Casus 2

The Great Cat Massacre

Willem de Blécourt

Inleiding

In de Kattenslachting geschreven door Robert Darnton wordt beschreven hoe een stel, door hun baas onderdrukte, medewerkers van een drukkerij de door de vrouw van hun baas zo geliefde katten ritueel slachten.

Het speelt zich af in Parijs rond 1730.

Nicolas Concat vertelde het verhaal jaren later in zijn biografie.

Voor tegenwoordige lezers is het slachten van katten een gruwelijke bezigheid, voor de leerlingen in het drukkersbedrijf was het daartegen uitermate grappig. Darnton stelt nu dat als we kunnen begrijpen waarom het zo leuk was, we een inzicht kunnen krijgen in de toenmalige arbeiderscultuur.

Hij wil door een uitzonderlijk geval te analyseren algehele conclusies trekken. Maar was deze slachting in die tijd wel zo ongewoon. In deze tijd zeker wel.

Voor de oplossing van het raadsel van de Kattenslachting brengt hij elementen van een Franse volkscultuur naar voren die uiteindelijk het doel van zijn analyse vormen. Een cirkelredenering.

Om een uit het verleden overgeleverde tekst te kunnen interpreteren is het allereerst noodzakelijk vast te stellen om wat voor een soort tekst het gaat en wat voor een soort informatie het kan opleveren - een fictieve tekst vergt een andere interpretatie dan een verslag van een rechtszitting. Het pas in 1980 uitgegeven verslag van Concat dateert van 1762, ruim twintig jaar na de gebeurtenis die het heet te beschrijven. Volgens Darnton is dit het enige beschikbare verslag van de Kattenslachting. Hij gaat er zonder meer van uit dat het een ooggetuigenverslag betreft.

Darntons dwingende retoriek. In plaats van zich af te vragen wat de Kattenslachting zou kunne betekenen, stelt hij dat de meest voor de hand liggende uitleg natuurlijk is en dat het gebeuren tegen de baas van de drukkerij en diens vrouw waren gericht.

Darnton gebruikt rituelen uit andere plaatsen en tijden om de Kattenslachting te beschrijven.

Voor het verstaan van de Kattenslachting, een eenmalig gebeuren, lijkt een inleiding over jaarlijkse rituelen niet bijster relevant.

Om te kunnen begrijpen hoe Darnton de Kattenslachting begrijpt is het van belang te onderkennen dat cultuur in zijn opvatting een relatief, van de gebruikers losstaand en coherent geheel vormt waar in voorkomende gevallen een beroep wordt gedaan.

Darnton heeft weinig of geen argumenten voor het rituele karakter van de ze slachting. Het gebruik van katten voor dit soort acties hoeft geen breed gedragen cultureel aspect te zijn. Ook de door hem gelegde verbanden met toverij zijn twijfelachtig.

Daarbij komt de vraag in hoeverre Darnton voornamelijk gegevens heeft geselecteerd die bij zijn argumentatie passen, of ook aandacht heeft besteed aan daaraan tegenstrijdige argumenten. Darnton blijft de vraag schuldig waarom katten zo belangrijk zijn.

Darnton neemt zijn toevlucht tot een structuralistische benadering en probeert zijn interpretatie verder te onderbouwen door de constructie van een systeem van relaties. Daartoe creëert hij een viertal binaire tegenstellingen: tussen mensen en dieren, bazen en arbeiders, privé en publiek, cultuur en natuur. In dit schema nemen de leerlingen en de katten een tussenpositie in, ze zijn concurrenten voor een plaats in het huishouden. De omstandigheid dat de katten werden voorgetrokken ten koste van de leerlingen was de directe aanleiding tot de slachting.

Darnton ondergraaft zijn bouwwerk door de weg aan te geven waarlangs de arbeiders hun agressie kanaliseerden à arbeider à straatkat à huiskat à bazin.

De tekst van Darnton is een goed voorbeeld hoe thick-description fout kan gaan.

Darnton vergaloppeerd zich door een slordige imprecisie ten toon te spreiden ten aanzien van de sociale, politieke en economische contexten. Tevens heeft hij een tekst uitgekozen in plaats van verschillende conflicterende teksten en die ene tekst niet situeert - de meerstemmigheid wordt pas op het symbolische niveau ingebracht, met alle problemen van dien.


| Ritueel en Symboliek |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Peter Prevos (1997)