I Genealogie

In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling van het geslacht Prevost globaal beschreven. Deze genealogie volgt alle afstammelingen van de stamouders in mannelijke lijn. Van de vrouwelijke naamdragers wordt, indien deze nageslacht voortbrengen, slechts de eerste generatie genoemd.
De stamboom is 'gesnoeid' om verspreiding van privacy gevoelige gegevens zoveel mogelijk te vermijden.

Omwille van de overzichtelijkheid is de stamboom van het geslacht Prevost ingedeeld in zes delen: de wortels, de stam en vier takken. In onderstaande figuur is de structuur van de stamboom schetsmatig weergegeven.

Stamboom

De ´stamboom´ van de families Prevaes, Prevos en Prevaas.

 

De Ontwikkeling van het Geslacht Prevost

De wortels van het geslacht Prevost liggen in het Zuid-Limburgse Valkenburg. Daniel Prevost huwt in 1622 aldaar met Anna de Bande en vormt zo de basis van deze familiegeschiedenis (zie hoofdstuk II). Uit het eerste gezin komen een zoon en een dochter voort die beiden voor verder nageslacht zorgen.

Joannes Prevost, kleinzoon van Daniel Prevost, verhuisd aan het einde van de zeventiende eeuw naar Gronsveld om daar te in 1690 huwen met Agnes Huijnen (zie hoofdstuk III). Zijn broers en neven zijn in Valkenburg en Hulsberg gebleven van waaruit de hedendaagse familie Prevoo is ontstaan.1 De familie Prevoo valt echter buiten het kader van dit onderzoek.

In Gronsveld is de familienaam Prevost door de pastoor aldaar gelatiniseerd tot Prevaes. Vanaf 1724 gaan alle leden van de familie met deze nieuwe naam door het leven. De familie Prevaes heeft slechts weinig bezittingen en ten gevolge van oorlog, slechte oogsten en strenge winters staat men aan veel ontberingen bloot. De familie ontwikkelt zich voorspoedig, maar aan het einde van de achttiende eeuw is er in Limburg maar één stamdrager (zie hoofdstuk IV).

Omstreeks 1790 ontstond een afsplitsing, die ik de Bataafse tak heb genoemd, naar de twee broers die aan het eind van de achttiende eeuw naar de Bataafse republiek verhuisden om aldaar te dienen in het staatse leger. Deze tak heeft zich verder ontwikkeld tot in de twintigste eeuw (zie hoofdstuk V).

Joannes Prevaes heeft vijf zoons uit twee huwelijken, waarvan vier zoons voor verder nageslacht zorgen. Aan deze twee huwelijken wordt een apart hoofdstuk geweid omdat dit een scharnierpunt vormt in deze genealogie.

De eerste zoon van Joannes Prevaes en Catharina van de Weijer wordt de eerste stamvader van de huidige familie Prevaes. De tweede zoon verhuisd naar Wallonië en wordt zo waarschijnlijk de stamvader van de Belgische familie Prevaes. De eerste zoon uit het huwelijk met Maria Habats is de tweede stamvader van de huidige Nederlandse familie Prevaes (zie hoofdstuk VI).

In 1809 is door een verschrijving van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de toenmalige gemeente Heer en Keer de variant Prevos ontstaan (zie hoofdstuk VII). Het grootste deel van deze familie verhuisd in het begin van deze eeuw naar de mijnstreek om daar te werken in de ontginning van de steenkool.

Tenslotte ontstaat aan het eind van de negentiende eeuw, door een verschrijving in de huwelijksakte, de laatste tak aan deze stamboom, de familie Prevaas (zie hoofdstuk VIII).

Historische Context

Deze familiegeschiedenis start aan het begin van de zeventiende eeuw in het Zuid-Limburgse Valkenburg. Limburg zoals we het nu kennen bestond toen noch niet, de grenzen van Limburg werden pas in 1843 definitief vastgelegd.2 Vóór 1794, jaar van de komst van de Franse legers, was het grondgebied van de huidige provincie Limburg een lappendeken van verschillende soevereiniteiten.

Het eind van de zestiende en de eerste helft van de zeventiende eeuw waren roerige tijden in de zuidelijke Nederlanden. In 1581 kondigde de Staten-Generaal in Den Haag het Plakkaat van Verlatinge af en werd de Spaanse koning vervallen verklaard van zijn heerschappij over de gheunieerde Nederlanden. Dit was één van de hoogtepunten in een reeks bewogen gebeurtenissen die geschiedenis hebben gemaakt als de Nederlandse Opstand, ofwel Tachtigjarige Oorlog.

Terwijl zich in het Noorden de Republiek der verenigde Nederlanden vormde maakte in een groot deel van Limburg de Spaanse Hapsburgers de dienst uit. De zuidelijke Nederlanden van die tijd worden ook wel de Spaanse Nederlanden genoemd. Na de Vrede van Utrecht van 1713 wordt van de Oostenrijkse Nederlanden gesproken.

De Nederlandse Opstand heeft voor Valkenburg grote gevolgen gehad. In minder dan een eeuw wordt Valkenburg zeven maal veroverd. Willem van Oranje verovert in 1568 Valkenburg, maar in dat zelfde jaar wordt Valkenburg weer bezet door de troepen van de Spaanse hertog van Alva, die in 1566 door Filips II naar de Nederlanden was gezonden om de opstandige beweging te onderdrukken. In 1572 neemt Lodewijk van Nassau Valkenburg zonder slag of stoot in. Maar de Spaanse troepen van de hertog van Parma nemen in 1578 Valkenburg weer in bezit. Na enige jaren van rust verovert Frederik Hendrik in 1632 met zijn beroemde Maasveldtocht Venlo, Roermond, Maastricht en ook Valkenburg. Vier jaar later, in 1636 veroverde Willem Bette de vier stadjes en werd gouverneur van Overmaze. Eén jaar later vielen ze weer in Staatse handen, weer niet voor lang. Bij de inname van Valkenburg vluchtte de bevolking in de Sint Nicolaaskerk en in de grotten. Ondanks de belofte van vrije aftocht werden 19 inwoners van Valkenburg vermoord. Bij de instorting van het gewelf van de kerk kwamen er nog 30 om. Het was in 1644 dat Valkenburg definitief Staats bezit werd.3

De bijna continue staat van oorlog heeft een heel grote invloed gehad op de bevolking van Valkenburg. De schermutselingen gingen vergezeld van roof- en plundertochten in alle richtingen en een steeds wisselende rechtspraak. Ontslagen huurlingen en deserteurs pleegden geweld en zogen het volk uit tot op de laatste stuiver.4

In 1648 vond de oorlog tussen De Republiek en Spanje officieel zijn eind, maar voor Valkenburg duurde de oorlog zeker tot 1661. Bij de vrede van Münster was de status quo niet duidelijk omschreven. Voor de drie landen van Overmaze betekende dit dat ze zowel door de Spaanse koning als door de Staten-Generaal werden opgeëist. In 1661 werd het befaamde Partage-Tractaat opgesteld waarbij het land werd verdeeld tussen de twee landen. De vestingstad Valkenburg zelf werd aan de Staatsen toegewezen, het aangrenzende gebied ten Noorden van de Geul bleef Spaans.

Dit is de achtergrond, de historische context, waarin de eerste generaties van het geslacht Prevost leefden. Vanaf het volgende hoofdstuk zal de ontwikkeling van de familie in detail worden beschreven .


Noten:
  1. Funs Patelski, ´De kosters van Valkenburg met enige genealogische aantekeningen over hun familie´, Geulrand 1 (oktober 1983) 31.
  2. Met de naam Limburg wordt in deze familiegeschiedenis altijd de huidige Nederlandse provincie Limburg bedoeld.
  3. H.J.H. Schurgers. L.G.M. Notten en L.W.G.N. Pluymaekers, Geschiedenis van Valkenburg-Houthem (Valkenburg 1979) 143.
  4. Ibidem 147.

| Home | Inhoud | Vorige | Volgende |

Peter Prevos (mei 2003)