle wijkt de ondertekening nooit veel af van het schilderij bij Hans Memling en Rogier van der Weijden meestal aanzienlijk.

Het karakter van de ondertekening was afhankelijk van de wijze waarop de uitvoering van een paneel tot stand kwam. Aan de hand van de ondertekening kunnen niet alleen toeschrijvingen worden gedaan, maar ook kopieën en origineel van elkaar onderscheiden worden.

Hoe werden kopieën gemaakt?
- ponsen : compositie overtrekken via een "calque", vervolgens werden in de lijnen van de tekening gaatjes geprikt, die daarna met koolstofpoeder werden verstoven op een onderliggend vel papier
- hoofdfiguren werden vaak met hulpmiddelen vastgelegd, de enscenering was vrij

De beste verklaring voor de overeenkomst tussen kopie en ondertekening is dat de ondertekening correspondeerde met de voor het origineel gemaakte compositietekening, en dat de koppiist deze tekening of een natekening daarvan als model heeft gebruikt.

IRR in combinatie met röntgenonderzoek werpt nieuw licht op het onderzoeksaspect van de samenwerking of arbeidsverdeling binnen de werkplaats. Er was een nauwe betrokkenheid bij het gehele productieproces, zowel voor de ondertekeningen als voor het schilderen. De meester drukte echter het creatieve stempel en behield het toezicht en overzicht.


De verflagen
Een verflaag bestaat uit een bindmiddel en pigmenten. De Oudnederlandse Schilderkunst gebruikten meestal sneldrogende olie als bindmiddel. De kleuren werden van licht naar donker opgebouwd.

Toegepaste pigmenten vormen een globaal dateringsmiddel voor een schilderij omdat in de loop der eeuwen in het gebruik van pigmenten veranderingen zijn opgetreden. Pigmentanalyse is vooral geschikt voor het identificeren van late kopieën en het ontmaskeren van vervalsingen.


Materieel-technisch onderzoek doorgelicht

Materieel-technisch onderzoek is van dienst bij:

  1. vaststelling ontstaansgebied
  2. vaststelling oorspronkelijke uiterlijk schilderij
  3. inzicht verkrijgen in ontstaansproces van ondertekening tot laatste verflaag

De vele gevonden kopieën hebben geleid tot een herbezinning op de betekenis en functie van een kunstwerk in de tijd van zijn ontstaan. Kopieën werden vaak jaren later op bestelling gemaakt, en meestal niet door het atelier van het origineel. Kopieën werden gemaakt omdat er vraag naar was.

Stijlcritici zijn degenen die in eerste instantie een ordening aanbrengen in de grote hoeveelheid ongedateerde en ongesigneerde werken van de Oudnederlandse Schilderkunst. Materieel-technisch onderzoek kan daarna een schat aan informatie aandragen om toeschrijvingen en dateringen te toetsen.


Index | Oudnederlandse Schilderkunst | vorige | volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Evelyn Ligtenberg (2000)