Ethiek is niet een onderdeel van de wijsbegeerte, maar het fundament van alle andere wijsgerige disciplines.
Dit is bij hem niet het vak waarin normen worden gefundeerd, maar een beschrijving van de condition humaine. De ethiek of metafysica laat zien hoe de mens geconfronteerd wordt met het Andere en hoe deze confrontatie de basis vormt van het kennen en bewerken van de wereld en van de samenleving met medemensen.
Levinas plaats binnen de westerse wijsbegeerte
Geboren 1906 te Lithouwen. Overleden 1995. Studeerde filosofie te Straatsburg.
Verbleef later in Freiburg waar hij in aanraking kwam met de fenomenologie.
Proefschrift over het begrip aanschouwing in de fenomenologie.
In 1939 tot Fransman genaturaliseerd.
Wijsgerige en Joodse geschriften, belangrijkste wijsgerige:
Beïnvloed naar eigen zeggen door joodse traditie, de Russische literatuur
en de fenomenologie van Husserl.
Situering van Levinas ethiek binnen de filosofische traditie:
Het metafysische verlangen richt zich op het absoluut andere, dat niet ons verlangen
vervult en beloften bevredigt. Het wordt vergeleken met de goedheid.
Het voor de metafysica kenmerkende onderscheid tussen het onvolmaakte en het zuivere en het verlangen naar het ware (Plato). Augustinus: in zijn visie bestaat de schoonheid in vele afzonderlijke schone dingen, die alle deelhebben aan de onvergankelijke idee van de schoonheid zelf.
In onze tijd spreek met van het einde van de metafysica (Nietzsche).
Bij Levinas vindt een radicale herinterpretatie plaats van de metafysische traditie. Het metafysische verlangde Andere is bij hem de bron van alle onrust. Het andere is bij Levinas niet een aparte werkelijkheid maar een kritische instantie tegenover de bestaande eindige en tijdelijke werkelijkheid. Het verlangen is geen heimwee naar een betere wereld. Het is een verlangen dat van buiten wordt opgewekt en nooit kan worden vervuld, maar wel worden vergroot. Het metafysische verlangen is niet een natuurlijke behoefte. Het is een verlangen dat niet vervuld en bevredigd raakt, maar wordt verdiept. Het Hogere is volgens Levinas de kritische maatstaf waarmee het land waarin we geboren zijn, beoordeeld wordt. Het Andere heeft één trekje van de traditionele metafysica behouden: het kan niet in onze eigen wereld worden ingelijfd. Het metafysische verlangen gaat uit van het absoluut andere. Het verschil tussen het Zelfde en het Andere kan slechts groter worden, want hoe meer ik aan de kritische maatstaf tracht te beantwoorden, des te meer besef ik mijn te kort te schieten.
De confrontatie met de Ander is schokkend. De schok die dat teweegbrengt doet het kritisch zelfbewustzijn, het geweten ontstaan dat de metafysische basis is van alle denken.
Heidegger gaat ook uit van het einde van de metafysica. Het zijnsverstaan heft bij hem altijd betrekking op eindige tijdelijke zijnden. Het zijnsverstaan bij Heidegger is ethisch neutraal. Het bevat niet een besef van rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid.
In Levinass filosofie neemt niet de metafysica in de zin van zijnsverstaan de plaats in van de eerste filosofie, maar de ethiek. Hij beargumenteert deze stelling door aan te geven dat het metafysische verlangen niet oorspronkelijk is. Het kennen van de werkelijkheid steunt op de erkenning van de Ander en daarmee op de ethiek.
Ethiek en gelaat
Aanwezigheid en gelaat
Verschillende betekenissen van aanwezigheid, primair een ethische context. Aanwezigheid als beschikbaar zijn. Als iets bestaat moet het op een of andere manier beschikbaar zijn. Als iets niet hanteerbaar is, bestaat het voor ons natuurlijke gevoel niet.
De dingen zijn aanwezig voor ons in een beschikbaar-zijn.
Ethisch aanwezigheid; tegenwoordigheid. Tegenwoordigheid in ethische zin verschilt radicaal van het aanwezig zijn in de vorm van beschikbaar-zijn.
In de aanwezigheid van de Ander vindt een omkering plaats. Bij het beschikbaar zijn is het andere voor mij, maar inde aanwezigheid van de ander ben ik voor de ander. Ethische aanwezigheid kenmerkt zich door de weigering van de ander zich in te passen in een bepaalde vorm van verstaan of interpretatie.
De andersheid van de ander is niet relatief maar absoluut. De Ander blijft oneindig transcendent. Het absolute verschil, niet te vatten in termen van formele logica, wordt slechts tot stand gebracht door de taal.
Gelaat en begrijpen
Voor Levinas is het oorspronkelijke wezen van de mens een direct (face à face) openstaan naar de ander. Begrijpen is niet de basis voor de relatie met de ander.
Zolang de ander via begrippen wordt benaderd, is zijn realiteit (ander zijn) niet echt verontrustend. Het gelaat stelt zich te weer tegen inbezitneming, tegen mijn vermogens.
Goede wil is niet de basis voor de relatie met de ander. De wil om te begrijpen, blijft een manier van zijdelings benaderen tussen mij en de ander. De ander wordt van zijn absolute andersheid ontdaan en ingepast in min of meer vertrouwde categorieën.
Volgens Levinas impliceert begrip bezit. In het begrijpen is dat wat begrepen wordt een verschijnsel waar ik mij intentioneel op richt. Maar de ander weigert inhoud te worden.
Gelaat en communicatie
Het ik is oorspronkelijk niet op de ander als ander gericht, maar als levensvulling, als tegemoetkoming aan zijn behoeften. Na de ontmoeting met de ander als gelaat kan de ander niet meer genoten worden zoals men van dingen geniet. Het morele besef is ontstaan.
Het morele besef ontspringt niet aan het bewustzijn, het is juist de bron ervan.
In de ware communicatie gaat het niet primair om uitwisseling van gedachten, gevoelens of informatie. Het gaat om een openstaan dat aan het voorstellen, begrijpen en het zoeken naar waarheid voorafgaat. Ware communicatie is op niet iets gericht, maar draagt zijn zin in zichzelf. Het is een relatie tussen gesprekspartners die elkaar transcenderen.
Er moet tussen de zijnden een oneindig verschil zijn, opdat het zin heeft van ethiek te spreken. Menselijke communicatie is gericht op het absolute verschil. De ethische relatie is geen formele aangelegenheid, maar betekent een concreet laten delen in het eigen bezit.
Levinas stelt dat het ik, voordat het een kans krijgt zich de dingen voor te stellen zodat ze begrijpbaar en behandelbaar worden, al in een ethische communicatie met de ander is getreden.
Ethiek en leven
De vertrouwdheid met het andere is aanvankelijk de horizon waartegen alles dus ook het andere zich aftekent.
Levinas wil laten zien dat het ik in het genietend bestaan nog niet tot de hoogste vrijheid is gekomen.
Leven en bevrijding
Leven is zijn-door-het-andere. Voor Levinas is de mens een zijnde dat zich in het leven handhaaft als zelfstandigheid (hypostase) en deze zelfstandigheid instandhoudt door onafgebroken van de dingen gebruik te maken. De manier waarop de mens zijn zelfstandigheid als economisch wezen veilig stelt, is de toe-eigening De hypostase is als vorm van bevrijding een interiorisering of identificering. Het andere wordt opgenomen in hetzelfde, het wordt bezit.
Het aangesproken worden door de ander is de ware bevrijding. De definitieve bevrijding is de ethische verantwoordelijkheid. De volle zin van mens-zijn is volgens Levinas gelegen in het uitstijgen boven de zelfhandhaving. Leven is zijn-door-het-andere. Ethiek is zijn-voor-de-ander.
De ethische betrokkenheid is een verlangen naar de ander, zonder de ander nodig te hebben. Wil een dergelijk verlangen mogelijk zijn, dan met het subject reeds een zelfstandig zijnde zijn.
Het egocentrische leven dat aan de komst van de ander voorafging krijgt achteraf een ethische bestemming. Ethische betrokkenheid is zuivere goedheid.
Leven en geluk
Leven is niet een neutraal soort bestaan waaraan een geluksbeleving als zijn toegevoegd zou moeten worden. Plezier is in het leven een authentieke levensgevoel. Het genietende subject vindt in het genieten zelf de zin van het bestaan.
Het genieten is in betrekking staan tot iets dat nog niet de status van een object heeft. De ander is nog geen object. Het genietende subject leeft nog zonder taal, het wordt niet aangesproken door de ander. Hij leeft in een toestand van het paradijselijk op gaan in de dingen.
Het morele bewustzijn is een kritisch zelfbewustzijn. Met het morele bewustzijn ontstaat de mogelijkheid van egoïsme en altruïsme. Het morele bewustzijn doet het genieten niet ophouden, maar maakt een eind aan het gevoel de wereld voor zich alleen te hebben.
Zonder de eerste vrijheid (de beschikbaarheid van de dingen) is de hogere vrijheid zonder inhoud.
Twee trappen van vrijheid en menswording:
Leven en wonen
De mens neemt in plaats in, hij is geen geest. In het wonen verdiept en beveiligt zich het genieten. De mens kan op basis van de woning in zichzelf keren, maar ook erop uit trekken om via arbeid en bezit de nooit op te heffen onzekerheid van het bestaan op te schorten.
In het wonen is de ander wel aanwezig, maar de ander verschijnt nog niet als gelaat.
In het wonen wordt de eerste fase van de menselijke bevrijding voltooid.
Ethiek en sociale rechtvaardigheid
De relatie tot de Ander is asymmetrisch, want wie verantwoordelijk gesteld wordt, rekent niet, maakt nog geen rationele vergelijking van rechten en plichten.
Ethiek en recht
Onder het Zeggen of het betekenen verstaat Levinas de directe relatie met de ander. Het zijn synoniemen van nabijheid of verantwoordelijkheid.
Een strikt duale relatie komt in de werkelijkheid niet voor, we leven samen met vele anderen.
Contracttheorie: Mensen waren aanvankelijk autonoom en vrij, maar in een sociaal contract heeft men iets van deze vrijheid ingeleverd om een sociale orde mogelijk te maken.
Levinas draait deze redenatie om: tegenover de Ander heb ik alléén plichten en kan ik geen rechten doen gelden. Het probleem is volgens Levinas: hoe kunnen mijn plichten beperkt worden zodat er ook ruimte is voor mijn rechten?
De aanvankelijke situatie van de onbeperkte plichten blijft bij Levinas altijd op de achtergrond. Als een ieder zich zou beperken tot wat de maatschappij voorschrijft, zou de samenleving snel vastlopen.
De asymmetrie van de verantwoordelijkheid blijft de grond van de symmetrische zoals die in verdragen is vastgelegd.
Verantwoordelijkheid en weten(schap)
Levinas laat het weten ontspringen uit de ethiek. Afwegingen maken, berekeningen uitvoeren hebben hun wortel in het rechtsbesef. Wetenschap is van meet af aan gebaseerd op deze verantwoordelijkheid.
De komst van de derde in het gelaat noemt Levinas een correctie van de theorie van de onbeperkte verantwoordelijkheid, waarmee we niet zomaar maatschappelijk kunnen opereren.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Peter Prevos (2000)