OUDNEDERLANDSE SCHILDERKUNST

DE ICONOLOGISCHE BENADERING

Iconografie : identificeren en classificeren van de onderwerpen en gebruikte symbolen

Iconologie : duiden van hun betekenis binnen de oorspronkelijke historisch context

De bewaard gebleven documenten geven niet voldoende bewijs om aan te tonen dat men symboliek byzonder op prijs stelde in een werk. Kerkelijke gezagsdragers hadden, blijkens hun documenten, nog het meest oog voor inhoudelijke aspecten. Soortgelijke documenten zijn nauwelijks voorhanden m.b.t. wereldlijke opdrachtgevers, terwijl in de 15e eeuw 70% van de productie van schilderijen voor deze doelgroep was.


Dvorak en de Tolnay

Dvorak sprak al in 1918 over een belangwekkende relatie tussen kunst en theologie. Hij besteedde aandacht aan de theologisch/filosofische stromingen van het Realisme Õ goddelijke als enige werkelijkheid en wereld als afspiegeling daarvan.
Bij het Middeleeuwse realisme hoorde symboliek om uiting te geven aan de goddelijke realiteit.

Nominalisme Õ opvolger van realisme Õ werkelijkheid een op zichzelf staand fenomeen.

Volgens Dvorak vormde de natuurgetrouwheid een zelfstandig artistiek doel in de kunst van Jan van Eijck . Dit werd 10 jaar daarvoor nog stellig ontkend door de Franse mediëvist Mâle Õ kunstenaars verzinnen niks, ze kopiëren ideeën van theologen, mystici, hagiografen en predikers.

De Tolnay en Panofsky analyseerden de 15e eeuwse Noord-Europese paneelschilderkunst als betrof het een symbolisch programma waarmee teksten werden geïllustreerd.

Waar Huizinga een tegenstelling tussen hof en devotie constateerde, meende De Tolnay juist een samengaan van religieuze en wereldlijke sfeer te ontdekken.

Panofsky Õ synthetische intuïtie Õ om de iconologische betekenis van een schilderij bloot te leggen, moest men gelijke "wezenlijke tendensen van de menselijke geest" opsporen in dezelfde tijd in andere cultuuruitingen, zoals politiek, filosofie, religie en poëzie.

Panofsky sprak liever van nomanalismeÖ mystiek, dan van nominalismeÖ realisme, aangezien het realisme in de 14e eeuw reeds sterk aan invloed had ingeboet ten gunste van het nominalisme.

Hij negeerde de sociaal-historische gegevens die Huizinga en Warburg verzameld hadden en presenteerde een verzoening tussen ME en moderne opvattingen. Zijn iconologische interpretaties waren niet gebaseerd op diepgaande historische beschouwingen, maar op het fascinerende speurwerk waarmee hij de geheimen van afzonderlijke kunstwerken ontrafelde.

Vb. Arnolfini portret:
Document met een wettige status Õ huwelijk met getuigen
Christelijke huwelijkssymboliek
Õ er viel geen grens te trekken tussen wel of geen symbolisch motief

Diguised symbolism, oftewel verhulde of verborgen symboliek

Panofsky kende aan symboliek en realisme een gelijkwaardige, d.w.z. in gelijke mate bepalende betekenis toe.

Symboliek en realisme werden tegenover elkaar gesteld: symboliek gaf uitdrukking aan het ME theologische gedachtengoed en het realisme hield verband met het verkennen van de aardse werkelijkheid.

Interpretaties werden geverifieerd aan de hand van duidelijk bewijsmateriaal:

  1. Gaat het motief terug op een bestaande voorstellingstraditie?
  2. Kan een symbolische interpretatie gerechtvaardigd worden door bepaalde teksten of ideeën?
  3. Strookt de symbolische interpretatie met de historische situatie en de persoonlijke neigingen van de individuele kunstenaar?

Panofsky's succes hangt voor een deel af van zijn heldere en systematische manier van formuleren.

De kern van Panofsky's en De Tolnay's iconologische interpretaties werd gevormd door de opvatting dat in deze kunst realisme en symboliek samenvielen.

Otto Pächt Õ idee van diepgaande en uitvoerige symboliek plaatste hem voor een fundamenteel psychologisch en sociaal probleem.

Meyer Schapiro Õ marxistische kritiek op de rol van de religie.


Generatie na Panofsky
Mogelijkheid van tegengestelde symbolische betekenissen of meervoudige betekenissen.

Iconologie als tak van de kunsthistorische wetenschap werd voor het eerst toegepast op de Italiaanse Renaissance-kunst, zij het niet op religieuze maar op wereldlijke voorstellingen.

Alpers Õ net als Bedaux probeert zij de symbolische interpretaties zoveel mogelijk te beperken.

Inmiddels hernieuwde belangstelling voor de sociaal-historische aspecten van Oudnederlandse Schilderkunst, zals van Held, Schapiro, Huizinga en Warburg.

Sinds de jaren 80 zijn de religieuze drijfveren weer belangrijk geworden. Er is weer een levendige interesse in ideeën zoals die van Warburg over de complexiteit van deze motieven.

Barbara Lane Õ concentreert zich nog steeds op disguised symbolism, uitsluitend aan de hand van de liturgie.


Slotbeschouwing

Meer aandacht zal besteed moeten worden aan elke soort van informatie die we uit eigentijdse documenten kunnen halen m.b.t. kunst. Voorts moet het probleem van de verhulde symboliek opnieuw worden geanalyseerd (verhulde symboliek komt volgens Harbison het meest voor in de afbeeldingen van huiselijke interieurs)

Contextueel onderzoek is noodzakelijk, omdat in de 14e eeuw in allerlei milieus de kunstwerken gewaardeerd werden: kooplieden, hovelingen, kanunniken, mystici, bureaucraten etc.


| Index | Oudnederlandse Schilderkunst | Vorige |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Evelyn Ligtenberg (2000)