| III | De Gronsveldse Stam |
oannes Prevost, zoon van Daniel Prevost en Elisabeth van Laer uit Valkenburg (zie IIb) verlaat aan het einde van de zeventiende eeuw het Staatse Valkenburg om zich te vestigen in de vrije rijksheerlijkheid Gronsveld. Daarmee wordt hij de stamvader van de families Prevaas, Prevaes en Prevos. De rest van de familie blijft Prevost in Valkenburg en vormt waarschijnlijk de stam van de familie Prevoo, die hier niet verder zal worden uitgewerkt.
Gronsveld werd met haar omgeving in 1553 verheven tot graafschap en was tot aan de komst van de Fransen in 1795 een vrije rijksheerlijkheid. De graaf van Gronsveld was direct aan de Duitse keizer verantwoording schuldig, maar in de praktijk waren zijn bevoegdheden zo groot dat men eigenlijk kan spreken van een zelfstandig land.1 Het belang van Gronsveld als rijksheerlijkheid blijkt ook uit een ander soevereiniteits-kenmerk, het eeuwenlang uitoefenen van het muntrecht, door de heren van Gronsveld.2
De Gronsveldse stam bestaat uit vier generaties. De familie breidt zich in de eerste jaren flink uit, maar aan het einde van de achttiende eeuw is nog maar één stamhouder, Joannes Prevaes over (zie hoofdstuk IV). De familie heeft zich in deze periode in Gronsveld als volgt ontwikkeld:
Kilk hier voor een grafisch overzicht van de in dit hoofdstuk beschreven personen.
| I |
Joannes Prevost (Provau), gedoopt op 27 oktober 1658 te Valkenburg (getuigen: Johan Quesen & Anne van Daelen in plaats van Petronella Provau), overleden op 1 oktober 1734 te Gronsveld op 75-jarige leeftijd. Zoon van Daniel Prevost en Elisabeth van Laer (zie IIb). Gehuwd voor de kerk op 31-jarige leeftijd op 24 januari 1690 te Gronsveld (getuigen: Ferdinandus Prevost & Elisabeth Lousberghs) met Agnes Huijnen, overleden op 28 april 1729 te Gronsveld. |
||
|
|||
|
Huwelijksinschrijving RK Parochie H. Martinus Gronsveld.3 Uit dit huwelijk:
|
In deze generatie wordt de familienaam Prevost gelatiniseerd tot Prevaes. Vertalingen en verschrijvingen van familienamen komen vaak voor in de kerkelijke registers. Behoudens een hoge uitzondering houdt de pastoor in Limburg zijn kerkregisters in het Latijn bij. Dat betekent dat zowel voor- als achternamen kunnen worden gelatiniseerd.4 Zo wordt de naam Prevost gelatiniseerd tot Prevaes. Dit is geen vertaling van het woord Prevost, de oorspronkelijke Latijnse stam van het woord Prevost is namelijk Prepositius.5 Dit is een hoofd van een kathedraal kapitel of kloostervoogd, maar meestal wordt hiermee een gerechtelijk ambtenaar of voorzitter van een schepenbank bedoeld.6 Een provoost is een opziener, een bestuurder. Het woord provoost wordt ook voor een soldatengevangenis gebruikt.7
In 1724 krijgt Gronsveld een nieuwe pastoor.8 Henricus van der Meer schrijft consistent Prevaes in plaats van Prevost. Deze latinisering van de oorspronkelijk vorm Prevost bestaat heden nog steeds. De familie Prevaes word verder besproken in hoofdstuk VII.
| IIa |
Joanna Catharina Prevost (Provoost), gedoopt op 2 februari 1692 te Gronsveld (getuigen: Lambertus & Elisabeth Lousberghs), overleden op 14 juni 1756 te Breust op 64-jarige leeftijd. Dochter van Joannes Prevost (Provau) en Agnes Huijnen, zie I. Gehuwd voor de kerk op 21-jarige leeftijd op 22 januari 1714 te Gronsveld (getuigen: Henricus Simons & Elisabeth Prevost) met Petrus Simons, 20 jaar oud, gedoopt op 4 september 1693 te Breust (getuigen: Gillis Vrancken & Agnes Erckens), begraven op 22 december 1757 aldaar. Zoon van Govert Simons en Anna Erckens. Uit dit huwelijk:
|
| IIb |
Joannes Prevost (Prevaes), gedoopt op 24 mei 1706 te Gronsveld (getuigen: Adamus Pleumeckers & Anna Catharina van Hoven), overleden op 30 september 1781 aldaar op 75-jarige leeftijd. Zoon van Joannes Prevost en Agnes Huijnen, . Gehuwd voor de kerk op 28-jarige leeftijd op 26 mei 1734 te Gronsveld (getuigen: Joannes Wilhelmus Prevaes & Catharina Lacroix) met Anna Maria Hasen (Haesen), 31 jaar oud, gedoopt op 3 maart 1703 te Gronsveld (getuigen: Joannes Indendisch & Catharina Roncken), overleden op 2 september 1774 aldaar op 71-jarige leeftijd. Dochter van Jacobus Haesen en Agnes Linsen. Uit dit huwelijk:
|
| IIc |
Petrus Prevost (Prevaes), gedoopt op 21 februari 1710 te Gronsveld (getuigen: Adamus Pleumeckers & Christina Berghmans), overleden op 4 maart 1748 aldaar op 38-jarige leeftijd. Zoon van Joannes Prevost en Agnes Huijnen, zie I. Gehuwd voor de kerk op 20-jarige leeftijd op 27 augustus 1730 te Gronsveld (getuigen: Carolus Thurin & Arnoldus Keesermans) met Margaretha van den Bergh, dochter van Joannes van den Bergh en Helena Jongen, 18 jaar oud, gedoopt op 24 oktober 1711 te Gronsveld (getuigen: Antonius & Maria van den Bergh), overleden op 14 november 1747 aldaar op 36-jarige leeftijd. Tante van Franciscus van den Bergh, zie IVb. |
||
|
|||
|
Doopakte van Joannes Prevaes, de eerste keer dat de variant Prevaes in de registers wordt gebruikt.9 Uit dit huwelijk:
|
| IId |
Joannes Wilhelmus Prevost (Prevaes), ruiter in het garnizoen van de graaf van Nassau, gedoopt op 3 mei 1713 te Gronsveld (getuigen: Wilhelmus Prevost & Elisabetha Lousberghs), overleden op 2 december 1764 aldaar op 51-jarige leeftijd. Zoon van Joannes Prevost en Agnes Huijnen, zie I. Gehuwd met Amelia Neefs, dochter van Wilhelmus Neefs en Sophia Depus, gedoopt op 31 oktober 1715 te Gronsveld (getuigen: Henricus Depus & Helena Halders), overleden op de 3e Fructidor III (20 augustus 1795 aldaar op 79-jarige leeftijd. Uit dit huwelijk:
|
| IIIa |
Joannes Prevaes, metselaar, gedoopt op 2 maart 1735 te Gronsveld (getuigen: Joannes Guilielmus Prevaes & Joanna Henssen). Zoon van Joannes Prevost en Anna Maria Hasen, zie IIb. Gehuwd voor de kerk circa 1751 met Anna Colleij. Uit dit huwelijk:
|
| IIIb |
Joannes Prevaes, metselaar, gedoopt op 13 februari 1739 te Gronsveld (getuigen: Joannes Henssen & Catharina Prevaes), overleden voor 1817. Zoon van Joannes Prevost en Anna Maria Hasen, zie IIb. Gehuwd voor de kerk op 42-jarige leeftijd op 30 september 1781 te Heugem (getuigen: Joannes Franciscus Prevaes & Elisabeth Wintmans) met Maria Wintmans, geboren circa 1758. Uit dit huwelijk:
|
Aan de Rijksweg van Maastricht naar Eijsden staat vlak bij het Savelbos een torenmolen. De molen heeft een cilindrische stenen romp waarop een houten kap kan ronddraaien. De molen werd, blijkens een opschrift ter plaatse in 1622 gebouwd in opdracht van de graaf van Gronsveld, Joseph Maximiliaan van Bronckhorst. De Gronsvelder molen ligt op een gelijke afstand tussen de dorpen Gronsveld, Cadier, Keer en Heugem, die allemaal tot het bezit van de graaf van Gronsveld behoorden. De inwoners van die dorpen waren verplicht om het graan in de molen van de graaf te laten malen.11

Torenmolen van Gronsveld in 1997 (Foto: Peter Prevos).
Maria Wintmans is in december 1781 voor de schepenbank van Gronsveld verschenen vanwege diefstal van een zak boekweitmeel uit de molen. De zak meel werd gevonden tijden een huiszoeking door gerechtsbode Caspar Paggen, Michiel Schrijnemeckers, molenaar Eudoricus Hollender en Willem Delvaux, de eigenaar van de zak. Uit de stukken blijkt dat Maria tijdens de huiszoeking heeft geprobeerd de zak meel met kledingstukken te bedekken:
| "[...] dat Maria Wintmans bij zulke / huijsvisitatie met eene snel- / ligheid de eerste in de kasten / is gevallen, en met eene be / hendigheijd de kleeders [...] / liggende van de eene zijde naer / de andere heeft geworpen, en / den zak questionis daermede / geomwimselt [...]". |
De zak werd natuurlijk gevonden. Maria had echter de naam van de eigenaar uit de zak gesneden en al een halve kan boekweitmeel gebruikt. Maria vluchtte aanstonds uit haar huis. Men heeft haar later gearresteerd in in het kasteel opgesloten. Maria is vervolgens veroordeeld tot niet nader beschreven lijfstraffen.12
| IIIc |
Agnes Prevaes, huishoudster, gedoopt op 26 april 1741 te Gronsveld (getuigen: Wijnandus van den Born & Catharina La Croix), overleden op 12 juli 1818 aldaar op 77-jarige leeftijd. Dochter van Joannes Prevost en Anna Maria Hasen, zie IIb. Gehuwd voor de kerk op 27-jarige leeftijd op 2 oktober 1768 te Gronsveld (getuigen: Franciscus Blonden & Anna Eva La Croix) met Willem Wintmans, geboren 1733 te Gronsveld, overleden op 7 februari 1816 aldaar. Uit dit huwelijk:
|
Willem Wintmans, echtgenoot van Agnes Prevaes, wordt in november 1788, samen met Willem en Hubert Houben, Frans Reinders en Christiaan en Hubert Blonden veroordeelt door de schepenbank van Gronsveld wegens een vechtpartij waarbij zware gewonden zijn gevallen. Het wordt in het document van de schepenbank als volgt omschreven:14
[...] van op den 5. may laatsleden rusie / ende slagerij onder makanderen gehad / te hebben, sodanig dat veel bloeds / gestort, en eenige der zelve zwaare / wonden aan het hoofd becomen hadden [...]
Als straf hebben zij de aangerichte schade moeten repareren en waren acht dagen opgesloten in de plaatselijke gevangenis. Tevens zijn zij veroordeeld tot een totale boete van 135 gulden.
De schepenbank van Gronsveld zetelde in een tegenwoordig niet meer bestaand gebouw. De toenmalige eigenaar was schepen Engel van den Boorn. De schepenbanken van Gronsveld en Rijckholt hebben in vroeger eeuwen vaak de doodstraf uitgesproken. Diefstal van een paard was al een halsmisdrijf. Tijdens het voorarrest zaten de gedetineerden opgesloten in de kerkers van het kasteel van Gronsveld, die evenwel rond 1779 zo bouwvallig waren dat er geregeld gevangenen uit ontsnapten. Na 1780 werden ze opgesloten in de kelder van de woning van rentmeester Lebens.15
In het verslag van de schepenbank wordt de reden van deze ruzie niet vermeld. Wel is zeker dat het hier een familieruzie betrof. Alle actoren in deze gebeurtenis zijn, behalve Willem Wintmans, aan elkaar verwant. Willem Wintmans was was getuige bij het huwelijk van Franciscus Blonden en dus waarschijnlijk een vriend van de familie.
In onderstaand geneagram wordt de relatie tussen de actoren van dit gevecht duidelijk gemaakt. De getallen geven de actoren van de vechtpartij aan en de hoogte van de opgelegde boete.

Geneagram van de familieruzie.
Willem en Hubertus Houben zijn broers, Franciscus Reijnders is een oom van de beiden en tevens van de broers Christianus en Hubertus Blonden.
Willem Wintmans zal waarschijnlijk bevriend zijn geweest met de gebroeders Blonden, alleen is niet duidelijk om welke Christianus het hier gaat. Het lijkt er aldus op dat dit een ruzie is tussen vier neven, hun oom en een vriend van de familie.
De verdeling van de te betalen boete kan waarschijnlijk iets vertellen over de toedracht van de vechtpartij, er van uitgaande dat de veroorzakers de hoogste boete opgelegd hebben gekregen. Willem Wintmans en Willem Houben moesten beiden dertig gulden betalen, Hubert Houden, Frans Reijnders en Hubert Blonden beiden eenentwintig gulden en Christiaan Blonden twaalf gulden. Hieruit zou geconcludeerd kunnen worden dat het hier handelde om een uit de hand gelopen ruzie tussen Willem Wintmans en Willem Houben, waarbij de anderen later betrokken werden. Zekerheid over de ware toedracht van de vechtpartij kunnen we echter nooit hebben.
| IIId |
Joannes Petrus Prevaes, gedoopt op 22 december 1735 te Gronsveld (getuigen: Petrus Prevaes & Maria Elisabeth van den Bergh), begraven op 30 mei 1790 te Heugem. Zoon van Petrus Prevost en Margaretha van den Bergh, zie IIc. Gehuwd voor de kerk op 27-jarige leeftijd op 30 oktober 1763 te Heugem (getuigen: Egidius van den Born & Catharina Bronckers) met Barbara van den Born, 31 jaar oud, gedoopt op 3 juni 1732 te Heugem (getuigen: Egidius Nullens & Joanna Vandenborne in plaats van Anna Dassen), overleden voor 1804. Dochter van Joannes Franciscus van den Boorn en Maria Nullens. Het gezin woonde te Heugem ten oosten van Jean van den Born, ten zuiden van Nicolaas Beckers, ten westen van Gilles Costons en ten noorden van François La Haut.16 Uit dit huwelijk:
|
| IIIe |
Joannes Wilhelmus (Jean Guillame) Prevaes, akkerman, geboren circa 1749 te Gronsveld, overleden op 2 mei 1821 aldaar. Zoon van Joannes Wilhelmus Prevost en Amelia Neefs, zie IId. Memorie van successie: Woonhuis met tuin te Gronsveld en 13 percelen land met een totaal oppervlak van circa één hectare. Bijna al deze percelen waren ten tijde van zijn overlijden verpacht. Gehuwd voor de kerk op 28 september 1788 (getuigen: Christianus Theelen & Sophia Prevaes) met Maria Theelen, geboren circa 1753 te ´s-Gravenvoeren, overleden op 23 september 1828 te Gronsveld. Uit dit huwelijk:
|
Deze gezinnen vormen het eindpunt in dit deel van deze genealogie. De familie wordt voortgezet door Joannes Prevaes die zal worden beschreven in het volgende hoofdstuk.
| IVa |
Maria Agnes Prevaes, dagloonster, gedoopt op 27 augustus 1761 te Gronsveld (getuigen: Hermanus Colley & Maria Le Fevre), overleden op 15 februari 1810 te Oost op 48-jarige leeftijd. Dochter van Joannes Prevaes en Anna Colleij, zie IIIa. Gehuwd voor de kerk op 26-jarige leeftijd op 4 november 1787 te Breust (getuigen: Petrus Bessems & Joanna Prevaes) met Christianus Pinckers (Pinquers), 36 jaar oud, gedoopt op 27 mei 1751 te Breust (getuigen: Nicolaas Berghmans & Aleijdis Doijen), overleden voor 1810. Zoon van Wilhelmus Pinquers en Barbara Doijen. Uit dit huwelijk:
|
In het midden van de zeventiende eeuw waren er twee parochies in de vrije rijksheerlijkheid Gronsveld, de parochie Heilige Martinus te Gronsveld en de parochie Heilige Michaël te Heugem.17 De drie volgende gezinnen waren allen gevestigd in Heugem, dat tegenwoordig deel uitmaakt van de gemeente Maastricht.

Parochiekerk St. Martinus te Heugem in 1997 (Foto: Peter Prevos).
| IVb |
Maria Prevaes, gedoopt op 17 maart 1770 te Heugem (getuigen: Egidius van den Born & Maria Le Fevre), overleden op 7 februari 1849 aldaar op 78-jarige leeftijd. Dochter van Joannes Petrus Prevaes en Barbara van den Born, zie IIId. Gehuwd voor de kerk op 20-jarige leeftijd op 16 januari 1791 te Heugem (getuigen: Nicolaus Peeters & Maria van den Bergh) met Franciscus van den Bergh, 24 jaar oud, dagloner en metselaar, gedoopt op 7 februari 1766 te Heugem (getuigen: Nicolaus Bessems & Maria Anna Dassen), overleden op 14 november 1836 aldaar op 70-jarige leeftijd. Zoon van Franciscus van den Bergh en Joanna Reijnders. Neefje van Margaretha van den Bergh, de oma van Maria Prevaes, zie IIc. Uit dit huwelijk:
|
| IVc |
Mathias Prevaes, landbouwer (cultivateur), gedoopt op 7 april 1777 te Heugem (getuigen: Mathias Gilissen & Maria Agnes Prevaes), overleden op 18 augustus 1806 aldaar op 29-jarige leeftijd. Kocht in 1804 de erfdelen van zijn broers en zus van de nalatenschap van hun moeder.18 Zoon van Joannes Petrus Prevaes en Barbara van den Born, zie IIId. Gehuwd voor de kerk op 19-jarige leeftijd op 3 oktober 1796 te Heugem (getuigen: Joannes Prevaes & Anna Catharina Lahoije) met zijn nicht Maria La Haije, 31 jaar oud, gedoopt op 6 december 1764 te Heugem (getuigen: Nicolaus Dassen in plaats van Nicolaus Peeters en Maria Nullens). Dochter van Nicolaus La Haije en Anna van den Boorn.
Inschrijving huwelijk Mathias Prevaes en Maria La Haije.19 Uit het eerste huwelijk:
Matthias huwt in zijn eerste huwelijk met zijn twaalf jaar oudere nicht Maria Lahoije. Om dit te mogen doen heeft hij dispensatie, nodig van de kerk, er is hier namelijk sprake van een zogenaamd huwelijksbeletsel van bloedverwantschap. In geval van neef en nicht is, volgens de regels van de katholieke kerk, sprake van bloedverwantschap in de tweede graad. In zo´n geval kon dispensatie alleen verleend worden door Rome en dan slechts in uitzonderlijke gevallen.20 De bijzondere reden van deze dispensatie ligt waarschijnlijk in het feit dat circa vijf maanden na het huwelijk hun dochter Barbara wordt geboren. In deze genealogie is nog een keer sprake van een huwelijk tussen verwanten. Maria Prevaes en Franciscus van den Bergh (zie IVb) zijn in de gemengde tweede en derde graad aan elkaar verwant. De oma van Maria Prevaes, Margaretha van den Bergh (zie IIc), is de tante van haar echtgenoot. In de kerkregisters is echter geen dispensatie vermeldt. |

Geneagram van de huwelijken van Mathias Prevaes
| IVd |
Maria Catharina Prevaes, huishoudster, gedoopt op 8 april 1798 te Gronsveld (getuigen: Petrus Theelen & Maria Bijckmans), overleden op 11 juli 1873 aldaar op 75-jarige leeftijd. Memorie van successie: Een huis en tuin, groot 8 are, 80 centiare (Sectie B 805), een boomgaard, 27 aren en 80 centiaren (Sectie A 968) en bouwland, 50 are en 80 centiare (Sectie B 357 en 961). Dochter van Joannes Wilhelmus Prevaes, akkerman en Maria Theelen, zie IIIe. Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 24 september 1825 te Gronsveld (getuigen: Joannes Theunissen & Maria Theelen) met Lambertus Theunissen, 23 jaar oud, dagloner, landbouwer, geboren op 3 Prairial X (23 mei 1802) te Gronsveld, overleden op 11 juli 1882 aldaar op 80-jarige leeftijd. Zoon van Lambert Theunissen en Catherine Pluymakers. Uit dit huwelijk:
|
Geert Dupuits berekende dat in de jaren tussen 1753 en 1779 ongeveer een kwart van de bevolking van het graafschap behoeftig was en een uitkering uit de armenkas ontving.21 Volgens Piet Daemen is de belangrijkste oorzaak van de grote armoede de bijna constante oorlogvoering die in dit gebied plaatsvond.22 Anton Blok meent dat het misschien niet zozeer de oorlogen en veldslagen waren die hun sporen in het Maasgebied achterlieten, als wel de verschillende operaties die daarmee gepaard gingen en eruit voortvloeiden, met name de bewegingen van troepen en hun foerageren en onderhoud.23 Gutmann, die een uitgebreid onderzoek heeft verricht naar de gevolgen van oorlogvoering op de plattelandsbevolking in deze streken, concludeerde dat alleen al door oorlog de prijzen van voedsel op jaarbasis gestegen zijn met een vierde tot een derde. Wanneer een oorlogsjaar ook nog eens samenviel met een slechte oogst waren de gevolgen nog groter.24
Dat het aantal armen in Gronsveld in de achttiende eeuw zo groot was, was volgens Daemen vooral een gevolg van de beproevingen die de Gronsveldse bevolking tijdens de zogenaamde Oostenrijkse Successie oorlog moest doorstaan. In die jaren waren de inwoners slachtoffer van rondtrekkende en in onze dorpen verblijvende legers.25
Aanvankelijk slaagt Gronsveld er nog in om, via het leveren van voedsel voor soldaten en paarden, eigenhandig foerageren door soldaten te voorkomen.
Maar in de zomer van 1747, als de Hannoveraanse en Engelse troepen in het graafschap een legerkamp inrichten, is er geen houden meer aan. De soldaten richten een enorme schade aan. Huizen worden geplunderd. Vee, paarden, karren, maar ook huisraad, kleding en persoonlijke bezittingen van de bewoners worden geroofd. Landerijen worden vernield. De gevolgen van het verblijf van de legers zijn evident. Hierdoor heeft dan ook een enorme verarming van de bevolking plaatsgevonden.26
Volgens Jansen was de periode tussen 1731 en 1815 er echter een van economische opleving.27 Ook Gutmann concludeert dat na 1690 oorlog ook een gunstig effect heeft op de economie, met name de boeren profiteerden van een stijgende vraag op de voedselmarkt door de aanwezigheid van de vele soldaten.28 Dit alles gold echter zeker niet voor dagloners waaruit deze familie grotendeels bestond.
Er bestaat een document dat de slechte omstandigheden waarin de leden van de familie Prevaes verkeerden uit tweede hand weergeeft. Op 18 januari 1772 stuurt de commissaris van het graafschap Gronsveld, Joseph Anton Prümmer, een brief aan Lebens, de rentmeester van de graaf, waarin hij schrijft:29
De vrouw van Jean Prevaes, die deze brief brengt, heeft me de oren van de kop gezanikt over de ellende waarin ze verkeert en in het bijzonder over het feit dat haar kinderen door gebrek aan brandstof van de kou dreigen dood te gaan. Daarbij komt nog dat ze geen stuk brood in huis heeft. Toch wil ik voor deze ene keer enige hulp niet weigeren. U kunt haar een halve kar steenkool bezorgen. Geef de hulp wel in natura want anders kopen ze er misschien andere dingen voor en verspillen ze de rest van het geld zonder eraan te denken dat er wellicht nog koudere dagen dan vandaag komen.
De in de brief genoemde vrouw van Jean Prevaes is hoogstwaarschijnlijk Barbara van de Born, de vrouw van Joannes Petrus Prevaes (zie IIId, pagina ). Ze heeft in 1772 drie kinderen, Petrus, Joannes Franciscus en Maria. De jongste is dan twee jaar, de oudste ongeveer acht jaar. Al deze kinderen hebben bovenstaande situatie overleefd. Het is waarschijnlijk dat er meer kinderen waren die het niet hebben overleefd, of dood zijn geboren, omdat volgens de kerkregisters de eerste jaren van het huwelijk geen kinderen zijn geboren, hetgeen zeer ongebruikelijk was.
De familie bezat weliswaar een stukje grond in Heugem, maar dit was klaarblijkelijk niet genoeg om in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien.30
Niet alle leden van de familie Prevaes in Gronsveld leefden in armoede. Een belangrijke bron om onderzoek te doen naar de vermogenspositie van personen die zijn overleden in de negentiende eeuw zijn de memories van successie, dit zijn aktes opgemaakt door de belastingdienst waarbij de nalatenschap van iedere overledene werd vastgelegd in verband met successierechten.31 Van de in dit deel van de genealogie beschreven personen is van vier personen een memorie van successie beschikbaar.
De twee volwassen geworden kinderen van Joannes Wilhelmus Prevaes (zie IId) hadden een, voor deze familie, verhoudingsgewijze grote nalatenschap. Maria Sophia Prevaes bezat verschillende percelen land die zij aan derden verpachtte. Haar nichtje Maria Catharina Prevaes woonde bij haar in huis en ook zij had een relatief grote nalatenschap. Het bezit is dus in de directe familie gebleven.
In onderstaande figuur is het verband tussen boven genoemde personen weergegeven. De kruisjes geven het verloop van de erfenis aan.

Geneagram van de grondbezitters binnen de familie Prevaes.
Van andere leden van dit deel van de genealogie is nauwelijks iets bekend over hun vermogenspositie. De reden dat dit deel van de familie relatief rijk was is zeer waarschijnlijk dat Joannes Wilhelmus Prevaes een voor deze familie uitzonderlijk beroep had, hij was namelijk ruiter in het garnizoen van de graaf van Nassau.32 Blijkbaar betaalde dit redelijk goed en heeft hij hier een kapitaal aan overgehouden. Het is overigens goed mogelijk dat hij zijn kapitaal heeft vergaard middels plunderingen die toen gemaanplaats waren onder soldaten.
Nadere bestudering van de notariële archieven ondersteund bovenstaande waarneming. Joannes Wilhelmus Prevaes (IIIe) verkoopt verschillende malen percelen land. Bijna al deze percelen zijn gelegen in de voerstreek, vlak over de huidige grens met België.33 Hij is het enige mannelijk lid van de familie Prevaes die grond verkoopt. Alle andere transacties worden gedaan door de vrouwelijke leden van de familie die inmiddels gehuwd zijn. De verhandelde onroerende goederen komen dus uit de aangehuwde families. Hieruit kan aldus geconcludeerd worden dat de familie Prevaes, behalve de nakomelingen van Joannes Wilhelmus, nauwelijks bezittingen hadden ![]()
Peter Prevos (mei 2003)