| II | Valkenburgse Wortels |
tamvader van het geslacht Prevost is Daniel Prevost. In 1622 huwt hij te Valkenburg met Anna de Bande en legt zo de grondslag voor de huidige families Prevaes, Prevos, Prevaas en Prevoo. De herkomst van deze familie is nog niet geheel duidelijk.
Over de herkomst van deze familie zijn twee thesen. Een eerste these is dat Daniel, gezien de Frans aandoende familienaam van Franse afkomst is. Franse afstamming is echter onwaarschijnlijk. Volgens de La Haye getuigen namelijk de meeste Franstalige namen die men tegenwoordig in Zuid-Limburg aantreft niet van afstamming van Franse adel, zoals sommige familielegenden maar al te graag willen doen geloven, maar een herkomst uit het nabije Waalse land.1
De meest waarschijnlijke oorsprong van de familie ligt in Valkenburg zelf. In de kerkregisters komt in 1612 de variant Prevoist voor, hetgeen dient te worden getranscribeerd als Prevoost.2 Een prevoost was een gerechtelijk ambtenaar, een opzichter die orde en tucht moest handhaven. Uit de archieven blijkt dat de familie Prevoost in het begin van de zeventiende eeuw heeft gewoond in het poortwachtershuis naast de Grendelpoort in Valkenburg. Vanaf 1550 wordt als bewoner van het perceel naast de poort Daniel Prevoo genoemd. Daniel is volgens Lei Deckers mogelijk een nakomeling van Daniel der Smeed, die hetzelfde perceel eerder bewoonde. Het huis blijft overigens in bezit van de familie tot 1864.3

Grendelpoort te Valkenburg op een prentbriefkaart uit 1885.4
Hieronder worden de eerste vier generaties van het geslacht Prevost uitgewerkt. Het grafische schema geeft een globaal overzicht van de samenstelling van de in dit hoofdstuk beschreven familie. In het aanhangsel is een beschrijving van de gebruikte symbolen te vinden.
| IIa |
Petronella Prevost (Prevou), gedoopt op 24 november 1622 te Valkenburg (getuigen: Joannes Dorren & Catharina Nelis), overleden op 9 januari 1673 aldaar op 50-jarige leeftijd. Dochter van Daniel Prevost en Anna de Bande, zie I. Gehuwd voor de kerk op 24-jarige leeftijd op 26 januari 1647 te Valkenburg (getuigen: Daniel Prevost & Gerardus Thomae) met Joannes Thomissen (Thomae), overleden 1695-1713 te Valkenburg.5 Uit dit huwelijk:
|
| IIb |
Daniel Prevost (Preveau, Prevoije, Proust), metselaar,7 gedoopt op 8 september 1625 te Valkenburg (getuigen: Jacobus Banden & Gerard Cromburg), overleden op 11 juni 1692 aldaar op 66-jarige leeftijd. Zoon van Daniel Prevost en Anna de Bande, zie I. Gehuwd met Elisabeth van Laer, overleden op 13 juni 1678 te Valkenburg.8 Uit dit huwelijk:
|
In het archief van de Landen van Overmaas bevindt zich een lijst met eigenaren van huizen en landerijen van het Staatse grondgebied uit 1663.9 Deze lijsten zijn twee jaar na het definitieve Partage-Tractaat opgemaakt door de toenmalige Hollandse bezetters. Volgens dit register waren Daniel Prevost en zijn zuster (Zie IIa en IIb) in bezit van een stukje grond in het gehucht Broekum bij Houthem, tegenwoordig gemeente Valkenburg aan de Geul. De tekst in de archiefstukken leest als volgt:
| De weduwe Sleijpen bewoond / huijs en hoff met weijde, groot / sijnde 1 bunder (en) 13 roeden. / Noch in pachtingh 1½ bunder, toe- / behoorende (aan) de pastorie tot Valkenb(orgh). / Noch 9 roeden landts ter hellicht / toebehoorende (aan) Daniel Prevoost / ende sijn suster - 3-2-2- / Huijs en hoff is belast met elff / vaten roggen jaarl(ijks) aan het Gast- / huijs tot Valkenborgh. //10 |
Het stukje grond is 9 grote roeden groot, circa 3,700 vierkante meter. In de zeventiende eeuw werd in een groot deel van Limburg gebruik land gemeten in bunders, grote roeden en kleine roeden. Een bunder was verdeeld in twintig grote roeden en één grote roede was weer verdeeld in twintig kleine roeden. In Limburg werden veel verschillende systemen gebruikt, in ieder gebied had een roede een ander oppervlak. In Valkenburg en Houthem was een bunder ongeveer 8,280 vierkante meter terwijl in Gronsveld een bunder gelijk stond aan 8,182 vierkante meter.11
Eigendom van de grond werd gedeeld tussen de weduwe Sleijpen en de familie Prevoost. Ik heb geen verwantschapsbanden tussen de familie Sleijpen en de familie Prevost kunnen ontdekken, het betreft hier dus een puur zakelijke relatie.
De volgende drie gezinnen vormen de eerste generaties van de huidige familie Prevoo. De familie Prevoo woont al meer dan 350 jaar in Valkenburg en er zullen maar weinig Valkenburgers zijn die niet van deze familie afstammen.12 Volgens Patelski was een veel voorkomend beroep van de familie Prevost metselaar en blokbreker. In menige mergelgroeve kan men dan ook de opschriften van de Prevoo´s nog terugvinden.13

Blokbrekers aan het werk (Foto: Natuurhistorisch Museum Maastricht).14
Behalve de graffiti in de mergel grotten zijn er ook aanwijzingen in de archieven over het beroep van de familie Prevoo(st). In 1670 wordt het kasteel van Valkenburg gerepareerd waarbij als werklieden Daniel Prevoo wordt genoemd.15 Het is echter niet bekend om welke Daniel Prevoo het hier gaat. Ook is er een document over Ferdinand Prevois dat zou kunnen bevestigen dat de familie Prevoo een steenbrekers familie is (zie IIIc).
| IIIa |
Daniel Prevost (Prevoije, Prevaux, Prevoo), gedoopt op 14 september 1649 te Valkenburg (getuigen: Eusebius Jansens & Catharina Nelissen), overleden op 5 oktober 1728 te Hulsberg op 79-jarige leeftijd. Zoon van Daniel Prevost en Elisabeth van Laer, zie IIb. Gehuwd voor de kerk op 30-jarige leeftijd op 18 augustus 1680 te Valkenburg (getuigen: Joannes van der Schuren & Helena Bourmans) met Anna Willems. Uit dit huwelijk:
|
Uit een akte in het notarieel archief blijkt dat Daniel Prevost twee stukken land bezat te Aalbeek. Een jaar na de dood van Daniel wordt dit land aan de weduwnaar van zijn eerste vrouw geschonken.16
| IIIb |
Catharina Prevost (Provoos), gedoopt op 30 juli 1651 te Valkenburg (getuigen: Anna de Banden & n.n.), overleden op 8 december 1702 te Hulsberg op 51-jarige leeftijd. Dochter van Daniel Prevost en Elisabeth van Laer, zie IIb. Gehuwd voor de Nederlands hervormde kerk op 35-jarige leeftijd op 29 mei 1687 te Valkenburg met Joannes (Jan) Ruijters, geboren circa 1653 te Meersen.17 Uit dit huwelijk:
|
| IIIc |
Ferdinandus Prevoije (Prevoije, Praevos, Provoost), geboren circa 1661, overleden op 1 oktober 1747 te Valkenburg. Zowel in katholiek als hervormd overlijdensregister vermeld (zie alhier). Zoon van Daniel Prevost en Elisabeth van Laer, zie IIb. Gehuwd in de katholieke kerk op 20 juni 1694 te Valkenburg (getuigen: Petrus Schetters & Joanna Beckers). Tevens huwelijksinschrijving in de registers van de Nederlands Hervormde gemeente te Valkenburg op 4 juni 1694. Echtgenote is Hellena Verhest (van Hees), overleden op 9 april 1750 te Valkenburg. Vermoedelijk de dochter van Godefridus Verhes en Margarita Daemen.18
Inschrijving huwelijken Ferdinandus Prevoost en Hellena Verhest 1694.19 Uit dit huwelijk:
|

Gezicht op Valkenburg uit 1669, Gewassen pentekening van Josua de Grave.26
Op 15 maart 1700 koopt Ferdinand Prevois 1 morgen land aan de Conijnsgracht, naast land dat hij al bezat. De koopsom bedraagt 23 gulden plus een kar mergelsteen en de verplichting een muurtje aan het huis van de verkoper te bouwen. Hieruit blijkt dat Ferdinand ook een blokbreker en metselaar was.27
Alle leden van de familie Prevost waren, getuige de doop- trouw- en begrafenis-registers, belijders van het katholieke geloof. Ondanks dit gegeven heeft de protestantse kerk een grote invloed op hun leven gehad.
De inname van de stand Maastricht door stadhouder Frederik Hendrik in 1632 was de onmiddellijke aanleiding tot het ontstaan van de Zuid-Limburgse Protestantse Gemeenten. Op advies van de eerste Maastrichtse predikant Philippus Ludovicus besluiten de Hoogmogende Staten om, waar nodig, in verschillende Plaatsnamen tot aanstelling van een predikant over te gaan. Zo ook in Valkenburg, waar in 1633 de kandidaat Jacobus Verckenius wordt beroepen.28
In die gebieden waar de Hollanders het voor het zeggen hadden werd de Nederduits-gereformeerde kerk de geprefereerde kerk. Er was in de Republiek echter geen sprake van een staatskerk. De predikanten waren niet in dienst van de overheid en niet iedere staatsburger werd geacht tot de officiële kerk te behoren, de geloofsleer van de overheid werd niet opgelegd.29 In de Republiek bestond, ingevolge de Unie van Utrecht, gewetensvrijheid, maar er bestond geen vrijheid van meningsuiting. Het was de katholieken daarom in het begin van de bezetting zelfs verboden om hun geloof in het openbaar te belijden.
Een groot deel van de roomse pastoors werd na de definitieve toekenning van het Partage-Tractaat van hun kerken en parochies verdreven. De katholieke kerk ging vervolgens ondergronds. Het ene plakkaat tegen de de paepse stouticheden en paepse superstitie volgde op het andere. Katholieken waren geen volwaardige staatsburgers meer, maar slechts geminachte halfburgers.30
Volgens de katholieke doctrine is het voor een katholiek onmogelijk om zonder bemiddeling van een priester naar zijn geweten te leven. Wie het de katholiek aldus onmogelijk maakte volgens zijn geloof te leven, bijvoorbeeld door priesters te weren en alleen bijeenkomsten in gezinsverband toe te staan, oefende daarmee dus een vorm van repressie uit.31 De parochianen gingen in deze tijden van vervolging voor het ontvangen van de sacramenten naar de dichtstbijzijnde katholieke parochiekerk of er werden in het geheim diensten gehouden. Deze situatie duurde tot aan de Franse tijd van 1673, toen de katholieke eredienst door Lodewijk XIV weer in al haar rechten werd hersteld.
De gereformeerde kerk vervulde in de republiek ook openbaren taken. De kerk zorgde onder andere voor het bijhouden van de huwelijksregistratie, ook van de niet lidmaten. Het is in deze ´bevolkingsadministratie´ dat we de familie Prevost dan ook tegenkomen.
Een groot deel van de inwoners van de Landen van Overmaas was ingevolge het Echtreglement uit 1656 verplicht te huwen in de gereformeerde kerk of bij de schepenbank. Een huwelijk dat voor de predikant was gesloten was even rechtsgeldig als een huwelijk dat voor de schepenbank werd gesloten.32
Maar omdat voor een katholiek het protestantse huwelijk niet geldig is huwde bijna iedereen twee maal, een situatie die heden ten dage ook nog voorkomt. Het eerste huwelijk werd in het algemeen door de predikant voltrokken. Daarna werd men, soms in het geheim, gehuwd door de pastoor.
Van bijna ieder echtpaar dat in de tijd dat het Echtreglement van kracht was huwde zijn aldus twee huwelijksinschrijvingen beschikbaar. Er zijn echter grote verschillen tussen de twee huwelijksinschrijvingen te herkennen. De pastoor noemt de echtelieden bij de Latijnse doopnamen, de predikant gebruikt hun roepnamen. Ook noteert de predikant veel meer gegevens over de bruid en bruidegom dan de pastoor. De pastoor kende immers iedereen persoonlijk en hoefde niet zoveel op te schrijven. De predikant was een vreemdeling die om die reden een meer nauwkeurige registratie bijhield.
In deze familiegeschiedenis zijn ingevolge het Echtreglement twee dubbele huwelijken voltrokken. Het huwelijk tussen Bernardt Bormans en Elisabeth Thomissen (zie IIa) en tussen Ferdinand Prevost en Helena Verhest (zie IIIc).
In de Valkenburgse overlijdensregisters van de katholieke kerk en de gereformeerde kerk is een eigenaardigheid te vinden. In de overlijdensregisters van de hervormde gemeente worden zeventien leden van de familie Prevost vermeld, waarvan tien personen tevens in de katholieke registers worden genoemd. Dit vindt plaats tussen 1747 en het 1794. De inschrijving in de katholieke registers is meestal op dezelfde dag of één of twee dagen later. In beide gevallen gaat het om een overlijden. In de katholieke registers wordt in alle gevallen het woord obiit gebruikt, hetgeen overleden betekent.
|
|
![]() |
| Den 1. October / Ferdinand Pervaast // | Die 1 octobris omnibus sanctie /ecclesia sacramentis rite mortias / obiit Ferdinandus Prevost / maritatus // |
Dubbele inschrijving in de overlijdensregisters.33
In de literatuur heb ik voor dit fenomeen geen nadere verklaring kunnen vinden en ik kan hier slechts enkel hypothesen aanvoeren.
De leden van de familie Prevost waren geen lidmaten van de gereformeerde kerk. De oudste lidmatenlijst van de gereformeerde gemeente van Valkenburg dateert uit het jaar 1657.34 Er is dan een vrij belangrijke Protestantse gemeente in Valkenburg voor het grootste gedeelte echter bestaande uit niet Limburgers.35
Meest waarschijnlijk is echter dat het hier soort van een voorloper op de burgerlijke stand betreft en dat de predikant in Valkenburg zijn registratie zo compleet mogelijk wilden houden en dus ook de overleden katholieken in hun registers noteerden. Hiermee is echter nog geen verklaring gegeven voor het verschil in datum tussen beide registraties. Om dit fenomeen te doorgronden is verder onderzoek in de breedte noodzakelijk ![]()
Peter Prevos (mei 2003)